Zondag 14 juli, Pittsburgh PA – Heerlijk om in een zonovergoten Pittsburgh wakker te worden na een intense week van beiaardconcerten. Vijf concerten op rij in het noord-westen van de staat New York en in Pennsylvania.

Zoals vaak voorkomt in de USA waren vier van de vijf beiaarden te vinden op prachtige campussen van universiteiten. In Rochester NY hingen de klokken van het Hopeman Carillon hoog in de koepel van een prachtige bibliotheek op de campus van Rochester University, waarmee de befaamde Eastman School of Music verbonden is.

Het is altijd even wennen aan het ‘Amerikaanse klavier’ waarvan de afmetingen nogal afwijken van onze Europese standaard. Maar verder was het heerlijk spelen op dit lichte instrument. De beiaard van Alfred University (Alfred NY), uitkijkend over een prachtig park, heeft enkele ‘problematische’ klokken die ronduit vals klinken. Maar dat leek het publiek, dat grotendeels in hun auto met de ramen open en voorzien van drank en eten luisterde, niet te deren. Zoals op de andere plaatsen waren zij erg gul met hun applaus, hier in de vorm van toeterende auto’s…

De beiaard van Williamsville NY hangt in de Calvary Episcopal Church, een mooi kerkje in een groene woonwijk. De beiaard uit 1959 is een schenking van D. B. Niederlander. Hier werd de straat afgesloten en zaten de luisteraars tussen de bomen, op de straat.

Het enthousiasme van beiaardierster Gloria Werblow, die al meer dan 40 jaar dit mooie instrument bespeelt, was aanstekelijk. Opmerkelijk was ook dat college-studenten als onderdeel van hun curriculum vrijwilligerswerk deden door te helpen bij de organisatie van het concert, inclusief een hotdogkraam.

Het voorlaatste concert vond plaats in Erie PA, gelegen aan het indrukwekkende Eriemeer. Ook deze beiaard is een schenking, met name van Larry & Kathryn Smith en hangt in de toren van de gelijknamige kapel op de campus van het Behrend College. Het was heerlijk spelen op dit instrument,  dat uit 2002 dateert. De klokken werden gegoten door Meeks, Watson & Co uit Georgetown (Ohio). Heldere en transparante klokken die andermaal over een onberispelijk mooie campus klonken. Het ‘slotconcert’ vond plaats in New Wilmington PA op de campus van Westminster College: een oase van rust met de uitstraling van een oud Engels college.

Totaal onverwacht heb ik op vraag van de beiaardierster Paula Kubik in de namiddag nog een korte workshop gegeven waarbij zij met één van haar studenten vierhandige beiaardbewerkingen speelde.

Terugblikkend op deze concerten stel ik vast dat de beiaarden (en de torens waarin zij hangen) bijna altijd via schenkingen tot stand kwamen. Ook de beiaardconcerten worden gesponsord via individuele bijdragen of donaties en zijn goed georganiseerd. Het publiek komt soms al een uur op voorhand (!) plaats nemen en voedsel en drank ontbreken zelden tijdens het concert. Wat wel zorgen baart is de onzekerheid over de opvolging van de beiaardiers wanneer zij met pensioen (moeten) gaan. Zo wordt er bijvoorbeeld in Alfred al bijna drie jaar niet meer op reguliere basis gespeeld wegens een gebrek aan middelen om een opvolger aan te stellen.

Ik speelde erg gevarieerde programma’s. Hierbij waren het vooral de bewerkingen van 18de eeuwse muziek (Bergamaska, Une Jeune Fillette) en de jazz-improvisaties die erg in de smaak vielen.

En nu, via Washington en Philadelphia, op weg naar New York!

groet,

Carl Van Eyndhoven, stadsbeiaardier van Tilburg

Continue reading...

Ze heeft de beiaard niet in een persoonlijke ‘top 3’ van favoriete instrumenten staan, maar kan wel enorm genieten van de beiaardnoten die dagelijks over Tilburg worden uitgestrooid. “De beiaard van de Heikese kerk vind ik heel erg mooi en zuiver. Ik hou ook veel van beiaards met hele zware klanken, zoals die in het Belgische Mol. Ik ben in de loop der jaren ook veel bewuster gaan luisteren naar beiaards”, zegt Annemiek Reynders (1943).

Als lid van de beiaardcommissie en mede-oprichter van de Stichting Vrienden van de Tilburgse Beiaard, praat Annemiek graag over het carillon, waaraan ze allerlei bijzondere persoonlijke herinneringen heeft, zoals die aan het moment waarop ze thuis in de tuin zat en voor het eerst de beiaard van de Heikese kerk hoorde spelen, terwijl binnen haar huis werd verbouwd.

– Kun je vertellen hoe je ooit bij de Tilburgse beiaard betrokken bent geraakt? Bestond de stichting toen überhaupt al?

“Ik ben gevraagd om bij de Tilburgse beiaardcommissie te komen. Dat is nu 22 jaar geleden. Ik zag de plaatselijke notabelen bij Anvers naar beiaardconcerten zitten luisteren op zondagmiddag. Voor die concerten werd in die tijd nog weinig reclame gemaakt in de plaatselijke krant. Maar we gingen wél luisteren. Die luisteraars behoorden tot een club die was opgericht door een oud notaris en ‘Vrienden van de Beiaard’ werd genoemd. Het was dus nog geen stichting, al kon je wel geld doneren aan de club. En er werd ook een blaadje over de beiaard uitgegeven. Via die notaris ben ik gevraagd om bij de commissie te komen. Hij was op zoek naar jongeren, en ik was nog jong uiteraard. Ik vond het ook leuk om lid te worden. Jan van Dijk, een componist die ook doceerde aan het conservatorium, was de voorzitter van de commissie. Ik heb als enige vrouw bij het clubje mannen gezeten en veel mensen zien komen en gaan. De commissie was overigens een gemeentelijke aangelegenheid. Leden werden ook eerst gescreend voordat ze lid mochten worden. Beiaardier Carl van Eyndhoven was al tien jaar stadsbeiaardier. Later kwam ook Fons Mommers erbij, die voorzitter van de commissie werd. Wat we vooral wilden, was vernieuwing in het speelprogramma van de beiaard. En die is er ook gekomen.”

