Foto: Pieter Rambags

Ze is een gevierd zangeres met een fluwelen stem en een buitengewoon gevoel voor jazz. Sanne Rambags (1994), geboren te Goirle, groeide op in een muzikaal gezin, waar muziek klonk van grote Amerikaanse sterren die mede de basis legden voor Sannes improvisatietalent, haar muzikaliteit en de behoefte aan subtiele stiltes daarin. In haar bio op internet stelt de zangeres en componiste dat ze haar luisteraars wil ‘bewegen’ op haar eigen weloverwogen en zeer persoonlijke manier. Ze gebruikt haar stem om haar diepste gevoelens vrij te uiten, zonder grenzen, in interactie met haar collega-muzikanten, lezen we in de bio.

Rambags deed er ook alles aan om haar droom om zangeres te worden te kunnen verwezenlijken. Ze nam initiatieven en risico’s en leerde van ervaren en inspirerende muzikanten. Door zichzelf bloot te geven, werd ze bijvoorbeeld gezien door Martin Fondse, de dirigent en artistiek directeur van het Nationaal Jeugd Jazz Orkest van Nederland. Ondertussen voltooide ze in 2017 in Tilburg een Bachelor of Music in Jazz Studies (richting: Vocal Performance) aan de Academy of Music and Performing Arts (AMPA). Het was ook tijdens haar studie dat ze de muziek van zangeres Susanne Abbuehl ontdekte onder wie ze zou studeren in Luzern. De zangeres won verder al een belangrijke prijs, de Edison Jazz/World, die ze eerder dit jaar in ontvangst mocht nemen. Die prijs kreeg ze voor het album Listen To The Sound Of The Forest, dat ze maakte samen met pianist Sjoerd van Eijck en trompettist Koen Smits onder de naam Mudita.

Inmiddels maakte Rambags drie tijdloze albums, met het prijswinnende album als de opvallendste en meest betoverende plaat, die volgens de deskundigen ver buiten de grenzen van het veilige muzieklandschap treedt. De plaat is vooral ook een hommage aan de natuur. In een interview met deze site zegt ze over één van haar grote inspiratiebronnen. “De natuur is onbevooroordeeld. Ik kan daar zijn wie ik ben, daar is het goed. Het is natuurlijk altijd al goed en ik kan altijd zijn wie ik ben, maar in de stad, tussen de mensen, vind ik dat moeilijker. De natuur is stil, ze kan luisteren, ze kan troosten en ze waarborgt de mooiste schatten.”

De voorslagen die ze voor de maand november bedacht voor de Tilburgse beiaardautomaat, klinken helaas ver van de natuur, sterker: ze klinken midden in de stad. Voor Rambags betekende dat juist een uitdaging. “Ik zag deze compositie-opdracht als een kans om een groter publiek een positieve intentie te laten horen via muziek. Zo heb ik drie stukken geschreven: ‘Geloof (in) Jezelf’, ‘Ik ben, ik ben, ik ben bijzonder’ en ‘Luister naar je hart, volg de innerlijke stem’. Als de klokken luiden dan hoor je indirect deze krachtige affirmaties. Misschien voelen mensen ze zelfs wel”, aldus Rambags.

– Kun je iets vertellen over je achtergrond? Wanneer en waarom heb je besloten om zangeres te worden en kom je uit een muzikale familie?

“Ik ben opgegroeid in een muzikaal gezin en grootgebracht met de muziek van Pat Metheny, Jan Garbarek, Joni Mitchel en vele anderen. Er werd veel jazzmuziek geluisterd thuis. Dit heeft veel invloed gehad op mijn latere keuze in het maken van de muziek die ik nu maak: verstild, experimenteel, geïmproviseerd. Toen ik nog heel jong was zong ik al met deze muziek mee, met instrumentalisten, ik zong de solo’s. Zo heb ik op jonge leeftijd al geleerd om mijn stem als instrument te gebruiken.”

– Je noemt jezelf zangeres, componiste en improvisator. Wat doe je precies als improvisator?

“Letterlijk, vrij improviseren. In het moment voelen wat er zich aandient en die ideeën verklanken met mijn stem. Er spelen veel factoren mee tijdens het improviseren. De plek, de musici, het publiek: ze zijn allemaal van belang voor de improvisatie en voor het creëren van een stuk muziek dat er nog nooit is geweest en ook nooit meer op die manier zal terugkomen.”