– Wanneer werd de stichting opgericht?

“Dat was voorafgaand aan de viering van het 50-jarige bestaan van de beiaard. We kwamen er toen achter dat je geen geld bij de gemeente kon aanvragen als je niet een losse stichting bent. Drie jaar geleden werd daarom de stichting opgericht.”

– In het biootje van jou op de site van de Tilburgse beiaard staat dat je het belangrijk vindt om de beiaard zichtbaar te maken bij een groot publiek. Dat is vooral door hem vaak te laten horen en zo bekender te maken in de stad. Was de beiaard twintig jaar geleden ook minder in de stad te horen dan nu?

“Zichtbaar en hoorbaar, ja. Maar de beiaard was toen al even vaak te horen als nu. Er waren ook evenveel concerten. De wekelijkse bespelingen zijn er ook altijd geweest. Er was altijd een cyclus van zomerconcerten of lente- of najaarsconcerten. Dat is niet veranderd. Ook toen was de beiaard vier keer per uur te horen.”

– Er is dus geen groei geweest in het aantal gespeelde concerten?

“Nee, dat is niet helemaal waar. We hebben wel meer ‘extra’ concerten georganiseerd. Maar dat was afhankelijk van de hoeveelheid geld die de commissie kreeg van de gemeente. We moesten roeien met de riemen die we hadden. Door meer andere fondsen aan te spreken dan vroeger kunnen we nu wel meer doen.”

– Hoe oud was je eigenlijk toen je bewust werd van de aanwezigheid van een beiaard bij jou in de buurt?

“Ik moet piepjong zijn geweest. Ik kwam in de Tilburgse binnenstad wonen. De Tilburgse beiaard leerde ik kennen op een zonnige zondagmiddag in 1974. Door verbouwingen in het huis zat ik buiten in de tuin en hoorde ik de beiaard spelen. Ik voelde me ineens helemaal ontspannen en dacht, wow, hier voel ik me thuis! Ik ben in 1943 in Amsterdam-Zuid geboren op een plek waar geen beiaard in de buurt was. Maar ik ging wel naar de Dam en hoorde ook beiaards in de stad. Ik dacht toen: dit hoort bij de stad en op de één of andere manier ook bij mij. Toen ik dat terugherkende in mijn tuin gaf me dat het gevoel van thuis zijn. Heel wonderlijk.”

– Staat de beiaard bij jou ook in een persoonlijke top 3 van favoriete instrumenten?

“Nee.”

– Staat hij dan wel in je top 10?

“Ik heb geen top 3 of top 10 van favoriete instrumenten. Ik kan wel enorm genieten van de klanken van een beiaard. De beiaard van de Heikese kerk vind ik heel erg mooi en zuiver. Ik hou ook veel van beiaards met hele zware klanken, zoals die in het Belgische Mol. Ik ben in de loop der jaren ook bewuster gaan luisteren naar beiaards in mijn omgeving. Ik ben daarom ook op zoek gegaan naar programma’s met concerten.”

– Hoe belangrijk is het volgens jou dat een stad een vaste beiaardier heeft, zoals Carl Van Eyndhoven, iemand die ook echt betrokken is bij de toekomst van de Tilburgse beiaard?

“Heel belangrijk, absoluut! Met zo’n beiaardier als Carl heb je als commissielid ook weer een speciale band, omdat je samen plannen kunt maken.”

– Wat is het leukste wat Carl Van Eyndhoven jou heeft geleerd over carillons of beiaards?

“Je weet dat Carl vol met anekdotes zit, die hij zo uit zijn mouw schudt. Ik lach me ook vaak rot om zijn verhalen. Een anekdote die hij wel eens gebruikt, is dat hij de hoogst geplaatste ambtenaar is van Tilburg. Dat vind ik wel grappig.”

– Er was sprake van dat de Heikese kerk ontheiligd gaat worden en een andere functie krijgt. Zou dit gevolgen kunnen hebben voor de toekomst van de Tilburgse beiaard?

“Voordat ik dat wist, was ik daar al bang voor dat dat zou gaan gebeuren. Maar het is wel zo dat de kerk een nieuwe culturele functie krijgt. Zo’n kerk heeft echter ook onderhoud nodig. Dus hoe maak je dat betaalbaar? Als je de kerk in de winter niet zou verwarmen, lijkt me dat niet goed voor de orgels in de kerk. De toren, inclusief inhoud, waaronder de beiaard en de beiaardautomaat, is eigendom van de gemeente. Die zal dus geld op tafel moeten leggen.”

– Als je over beiaards praat is het onderwerp steeds vaker de beiaardautomaat. Die automaat levert ook allerlei technische problemen op. Vind jij het leuk om je in dat soort zaken te verdiepen en hierover mee te praten?

“Niet over de techniek, nee. Ik heb een heel dik boek over beiaards gekocht of gekregen en daar staan allemaal van die moeilijke beschrijvingen in. Ik ben helemaal niet a-technisch, maar ik vind het zo ongelooflijk ingewikkeld. Het is mooi om te weten hoe de klepel via de aanslag bespeeld wordt. Maar ook het gieten van klokken is heel interessant. Daarom zou ik het ook heel leuk vinden om een keertje naar de Eijsbouts Klokkengieterij in Asten te gaan om daar eens rond te kijken. Dan kunnen we ook meteen naar het beiaardmuseum, want dat is daar vlak in de buurt.”

Kun je je eigenlijk voorstellen dat de beiaardier ooit wordt vervangen door een automaat, maar dat niemand dat merkt?

“Natuurlijk zal dat wel door iemand worden opgemerkt. Als Carl speelt of een andere beiaardier, dan hoor je gewoon dat er live gespeeld wordt. Dat heeft een frisheid en een directheid wat een automaat nooit kan hebben. Je hoort het ook aan het iets harder of zachter spelen. De automaat is absoluut niet de oplossing voor het ophouden met spelen.”

– De stichting vergadert altijd op zaterdagmorgen in Anvers. Jij maakt de notulen bij deze vergaderingen. Hoe lang doe je dat al?

“Daar ben ik in 2015 mee begonnen. Om kosten te besparen vergaderden we in het begin altijd bij mij thuis. Als stichting hadden ook helemaal geen geld, toen we hiermee begonnen. Daarom leek het mij handig om bij mij thuis samen te komen. Voor de koffie kon ik dan zelf wel zorgen. Anvers kwam in zicht toen Carl vaak afspraken had bij de toren en we dus het beste daar in de buurt konden afspreken.”

– De commissieleden zijn bijna allemaal ouder de 60 jaar. Maak je je al zorgen over de toekomst van de stichting als deze mensen weg gaan vallen?

“Het is heel fijn dat jij er als ‘jongere’ bij bent gekomen. Maar het moeten er natuurlijk meer worden. Dat kan alleen door erover te praten. Mensen moeten zich ook thuisvoelen in ons clubje. Dat is heel belangrijk.”

– Eind juni werd de 53ste verjaardag van de Tilburgse beiaard gevierd. Was het jubileum dit jaar anders dan in andere jaren?

“De eerste keer dat we zo’n viering hadden, was toen de beiaard precies vijftig jaar bestond. Toen hebben we de plaquette onthuld op de dag van de verjaardag van de Tilburgse beiaard. Er was verder een receptie in het Paleis Raadhuis en er waren op meerdere dagen beiaardconcerten. In de Concertzaal was een groot concert, waarin allerlei instrumenten waren te horen samen met de beiaard. Het was een heel groot programma dat we hadden samengesteld, niet te vergelijken met wat we dit jaar hebben gedaan. Het heeft ons ook heel veel energie gekost om het programma van toen te organiseren.”

Continue reading...

De Tilburgse beiaard mocht onlangs een aparte bezoekster verwelkomen hoog in de toren van de Heikese kerk. Niemand minder dan de 10-jarige Tilburgse scholiere Astrid Lennarts bracht samen met haar moeder een bliksembezoek aan het Tilburgs carillon. Dat alles met een speciale reden: “Op school zijn een aantal commissies waar kinderen lid van zijn”, vertelt Astrid. “Zelf zit ik in de kunstcommissie. Daarin mogen leerlingen zelf bedenken wat we aan de klas willen laten zien. Als de hele commissie het daar dan mee eens is, kun je gaan organiseren. De commissie koos voor de Tilburgse beiaard. Daarom kom ik nu alvast langs om een kijkje te nemen.”

Volgens Astrid was het een hele aparte ervaring om de tocht omhoog te maken. Boven was vooral de beiaard zelf leuk om te zien, maar ook het mooie uitzicht over Tilburg. “In de toren heb ik ook de automatische beiaard gezien. De uitleg die ik daarover kreeg was niet al te moeilijk.” Over het geluid dat de klokken maken zegt ze: “Dat geluid vind ik wel grappig en apart, haha, vooral omdat de meeste instrumenten niet zo hard klinken. De beiaard hoor je over de hele stad. En daarom kun je ook iets spelen dat iedereen beneden kan horen.”

Uiteraard mocht Astrid ook zelf een stukje op de beiaard spelen. “Als het goed is, heeft de hele stad mij heel kort Vader Jacob horen spelen. Maar dan wel iets langzamer dan normaal.”

Op vrijdag 28 juni as. krijgt de groep van Astrid op Den Bijstere ook nog bezoek van beiaardier Carl van Eyndhoven. “Die gaat ons dan dingen vertellen over zijn werk. En zelf mag ik ook nog iets vertellen. Bijvoorbeeld dat ik voor mijn klimtocht naar boven in totaal 202 treden op moest. En als je dan boven je hoofd naar buiten kunt steken, zijn er in totaal nog tien treden te gaan door een kleine ladder te beklimmen.”

Of ze ook vragen had aan de beiaardier? “Ja hoor. Ik heb eerst vragen gesteld over de klokken. Maar ik wilde ook weten in hoeverre de beiaard lijkt op een piano en of deze instrumenten iets mee elkaar te maken hebben.” Moeder Myra zegt verder dat er deze keer wel een heel apart onderwerp is uitgekozen voor een speciale les. “Meestal verzint de kunstcommissie iets met tekenen of schilderen. De beiaard is toch weer heel iets anders.”

Dat haar moeder mee klom naar boven, vond Astrid overigens wel zo prettig. “Het was toch wel spannend zo’n hele tocht naar boven. Al ben ik onderweg niet zo heel moe geworden. Tijdens het klimmen was er telkens een stukje waar ik even kon uitrusten en uitleg kreeg over iets dat met de beiaard te maken had.”

Stadsbeiaardier Van Eyndhoven kijkt met een leuk gevoel terug op het bezoek van de Tilburgse tiener. “Het was een heel leuke ervaring omwille van de totaal onbevangen, frisse blik die Astrid had op de toren, de klokken en het beiaardklavier. Een heel slimme opmerking of vraag van haar was, toen ik de automaat liet spelen en zij veel toetsen tegelijkertijd zag bewegen, ‘dat het voor mij toch niet mogelijk was om dit ook zelf te spelen’. Met andere woorden: zij had perfect door wat het verschil is tussen een beiaardautomaat en een beiaardier die zelf speelt.”

Grappig vond Van Eyndhoven daarnaast dat het nummer ‘Arcade’ van Duncan Lawrence dat hij als extraatje speelde Astrids lievelingslied bleek te zijn.

Hoelang de les aan groep 7 van Den Bijstere gaat duren, kan de beiaardier nog niet precies vertellen. “Dat is nog niet bepaald”, zegt hij. “Maar ik vermoed een uur tot maximaal tachtig minuten. Wat ik de klas zeker ga vertellen, is hoe klokken of beiaarden al heel veel eeuwen muziek en klank in de stad hebben gebracht die door iedereen beluisterd kunnen worden. Ik vergelijk de beiaard of beiaardautomaat ook vaak met een populaire radiozender. Wat ik verder hoop is dat we samen het Tilburgs klokkenlied in de klas kunnen gaan zingen. We zullen wel zien.”

Continue reading...