– Jij ziet muziek maken als een soort noodzaak, zeg je in een interview op YouTube. Dat wat diep in je zit moet eruit gehaald worden. Verlies je met zo’n streven niet een beetje het spontane plezier in het maken van muziek als er zo’n drang in je zit om jezelf te uiten?

“Die diepe noodzaak, de drang om het diepste van mijzelf te voelen en naar buiten te laten en te delen, is het grootste geluk wat er is. Het is magie. Ik ben op zo’n moment in een diepe verbinding met mijzelf en alle andere aanwezigen. Die verbinding is heel bijzonder, want we zijn allemaal gelijk op dat moment. Dat wat diep in je zit moet eruit gehaald worden. Het klinkt zo inderdaad vrij dwangmatig, maar ik bedoel het juist als iets heel fijns: datgene wat diep in mij zit mag ik tijdens een concert of het schrijven van een compositie delen. Die noodzaak die ik daarbij voel is de intensiteit waarmee ik dan musiceer. Dat zorgt er weer voor dat de diepe verbinding kan ontstaan en alles om mij heen kan verdwijnen.”

– De muziek die je maakt wordt door muziekkenners en jezelf omschreven als ‘droomachtig’. Vind je dat ook de beste omschrijving van je werk?

“Ik zou eigenlijk niet zo goed weten hoe ik mijn eigen muziek zou moeten omschrijven. Droomachtig is één element. Je wordt door de muziek uitgenodigd om een soort reis te maken, alles los te laten en te sluimeren met jezelf en met elkaar. Om dus naar binnen te keren.”

– Hoe ben je eigenlijk in de wereld van de jazz-muziek terechtgekomen?

“Door mijn ouders. Door het luisteren naar hun muziek van jongs af en aan. Later natuurlijk door het volgen van een studie aan het conservatorium. Via die weg bouw je aan een netwerk en leer je veel musici en podia of festivals kennen.”

– Je bent ook componiste. Zitten er in jouw composities ook vaak jazz-achtige invloeden?

“Totaal niet. Ik zou mijn eigen muziek niet eens meer ‘jazz’ willen noemen. Het enige element uit de jazz dat hoorbaar is in mijn composities is de improvisatie. Mijn composities zijn niet gegrond op theoretische kennis uit de jazz. Ik verklank wat ik voel, ik schrijf heel intuïtief. De scholing die ik heb gehad op het conservatorium zorgt dat ik datgene dan ook kan noteren en delen met anderen.”

– Denk je dat je ook in de jazz-muziek was beland als je niet in Tilburg was opgeleid? Tilburg is wel een beetje dé Nederlandse jazz-stad.

“Zeker! Maar dit ligt bij jezelf, niet in een stad. Tilburg heeft een bloeiende jazz-scene met Paradox als tempel voor de muziek. Paradox voelt als mijn ‘tweede thuis’. Ik ben er al zeven jaar vrijwilliger. Ik heb er veel kansen gekregen om me muzikaal te ontwikkelen en nieuwe muziek te ontdekken. Maar jazz is overal, muziek is overal. Ik denk niet dat het uitmaakt waar je vandaan komt, waar je woont of waar je hebt gestudeerd. Het is maar net hoe je er zelf naar op zoek bent gegaan, welke keuzes je hebt gemaakt en wat je er zelf  hebt uitgehaald.”

– Met het album Listen To The Sound Of The Forest won je een Edison. Het album is een hommage aan de natuur en mystiek van het hoge noorden. Welke speciale band heb je met de natuur? En, wat heb je met het hoge noorden?