“Lieve vriendjes uit Tilburg, deze maand zal de beiaard van de Heikese Kerk, die tegenover de FHK, nieuwe melodietjes van mijn hand ten gehore brengen, en dat wel vier keer per uur, elke dag”, schrijft componiste en pianiste Eveline Vervliet (1997) trots op haar Facebookpagina. De jonge Belgische musicus in opleiding kreeg van de Stichting Vrienden van de Tilburgse Beiaard de leuke klus om korte uurstukken te schrijven voor de Tilburgse beiaardautomaat. Iets wat ze met veel enthousiasme deed.

Als introductie van deze talentvolle Belgische lezen we het beste haar bio op haar persoonlijke website. Als kind nam Eveline viool- en pianolessen op haar plaatselijke muziekschool, zo schrijft ze in haar bio. Aan het einde van de middelbare school besloot ze te doen waar ze al een tijdje van droomde: een professionele pianiste worden. Zo besloot ze na een jaar ‘Kunsthumaniora’ in Antwerpen te hebben gestudeerd over te stappen naar een bachelorstudie aan de Academie voor Muziek en Podiumkunsten in Tilburg, alwaar ze begeleid zou worden door pianodocent Nicolas Callot.

Voor haar opleiding zit ze inmiddels in haar derde bachelor voor piano en tweede bachelor voor compositie. “Door de jaren heb ik verschillende masterclasses gevolgd en deelgenomen aan enkele wedstrijden”, zegt Eveline. “Als musicus ligt mijn focus vooral op de uitvoering van moderne en nieuwe muziek, als pianiste en – in bredere zin – als performer.” Na deelname, in 2016, aan de Nadar Summer Academy, een zomercursus over nieuwe muziek georganiseerd en gecoached door het Belgische Nadar-ensemble, begon ze haar eigen concepten, geluiden en muziek te creëren. Sinds september 2017 studeert Eveline – naast klassieke piano – Compositie in Tilburg en krijgt ze onder meer les van Anthony Fiumara, de Tilburgse stadscomponist. Hoogste tijd dus voor een gesprek met Eveline!

– Kun je nog iets meer over je achtergrond vertellen?

“Ik ben geboren in 1997 en sinds mijn zevende woonachtig in Waasmunster. Dat was ook mijn leeftijd waarop ik begon met vioollessen te volgen. Aangezien ik het niet kon laten om mezelf de liedjes uit de pianoboeken van mijn grote broer te leren, kon ik een jaar later óók met pianolessen starten op de muziekschool. Beide instrumenten heb ik volgehouden tot mijn negentiende. Wegens te weinig tijd en lichamelijke klachten moest ik toen helaas wel stoppen met viool. Maar toen ik 17 jaar was ontstond voor het eerst het idee om piano te studeren.”

– Je bent ook componiste en vooral actief met het componeren van nieuwe muziek. Wat is nieuwe muziek eigenlijk, simpel uitgelegd? En wanneer benoem je een stuk muziek als nieuw?

“Dat is een te moeilijke vraag om een simpel antwoord op te geven. Maar de gemakkelijke oplossing is te zeggen dat nieuwe muziek alle muziek is die kortgeleden gecomponeerd is. Alleen is het begrip ‘kortgeleden’ relatief: zo zal een tien jaar oud liedje in de popwereld simpelweg als oud worden bestempeld, maar durven sommige mensen de muziek van Ferneyhough uit de jaren ’80-’90 nog wel eens ‘nieuw’ te noemen. Ik kies zelf liever voor de term ‘hedendaags’, omdat ik daar gemakkelijker een tijdspanne van 0-10 jaar aan kan geven, terwijl ik de term ‘nieuw’ behoud voor composities van de laatste twee jaar.”

– Als musicus ligt je focus behalve op het uitvoeren van nieuwe muziek ook op je rol als performer, las ik op je website. Communiceer jij ook veel met je publiek en op welke manier doe je dat dan?

“Het is inderdaad zo dat dat mijn doel is, maar tot nog toe ben ik er niet in geslaagd, of heb ik daar nog niet de mogelijkheid toe gehad. Wat me aanspreekt is om concerten zo te programmeren dat afzonderlijke muziekstukken met elkaar verbonden zijn door een samenhangend verhaal, en dit met andere elementen, zoals tekst, objecten, video, audio, vorm te geven, waarbij ik de rol van ‘muzikant’ wil uitbreiden tot die van een veelzijdige ‘performer’.”

– Je maakt niet alleen op het concertpodium muziek, maar ook op vrij ongewone plekken, zoals midden in het bos. En dan ook nog terwijl het daar al nacht is. Kun je daar meer over vertellen?

“Ik ben sinds augustus 2017 lid van het Collectief Publiek Geluid, een groep van circa twaalf (semi-)professionele artiesten die zich focust op het creëren van geluid in de openbare ruimte. We zijn opgericht na een call van de Belgische organisatie Musica. Hun hoofdkantoor ligt in Pelt, vlak naast ‘het Klankenbos’. Dit bos herbergt de grootste verzameling van klankinstallaties in de open lucht van heel Europa. In April 2018 organiseerden we de ‘Klankenbos Nocturne’, een wandeling door het bos met op verschillende plaatsen een performance. Als onderdeel hiervan schreef ik de ‘Etude in het Duister nr.1’, een stuk voor viool, percussie, gitaar.”

– In één van je nachtelijke performances was zelfs een rol weggelegd voor drie gloeilampen. Wat was de functie hiervan?

“Ik wilde een audio-visueel werk maken waarbij beide elementen gelijkwaardig aan elkaar waren, dit om de intensiteit van de ervaring voor het publiek te versterken. De rol van de gloeilampen was daarmee gelijkaardig en gelijkwaardig aan die van de instrumentalisten, alleen brachten ze geen klank maar licht voort. Iedere lamp hing boven één van de muzikanten, en ‘speelde mee’ met diens muziek. Voor het festival OORtreders in oktober 2018, schreef ik de ‘Etude in het Duister nr.2’,  waarbij ik de muzikale en visuele elementen uit het eerste stuk verder uitdiepte. Het eerste stuk was voor ons – de creatoren en uitvoerders – een nieuw experiment, waarbij de muziek, de structuur en de coherentie tussen audio en licht eerder basaal en elementair bleven. In het tweede stuk wilden we deze elementen verder compliceren, zonder het voor het publiek onbegrijpelijk te maken. Het volgende stadium zou kunnen zijn om het aantal lichten uit te breiden, waardoor de coherentie tussen geluid en licht voor het publiek misschien wegvalt. Dan kunnen we zien of de mensen het werk nog steeds waarderen. Zo kun je ook de locatie wijzigen of het instrumentarium veranderen of vergroten, etc. We hebben nog veel ideeën dus.”

– Wat vind je zo bijzonder of leuk aan dit soort nachtelijke projecten?

“Het ging zowel om het feit dat het donker was, als om het feit dat het optreden in de buitenlucht in een bos plaatsvond. Wanneer we overdag in het bos repeteerden, kwam het stuk niet volledig tot zijn recht. Dit heeft deels natuurlijk te maken met het feit dat er een belangrijke rol voor de lampen was weggelegd. Maar door het donkere bos ontstaat er een heel andere, speciale sfeer. Wij zijn als mensen meer op onze hoede in het donker, omdat ons nachtelijk zicht zeer beperkt is. Een ander groot verschil is dat de vogels ’s nachts ophouden met fluiten. Deze twee elementen zorgen er volgens mij voor dat onze visuele en auditieve zintuigen scherper worden, waardoor het stuk intenser wordt beleefd dan wanneer het in een concertzaal wordt uitgevoerd.”

– Hoe schrijf je muziek voor de nacht zonder de nacht te verstoren?

“Interessante vraag. Zo had ik er nog niet over nagedacht. Ik vond eerder dat de nachtelijke geluiden mijn stuk verstoorden, haha. Goh ja, voor nu heb ik daar eerlijk gezegd nog geen antwoord op. Maar ik houd de vraag in mijn achterhoofd voor de volgende keer als ik weer een nachtelijk optreden doe of een werk voor het duister maak.”

– Met je compositie Proprius Capio maakte je zelfs een uitstapje naar de wereld van neurologie. Jij wilde met je compositie te weten komen hoe het is om in plaats van het gevoel met je lichaam via je zogenaamde ‘proprioceptie’,  je gevoel met je instrument te verliezen. Vertel daar eens iets meer over…

“Dit werk schreef ik voor mijn deelname aan de Nadar Summer Academy 2017, een jaarlijkse zomeracademie in Sint-Niklaas, georganiseerd door het Belgische Nadar Ensemble die zich specialiseert in het uitvoeren van hedendaagse muziek. Het werk is geschreven voor klarinet, percussie, piano, viool en cello en bestaat uit vier delen. Het eerste deel, ‘Forschung’, is als het ware de ontdekking van het verlies van hun capaciteiten, waarbij de muzikanten opnieuw moeten leren hoe het instrument eigenlijk werkt. Zo kloppen de violist en cellist op hun klankkasten en probeert de klarinettist op zijn instrument te blazen. Het tweede en derde deel ‘Angst… und Begeisterung’ gaan op een meer abstracte manier om met de gevolgen van dit verlies. De muzikanten spelen hierbij wel op hun instrumenten zoals ze voorheen konden, maar verklanken de emoties die ze in het vorige deel zouden voelen: eerst en vooral angst en woede, maar ten slotte moed om door te gaan. Het vierde deel is een overgang van het normale spel tot het onderzoek van het eerste deel, waarbij je het omgekeerde effect van het eerste deel krijgt.”

– Eén van de Tilburgse ensembles waarin je actief was, was FC Jongbloed. Waar kwam die naam vandaan?

“Dit heb ik me zelf ook een tijdje afgevraagd. Nu weet ik dat F.C. staat voor Fontys Conservatorium.”

– Hoeveel composities heb je eigenlijk al op je naam staan? En welke compositie is je het dierbaarst en waarom?

“Momenteel heb ik twaalf composities op mijn naam staan, waaronder twee audiovisuele werken en drie elektro-akoestische werken. De rest zijn puur akoestische composities. Het stuk dat ik als laatste heb geschreven, ‘Jamie’s Super Quick [Vegan] Hummus’, is me echt heel dierbaar. Een connectie als met deze compositie heb ik nog niet eerder zo sterk gevoeld. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat ik momenteel bezig ben met repetities in de aanloop naar de première op 28 november, die trouwens in het Academietheater op de Fontys Hogeschool plaatsvindt. Ik speel zelf namelijk mee als bespeler van de elektronica. Met dit werk ben ik wel een stuk dichter bij het uiteindelijke doel gekomen sinds mijn eerste composities in de zomer van 2016. Ik zou meer kunnen vertellen, maar ik wil nog niets verklappen vóór de première.”

– Voor de Tilburgse Beiaard heb je de korte uurstukken gecomponeerd voor de maand mei. Ben je tevreden met hoe de composities zijn geworden?

“Deze composities zijn, vergeleken met mijn ander werk, een stuk ‘braver’ en ‘tonaler’. Dat was voor mij echt een uitdaging, en ik ben zeker blij met de uitkomst van het werk. Ik vond het sowieso een erg leuke opdracht. Normaal gezien wordt je stuk slechts enkele keren – of soms zelfs maar één keer –  gespeeld, terwijl deze stukken wel tientallen keren op één dag weerklinken. Een groot contrast!”

– Iemand die werk van je heeft gespeeld was onze stadsbeiaardier Carl Van Eyndhoven. Dat was het nummer getiteld ‘Hunted’. Hoe verliep die samenwerking?

“Eerlijk gezegd had ik 1,5 jaar geleden nog geen idee wat een beiaard was. In maart 2018 kregen we als compositiestudenten een masterclass van Carl, en toen werd mijn interesse in het instrument gewekt. Via Carl kreeg ik ook te horen dat de Nederlandse Klokken Vereniging een compositiewedstrijd voor beiaard uitzond. Daar heb ik aan deelgenomen met het werk Hunted, wat ik aan Carl heb opgedragen. Daar heb ik uiteindelijk een hoofdprijs mee heb gewonnen, en Carl heeft het stuk op de prijsuitreiking gespeeld. Ik heb met hem een erg fijn contact gehad. Hij heeft me inderdaad verteld dat hij Hunted, zoals de compositie heet, een goed werk vindt en het graag speelt.  Aan de andere kant prijs ik hem voor zijn interpretatie.”