“De natuur is onbevooroordeeld. Ik kan daar zijn wie ik ben, daar is het goed. Het is natuurlijk altijd al goed en ik kan altijd zijn wie ik ben, maar in de stad, tussen de mensen, vind ik dat moeilijker. De natuur is stil, ze kan luisteren, ze kan troosten, ze waarborgt de mooiste schatten, ze is puur en oprecht, ze nodigt mij uit om ook te ‘zijn’. Noorwegen voelt als mijn thuis. Al sinds mijn babyjaren ga ik er elk jaar op vakantie, eerst met mijn ouders, nu alleen met mijn vriend. En sinds een paar jaar mag ik er ook naartoe voor de muziek. De stilte en sereniteit is heel bijzonder daar. Als ik naar de Fjorden kijk of boven op de bergen naar het nevelige berglandschap, het uitzicht, dan voelt het alsof ik daar mezelf zie. Ik ben daar, net als in het maken van muziek, helemaal verbonden met mezelf.”

– Voor je muziek heb je je ook laten inspireren door het werk de Noorse schilder Edvard Munch. Is dat niet heel erg lastig om schilderijen te vertalen naar muziek?

“Het vertalen van de schilderijen naar muziek is één van mijn manieren van componeren. Ik heb een lichte vorm van synesthesie. Dat betekent dat ik bij getallen en letters kleuren zie. Ik zie ze bij woorden, maanden en bepaalde situaties. Ze hebben kleuren en een bepaalde sterke sfeer. Wat ik met die schilderijen heb gedaan, is de kleuren vertalen naar de noten. Zo is blauw bijvoorbeeld A of Ab en groen F. Zo dient het als een soort opzet om een nieuw stuk te schrijven.”

– Je treedt op over de hele wereld. Wat was volgens jou tot nog toe het ultieme hoogtepunt in je muzikale loopbaan?

“Oei, daar heb ik geen antwoord op. Ieder moment is speciaal in haar eigen manier. Ik heb door de reizen en alle kansen en ervaringen in mijn muzikale loopbaan zoveel al mogen leren. Allereerst over mijzelf, maar ook over muziek en het leven in het algemeen. Ik heb zoveel mooie plekken ontdekt en mensen ontmoet. Dat is voor mij allemaal waardevol.”

– Voor de Tilburgse beiaardautomaat heb je vrij werk gecomponeerd voor de maand november. Ben je tevreden met hoe je compositie is geworden?

“Ja, ik ben tevreden. Ik heb nog nooit zoiets gedaan: driestemmig componeren. En al helemaal niet voor een beiaard.  Dat was dus heel bijzonder. Het componeren voelde verder als een ‘gevoelspuzzel’ maken en oplossen. Ik ben de composities op een bepaalde manier gaan schrijven volgens eenzelfde soort uitgangspunt als de kleuren vertalen naar noten: zo heeft elke letter van het alfabet een cijfer: A=1 B=2 C=3, etcetera. Ik ben woorden en zinnen gaan maken en die heb ik omgezet naar noten. In elke compositie ben ik op de C begonnen. De compositie-opdracht zag ik verder als een kans om een groter publiek een positieve intentie te laten horen via muziek. Ik heb uiteindelijk drie composities  geschreven: ‘Geloof (in) Jezelf’, ‘Ik ben, ik ben, ik ben bijzonder’ en ‘Luister naar je hart, volg de innerlijke stem’. Als de klokken luiden dan hoor je indirect deze krachtige affirmaties. Misschien voelen mensen ze zelfs wel!”

– Hebben je composities ook een titel gekregen?

“Geen algehele titel, al is het leuk om daar nog over na te denken. Voor nu hebben de drie stukken afzonderlijk van elkaar de bovengenoemde titels.”

– Wat was verder het moeilijkste onderdeel van het componeren voor de beiaardautomaat?

“Het puzzelen van de samenklinkende noten. Maar dat was ook weer het leukste. Als ik het dan had gevonden wat het moest zijn, voelde dat heel bijzonder. Toen ik de composities voor het eerst terughoorde, gespeeld door de beiaardautomaat, hoorde ik wel waar ik nog veel kan leren voor dit instrument. Niet alle harmonieën klinken even mooi of hoe ik ze bedoeld had. Dit in verband met de boventonen en het uitklinken van de noten. Daar zou ik nog meer in kunnen duiken voor een volgende keer.”

– Wanneer ben je tevreden over een eigen compositie?