– Hoe speciaal is de beiaard voor jou als instrument?

“De beiaard is een zeer speciaal instrument, aangezien elke beiaard op zich uniek is. Dat is een uitdaging die je bij het schrijven voor reguliere instrumenten niet hebt. Net zoals ik graag weet voor welke muzikanten als personen ik schrijf, vind ik het leuk om me tijdens een compositieproces voor te kunnen stellen hoe een bepaalde stem of beiaard klinkt, aangezien elke stem of beiaard uniek is. Dat heb je veel minder met reguliere instrumenten – al is dat soort uniekheid steeds minimaal aanwezig. Zowel Hunted als de pas gecomponeerde uurstukken schreef ik speciaal voor de carillon van de Heikese Kerk. Daardoor creëer je een soort band met dat instrument, wat je met andere beiaarden niet hebt. Anders, maar gelijkaardig, aan de band die je als muzikant met een instrument hebt.”

– Eén van je specifieke interesses is technologie. In welke zin of hoedanigheid vormt technologie ook onderdeel van je werk?

“Ik heb twee cursussen gevolgd in de analoge Willem II-studio’s in Den Bosch. In mijn eigen werk houd ik me vooralsnog vooral bezig met live electronics waarbij ikzelf live – tijdens het concert – samples trigger door middel van de software PD-Extended. Dit heb ik gedaan in mijn stuk ‘ex<IN>tended’ met klarinet en altviool, en in mijn nieuwste werk ‘Jamie’s Super Quick [Vegan] Hummus’ met zang en piano. Enkele weken geleden heb ik de Ableton Live Suite 10 aangekocht, waarmee ik momenteel leer werken. Dan wil ik meer aan de slag gaan met het live manipuleren van akoestische instrumenten, en performances met puur elektronica – zonder instrumenten dus.”

– Verdiep jij je ook in beiaardautomaten? Zo ja, heeft je dat geholpen bij het maken van de korte uurstukken?

“Daar heb ik me nog niet in verdiept, al lijkt het me wel eens interessant om te doen.”

– Dank voor dit interessante interview!

“Graag gedaan!”

Continue reading...

Janno den Engelsman studeerde orgel, klavecimbel en kerkmuziek aan het Utrechts Conservatorium. Na deze studie volgde hij privé-lessen bij de organist Liuwe Tamminga in Bologna. Hij won prijzen op orgelconcoursen in Leiden (1996) en Nijmegen (2002) . In 2006 werd hem voor zijn muzikale werkzaamheden de Sakko Cultuurprijs voor Kunsten en Letteren toegekend.

Na het behalen van het Master-diploma in 2007 aan de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort, volgde hij aanvullende beiaardcursussen bij Geert D&#39;hollander. Van 2009 tot 2013 was hij bestuurslid van de Nederlandse Klokkenspel Vereniging. Hij concerteerde o.m. in de Verenigde Staten en Polen. Als beiaardier speelde hij bij het Festival Oude Muziek in Utrecht. Janno den Engelsman is organist-titularis van de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom en stadsbeiaardier van Middelburg, Bergen op Zoom en Zierikzee.

Continue reading...

Wim Van den Broeck (1974) startte op volwassen leeftijd met muziekstudies voor orgel en beiaard. Orgel studeerde hij bij Carl Van Eyndhoven en Luc De Winter. Beiaard studeerde Wim vanaf 2008 bij Teun Michiels in de academie voor muziek en woord te Diest en vervolgens in de Koninklijke beiaardschool te Mechelen waar hij les kreeg van Eddy Mariën (beiaardliteratuur- campanologie), Erik Vandevoort (harmonie en compositie) en improvisatie bij Tom Van Peer en aldaar afstudeerde in 2013. In zijn thuisgemeente Meerhout kreeg Wim de gemeentelijke cultuurprijs uitgereikt in 2013 voor zijn diverse muzikale verdiensten. Wim is momenteel beiaardier in Diest, Genk en Peer en organist te Meerhout en Laakdal.

Continue reading...

Stadsbeiaardier van Utrecht en Nijmegen. Malgosia studeerde aan de Muziek Academie van Gdansk, alwaar zij haar Master of Music behaalde voor orgel en koordirectie. In 1999 volgde ze de cursus beiaard bij Gert Oldenbeuving en werd de eerste na-oorlogse beiaardier van de St. Catharinakerk na 60 jaar stilte. Na twee jaar werd ze tevens benoemd tot beiaardier van de stadhuisbeiaard in het centrum van Gdansk. In 2004 verhuisde ze naar Nederland en behaalde een jaar later een Bachelor of Music in Carillon Performance met Arie Abbenes bij de Nederlandse Beiaardschool. Ze studeerde af als Master of Music in juni 2007 met Frans Haagen en Henk Verhoef.

Malgosia behaalde reeds verscheidene eerste prijzen bij internationale beiaardcompetities en gaf beiaardconcerten in heel Europa, Curaçao, Australië en de VS. Opnames van haar eerbetoon op de Domtoren voor de overleden artiesten David Bowie en Avicii zijn viral gegaan en zijn miljoenen keren over de hele wereld bekeken.

Continue reading...

Wie zijn website bezoekt, kan lang dwalen door een rijk en interessant verleden als componist en muzikant, maar ook van alles vinden over recente projecten. De in 1959 in Tilburg geboren Jacq  Palinckx is al sinds 1981 actief in de muziek. In zijn ‘bio’ staat een overzicht van meer dan vijftien muziekgroepen waarin hij actief was en ruim tien festivals in binnen- en buitenland waarop hij acte de presence gaf.

Belangrijke groepen waarbij hij betrokken was als muzikant waren onder meer Palinckx, het Guus Janssen septet, het Maarten Altena Ensemble, het Beukorkest en de formatie Big Bamboozle. Hij was verder de vaste componist van theatergroep Drieons (1989-2009), was (mede-)regisseur van verschillende theatervoorstellingen, ontpopte zich als documentairemaker en maakte geluidsinstallaties en geluidssculpturen voor tentoonstellingen. Tussendoor schreef hij ook muziek voor gezelschappen als het Mondriaankwartet, het Aquarius-ensemble en de David Kweksilber Big Band. Bijzonder was verder het Maximal Music!-project, waarvoor hij ultrakorte composities maakte voor verschillende muzikanten en ensembles.