“Ik ben heel snel tevreden over een compositie. Het kleinste idee is al iets krachtigs op zichzelf en heeft al iets te vertellen. Zolang je het maar met intensiteit speelt. Daarom speel ik een nieuwe compositie heel snel, ook om het meteen al vanaf het begin te laten ontwikkelen. Dat komt ook omdat de composities veel vrijheid hebben en open plekken waar ruimte is voor improvisatie. Als je improviseert is er geen goed of fout. Maar er is vaak wel één ‘criterium’ dat ik heb. Dat klinkt streng, maar de muziek moet kloppen en goed zijn. Ik moet om een eigen stuk kunnen huilen. Alsof het mijzelf heeft geraakt.”

– Heb je voor je compositie voor de Tilburgse beiaardautomaat ook aan jazz-muziek gedacht? Kun je überhaupt een beiaard jazzy laten klinken?

“Daar heb ik niet over nagedacht. Ik zou de beiaard ook niet jazzy willen laten klinken. Ik wil de beiaard laten klinken als de klanken die ik diep van binnen voel en wil delen. Ik wil de beiaardautomaat als Sanne laten klinken.”

– Je bands zijn vaak trio’s, zoals Under the Surface en Mudita. Je werkt ook nog niet onder je eigen naam. Wat ik begrijp is dat je wel muzikanten zoekt die onder jouw naam willen gaan optreden, klopt dat?

“Dat klopt. Op dit moment zit ik nog in mijn onderzoekende fase. Ik ben op zoek naar musici die op álle niveaus matchen met hoe ik mijn muziek wil vertolken. Ik ben op zoek naar de balans tussen Sanne, de zangeres, en Sanne, de instrumentalist. Ik ben net een onderzoek gestart getiteld SONNA, ‘The Resonating Voice’. Ik ga volgend jaar een solo- album maken en uitgeven onder mijn eigen label, SONNA Records, dat ik ook volgend jaar met de release van het album ga oprichten. Met het onderzoek en het solo-album wil ik nog meer de diepte in mezelf verkennen. Waar kan ik bijvoorbeeld nog naar toe met mijn stem en muziek, waar ik nog niet bij kan? Ik wil een stevige basis creëren en mijzelf met mijn stem en muziek totaal doorgronden. Zodat ik vanuit dat gevoel alles aan kan en verschillende projecten en samenwerkingen kan starten, waaronder mijn eigen ensemble. Ik begin al vaag een idee te krijgen hoe dat eruit gaat zien. Geen trio, maar een kwartet. Met een cello, een contrabas en drums.”

Bekijk hier video’s van optredens van Sanne Rambags.

Continue reading...

Ze heeft de beiaard niet in een persoonlijke ‘top 3’ van favoriete instrumenten staan, maar kan wel enorm genieten van de beiaardnoten die dagelijks over Tilburg worden uitgestrooid. “De beiaard van de Heikese kerk vind ik heel erg mooi en zuiver. Ik hou ook veel van beiaards met hele zware klanken, zoals die in het Belgische Mol. Ik ben in de loop der jaren ook veel bewuster gaan luisteren naar beiaards”, zegt Annemiek Reynders (1943).

Als lid van de beiaardcommissie en mede-oprichter van de Stichting Vrienden van de Tilburgse Beiaard, praat Annemiek graag over het carillon, waaraan ze allerlei bijzondere persoonlijke herinneringen heeft, zoals die aan het moment waarop ze thuis in de tuin zat en voor het eerst de beiaard van de Heikese kerk hoorde spelen, terwijl binnen haar huis werd verbouwd.

– Kun je vertellen hoe je ooit bij de Tilburgse beiaard betrokken bent geraakt? Bestond de stichting toen überhaupt al?

“Ik ben gevraagd om bij de Tilburgse beiaardcommissie te komen. Dat is nu 22 jaar geleden. Ik zag de plaatselijke notabelen bij Anvers naar beiaardconcerten zitten luisteren op zondagmiddag. Voor die concerten werd in die tijd nog weinig reclame gemaakt in de plaatselijke krant. Maar we gingen wél luisteren. Die luisteraars behoorden tot een club die was opgericht door een oud notaris en ‘Vrienden van de Beiaard’ werd genoemd. Het was dus nog geen stichting, al kon je wel geld doneren aan de club. En er werd ook een blaadje over de beiaard uitgegeven. Via die notaris ben ik gevraagd om bij de commissie te komen. Hij was op zoek naar jongeren, en ik was nog jong uiteraard. Ik vond het ook leuk om lid te worden. Jan van Dijk, een componist die ook doceerde aan het conservatorium, was de voorzitter van de commissie. Ik heb als enige vrouw bij het clubje mannen gezeten en veel mensen zien komen en gaan. De commissie was overigens een gemeentelijke aangelegenheid. Leden werden ook eerst gescreend voordat ze lid mochten worden. Beiaardier Carl van Eyndhoven was al tien jaar stadsbeiaardier. Later kwam ook Fons Mommers erbij, die voorzitter van de commissie werd. Wat we vooral wilden, was vernieuwing in het speelprogramma van de beiaard. En die is er ook gekomen.”

– Wanneer werd de stichting opgericht?

“Dat was voorafgaand aan de viering van het 50-jarige bestaan van de beiaard. We kwamen er toen achter dat je geen geld bij de gemeente kon aanvragen als je niet een losse stichting bent. Drie jaar geleden werd daarom de stichting opgericht.”

– In het biootje van jou op de site van de Tilburgse beiaard staat dat je het belangrijk vindt om de beiaard zichtbaar te maken bij een groot publiek. Dat is vooral door hem vaak te laten horen en zo bekender te maken in de stad. Was de beiaard twintig jaar geleden ook minder in de stad te horen dan nu?

“Zichtbaar en hoorbaar, ja. Maar de beiaard was toen al even vaak te horen als nu. Er waren ook evenveel concerten. De wekelijkse bespelingen zijn er ook altijd geweest. Er was altijd een cyclus van zomerconcerten of lente- of najaarsconcerten. Dat is niet veranderd. Ook toen was de beiaard vier keer per uur te horen.”

– Er is dus geen groei geweest in het aantal gespeelde concerten?

“Nee, dat is niet helemaal waar. We hebben wel meer ‘extra’ concerten georganiseerd. Maar dat was afhankelijk van de hoeveelheid geld die de commissie kreeg van de gemeente. We moesten roeien met de riemen die we hadden. Door meer andere fondsen aan te spreken dan vroeger kunnen we nu wel meer doen.”

– Hoe oud was je eigenlijk toen je bewust werd van de aanwezigheid van een beiaard bij jou in de buurt?

“Ik moet piepjong zijn geweest. Ik kwam in de Tilburgse binnenstad wonen. De Tilburgse beiaard leerde ik kennen op een zonnige zondagmiddag in 1974. Door verbouwingen in het huis zat ik buiten in de tuin en hoorde ik de beiaard spelen. Ik voelde me ineens helemaal ontspannen en dacht, wow, hier voel ik me thuis! Ik ben in 1943 in Amsterdam-Zuid geboren op een plek waar geen beiaard in de buurt was. Maar ik ging wel naar de Dam en hoorde ook beiaards in de stad. Ik dacht toen: dit hoort bij de stad en op de één of andere manier ook bij mij. Toen ik dat terugherkende in mijn tuin gaf me dat het gevoel van thuis zijn. Heel wonderlijk.”

– Staat de beiaard bij jou ook in een persoonlijke top 3 van favoriete instrumenten?

“Nee.”

– Staat hij dan wel in je top 10?

“Ik heb geen top 3 of top 10 van favoriete instrumenten. Ik kan wel enorm genieten van de klanken van een beiaard. De beiaard van de Heikese kerk vind ik heel erg mooi en zuiver. Ik hou ook veel van beiaards met hele zware klanken, zoals die in het Belgische Mol. Ik ben in de loop der jaren ook bewuster gaan luisteren naar beiaards in mijn omgeving. Ik ben daarom ook op zoek gegaan naar programma’s met concerten.”

– Hoe belangrijk is het volgens jou dat een stad een vaste beiaardier heeft, zoals Carl Van Eyndhoven, iemand die ook echt betrokken is bij de toekomst van de Tilburgse beiaard?

“Heel belangrijk, absoluut! Met zo’n beiaardier als Carl heb je als commissielid ook weer een speciale band, omdat je samen plannen kunt maken.”

– Wat is het leukste wat Carl Van Eyndhoven jou heeft geleerd over carillons of beiaards?