In Tilburg is hij sinds 2009 bekend als medeoprichter en groepslid van de band VLEK, een gezelschap van Brabantse musici. Op zijn site schrijft hij hierover: “VLEK speelt eigen composities van alle bandleden. De muziek is een mix van hypnotiserende grooves en vrije improvisatie.” VLEK maakte tot nu toe twee CD’s: Speck en Smoking Gun. Een derde staat volgens Palinckx op stapel.

Wie zijn composities wil horen, kan tegenwoordig ook terecht op zijn uitgebreide YouTube-kanaal, alwaar bijna tweehonderd video’s zijn te bewonderen. In 2017 verscheen op het Portugese label Creative Resources Recordings de eerste CD van FRAQX, het gitaarduo van Palinckx en componist en muzikant Frank Crijns. Behalve optredens met zijn bands VLEK en FRAQX speelt Palinckx ook soloconcerten en is hij de vaste gastgitarist van de groep Blunt Axe.

Nog niet op zijn site staat een vermelding van de korte uurstukken die hij componeerde voor de Tilburgse beiaardautomaat. “Ik heb geprobeerd om soms wat van de manier van spelen van stadsbeiaardier Carl Van Eyndhoven in de korte stukken van maximaal vijftien seconden te verwerken”, zegt Palinckx. Reden om de Tilburgse componist op deze site eens flink in het zonnetje te zetten.

– Jij bent één van Tilburgs bekendste componisten. Ben je daar erg trots op of ben niet zo’n navelstaarder?

“Eerlijk gezegd zie ik niet zo’n tegenstelling: ik ben er trots op, maar ik ben ook geen navelstaarder.”

– Je bent ooit opgeleid tot docent tekenen. Vanwaar de switch van tekenen naar muziek?

“Al tijdens mijn opleiding raakte ik verzeild in de muziekwereld. Ondanks dat ik misschien meer aanleg heb als tekenaar en schilder raakte ik steeds minder tevreden over mijn beeldend werk en kreeg steeds meer ideeën voor muziek. Ik had op een gegeven moment de keuze: ga ik nog een 1e graads-diploma halen of met mijn groep mijn eerste elpee opnemen? Het is dat laatste geworden. De laatste tien jaar ben ik trouwens weer beeldend werk gaan maken. Het lukt me nu uiteindelijk om de twee disciplines te combineren.”

– Je hebt in een heleboel muziekgroepen gezeten en op veel belangrijke festivals gestaan. In welke groepen heb je je als componist het best kunnen ontwikkelen?

“Dat was mijn eigen groep Palinckx. Daar zat alles in: schrijven voor kleine bezetting, die qua idioom soms tegen rockmuziek aanschurkten en improvisatie-elementen bevatten. Daarnaast hadden we vaak projecten waar ook ‘klassieke’ musici meededen. Je leert dan ook erg veel van de musici waarmee je samenwerkt, zoals het Mondriaankwartet en het Asko-Ensemble.”

– Je hebt ook allerlei interessante muzikale projecten op je naam staan, waaronder The psychedelic Years, Palinckx Dekt Tafel en The Fab8. Wat was de grote lijn in al deze projecten?

“Eigenlijk is er geen lijn. Soms had ik – of hadden we als band – ideeën die we niet met vier of vijf mensen konden doen. Ik had bijvoorbeeld voor The Psychedelic Years een soort muzikaal essay in mijn hoofd waar naast de band ook zangers en een kamerorkest bij moesten. Bij Palinckx Dekt Tafel zochten we juist de intimiteit van een soort huiskamer op met meestal één gast die niet uit de muziekwereld kwam.”

– Op je omvangrijke YouTube-kanaal staat zelfs echte R&R-muziek! Schrijf je nog steeds van dit soort rauwe nummers of ben je daarmee gestopt?

“Om de zoveel tijd komt er weer iets in die richting uit, dat raak ik niet meer kwijt, denk ik. De laatste cd van VLEK opent met mijn stuk Grand Hotel. Dat begint als een soort Free-jazz-stuk, maar eindigt met heftige metal. In de tijd dat Palinckx een echt rock-bezetting had  – met gitaar, bass, drums, zang en draaitafels – lag het natuurlijk meer voor de hand om R&R te maken.”

– Vorig jaar heb je op de Typo Berlin ook een lezing gehouden. Waar ging deze lezing over?

“Hier moet ik je corrigeren: de lezing werd gegeven door het typografen collectief Underware. Ik had daar een aantal muzikale bijdrages in. De lezing ging vooral over lettertypes die variabel zijn en niet altijd de dezelfde vorm hebben. De lezing, en het hele festival, eindigde met een letter op een scherm die live van vorm veranderde als de muziek veranderde. Een duet van gitaar met een letter a, dus. En dat op het Woodstock van de typografie!”

– Eén van je muziekprojecten waarmee je nu nog zeer actief bent is VLEK. Daarmee speel je eigen composities en composities van andere bandleden. De muziek omschrijf je als ‘een mix van hypnotiserende grooves en vrije improvisatie’. Zijn deze composities ook goed te spelen op een beiaard?

“Het zou een uitdaging zijn. In eerste instantie zou ik zeggen dat het onmogelijk is. Maar dat maakt het juist erg interessant. Ik ben er altijd in geïnteresseerd om onmogelijkheden als uitgangspunt te nemen.”

– Met je project genaamd ‘Maximal Music!’ heb je veel ervaring opgedaan met het schrijven van ultrakorte composities voor zeer uiteenlopende bezettingen. Heeft die praktijkervaring het ook makkelijker gemaakt om de korte stukken voor de beiaard te componeren?

“Jazeker. De muziek die ik voor de beiaardautomaat gemaakt hebt is 100% Maximal Music! Het is een tweede natuur geworden om tot de kern van de zaak door te dringen en in zeer korte tijd een muzikaal statement te maken.”