“Je weet dat Carl vol met anekdotes zit, die hij zo uit zijn mouw schudt. Ik lach me ook vaak rot om zijn verhalen. Een anekdote die hij wel eens gebruikt, is dat hij de hoogst geplaatste ambtenaar is van Tilburg. Dat vind ik wel grappig.”

– Er was sprake van dat de Heikese kerk ontheiligd gaat worden en een andere functie krijgt. Zou dit gevolgen kunnen hebben voor de toekomst van de Tilburgse beiaard?

“Voordat ik dat wist, was ik daar al bang voor dat dat zou gaan gebeuren. Maar het is wel zo dat de kerk een nieuwe culturele functie krijgt. Zo’n kerk heeft echter ook onderhoud nodig. Dus hoe maak je dat betaalbaar? Als je de kerk in de winter niet zou verwarmen, lijkt me dat niet goed voor de orgels in de kerk. De toren, inclusief inhoud, waaronder de beiaard en de beiaardautomaat, is eigendom van de gemeente. Die zal dus geld op tafel moeten leggen.”

– Als je over beiaards praat is het onderwerp steeds vaker de beiaardautomaat. Die automaat levert ook allerlei technische problemen op. Vind jij het leuk om je in dat soort zaken te verdiepen en hierover mee te praten?

“Niet over de techniek, nee. Ik heb een heel dik boek over beiaards gekocht of gekregen en daar staan allemaal van die moeilijke beschrijvingen in. Ik ben helemaal niet a-technisch, maar ik vind het zo ongelooflijk ingewikkeld. Het is mooi om te weten hoe de klepel via de aanslag bespeeld wordt. Maar ook het gieten van klokken is heel interessant. Daarom zou ik het ook heel leuk vinden om een keertje naar de Eijsbouts Klokkengieterij in Asten te gaan om daar eens rond te kijken. Dan kunnen we ook meteen naar het beiaardmuseum, want dat is daar vlak in de buurt.”

Kun je je eigenlijk voorstellen dat de beiaardier ooit wordt vervangen door een automaat, maar dat niemand dat merkt?

“Natuurlijk zal dat wel door iemand worden opgemerkt. Als Carl speelt of een andere beiaardier, dan hoor je gewoon dat er live gespeeld wordt. Dat heeft een frisheid en een directheid wat een automaat nooit kan hebben. Je hoort het ook aan het iets harder of zachter spelen. De automaat is absoluut niet de oplossing voor het ophouden met spelen.”

– De stichting vergadert altijd op zaterdagmorgen in Anvers. Jij maakt de notulen bij deze vergaderingen. Hoe lang doe je dat al?

“Daar ben ik in 2015 mee begonnen. Om kosten te besparen vergaderden we in het begin altijd bij mij thuis. Als stichting hadden ook helemaal geen geld, toen we hiermee begonnen. Daarom leek het mij handig om bij mij thuis samen te komen. Voor de koffie kon ik dan zelf wel zorgen. Anvers kwam in zicht toen Carl vaak afspraken had bij de toren en we dus het beste daar in de buurt konden afspreken.”

– De commissieleden zijn bijna allemaal ouder de 60 jaar. Maak je je al zorgen over de toekomst van de stichting als deze mensen weg gaan vallen?

“Het is heel fijn dat jij er als ‘jongere’ bij bent gekomen. Maar het moeten er natuurlijk meer worden. Dat kan alleen door erover te praten. Mensen moeten zich ook thuisvoelen in ons clubje. Dat is heel belangrijk.”

– Eind juni werd de 53ste verjaardag van de Tilburgse beiaard gevierd. Was het jubileum dit jaar anders dan in andere jaren?

“De eerste keer dat we zo’n viering hadden, was toen de beiaard precies vijftig jaar bestond. Toen hebben we de plaquette onthuld op de dag van de verjaardag van de Tilburgse beiaard. Er was verder een receptie in het Paleis Raadhuis en er waren op meerdere dagen beiaardconcerten. In de Concertzaal was een groot concert, waarin allerlei instrumenten waren te horen samen met de beiaard. Het was een heel groot programma dat we hadden samengesteld, niet te vergelijken met wat we dit jaar hebben gedaan. Het heeft ons ook heel veel energie gekost om het programma van toen te organiseren.”

Continue reading...