– Voor de beiaard heb je al een aantal korte kernachtige composities op je naam staan. Klinken deze volgens jou heel anders dan je nieuwe uurstukken voor de Tilburgse beiaard?

“De uurstukken zijn ontleend aan de compositie ‘Le Musée d’Une Nuit (à René Margritte)’. Er zijn dus veel overeenkomsten. Ik heb zelfs in de uurstukken soms wat van de manier van spelen van stadsbeiaardier Carl Van Eyndhoven verwerkt. Uiteraard heb ik ook gebruikgemaakt van de automaat. Een mens heeft slechts twee armen en twee benen. Voor Le Musée d’Une Nuit (à René Margritte) was ik me daarvan bewust bij het componeren van elke noot. Bij de automaat hoef je daar totaal geen rekening mee te houden.”

– Wat was het meest uitdagende bij het componeren van de nieuwe uurstukken voor de beiaard?

“Om de muziek toch precies in de korte tijdspanne te krijgen. Vijftien seconden is zelfs voor een componist van Maximal Music! erg kort. Maar toch ook vooral om iets te maken wat opgemerkt moet worden, maar ook moet ‘blenden’ in de stad. Ik was op zoek naar een soort prettige vervreemding.”

– Wanneer ben je tevreden over een eigen compositie?

“Als ik niet meer het idee heb dat er nog iets aan veranderd moet worden. Meestal gaat dat gelijk op met het gevoel dat er een soort afstand tussen mij en de compositie is ontstaan. Het zou dan ook muziek van iemand kunnen zijn die iets heeft gedaan wat helemaal in mijn smaak is. Vervolgens ben ik pas tevreden als de uitvoerders het graag spelen en het publiek het kan waarderen, waardoor de compositie het juiste effect bereikt.”

– Staat de beiaard ook in je Top 5 van instrumenten waar je graag iets voor componeert?

“Ik heb nog nooit nagedacht over een Top 5 of een Top 2000, zoals je wilt. Ik componeer vooral voor de mensen die mijn muziek gaan spelen. Die moeten inspirerend zijn. Welk instrument ze spelen vind ik dan ondergeschikt. Ik probeer de muzikaliteit of soms de theatrale presence van de musici zo optimaal mogelijk naar boven te krijgen en/of uit te dagen.”

– Heb je je nieuwe korte uurstukken al horen spelen op de beiaardautomaat van de Heikese kerk? Zo ja, hoe vond je dat?

“Ja, heel eigenaardig eigenlijk, dat uit de kerk waar ik als kind heen ging, nu mijn muziek klinkt. Dat had niemand kunnen voorspellen tot ik daar mijn communie deed.”

Continue reading...

 Elke zaterdag – van ‘s morgens acht uur tot ‘s avonds acht uur – is zijn werk momenteel te horen via de Tilburgse beiaardautomaat. De Stichting Vrienden van de Tilburgse Beiaard vroeg componist Frans Kerkhofs om gedurende de maand februari de ‘hele-uurs’-composities te maken. En dat deed hij maar al te graag. Zoals hij ook voor heel veel andere instrumenten graag muziek schrijft. Een kleine duik in Kerkhofs’ muzikale loopbaan levert ook allerlei interessante informatie op, zoals het feit dat hij vóór zijn 35-jarige loopbaan als muziekdocent in het voortgezet onderwijs werkzaam was in de elektrotechniek.

“Ik had altijd al liefde voor muziek en begon mijzelf te bekwamen in het piano spelen”, zegt hij. “Na enkele jaren groeide de behoefte om verder te gaan in de muziek. Ik ging serieus pianoles nemen op de muziekschool die verbonden was aan het Brabants Conservatorium. Na een toelatingsexamen op het conservatorium begon ik in 1968 met de opleiding AMV en kon ik mijn werk als elektrotechnicus vaarwel zeggen door aan de slag te gaan als muziekdocent.”

Zijn loopbaan als componist startte rond 1970, toen hij  aarzelend begon met het opschrijven van muziek. “Ik moest al snel wat professionele hulp gaan inroepen”, zegt Kerkhofs. “Ik kwam terecht op een cursus onder leiding van musicus-componist Henk Stoop die een ‘componisten-klasje’ had op de Tilburgse Muziekschool. Dit klasje zou later de basis vormen van De Vonk, een Tilburgs podium voor ‘ongehoorde’ muziek.”

Begin jaren zeventig raakte hij verslingerd aan beiaardmuziek, mede door “De komst van Joachim Stiller”, een film die gebaseerd was op het boek van de Vlaamse dichter Hubert Lampo. Kerkhofs: “In deze film hoort de hoofdpersoon in zijn mansarde een prachtig stuk beiaardmuziek dat mij persoonlijk diep raakte. Dit was voor mij dé aanleiding om een studie Beiaard te beginnen op de Amersfoortse Beiaardschool. Na circa twee jaar bonken op een zelfgemaakt beiaard-klavier – zonder klank! – was ik zo gedemotiveerd dat ik de dag na een concert op de toren van Amersfoort besloot om te stoppen met deze studie. Daarom is het wel heel prettig dat er nu gestudeerd kan worden met echte Beiaard-klanken.”

De opkomst van digitale techniek drong ook door in de muziekwereld, inclusief Kerkhofs, en op het conservatorium van Amsterdam kwam een speciale cursus ‘componeren met de computer’. “Dat was voor ons een uitdaging om daar iets mee te doen en al snel ontstonden er composities voor piano met ‘vorzetszer’, een apparaat dat op de pianoklavier werd geplaatst en digitaal werd aangestuurd, een soort pianola dus maar dan electronisch. Hierdoor werd het mogelijk om ‘onspeelbare ‘ muziek te componeren. Momenteel worden er zelfs vleugels gebouwd met ingebouwde elektronica.”

Intussen is Kerkhofs al zo’n 45 jaar actief als componist. Kortom, genoeg reden om hem een aantal vragen voor te leggen.

– Je zat op twee conservatoria, in Tilburg en Amsterdam, en volgde een opleiding aan de beiaardschool in Amersfoort. Hoe was dat om drie keer een pittige muziekopleiding te volgen?

“De lessen Algemene Muzikale Vorming op het conservatorium waren voor mij een uitermate plezierige periode. Eind jaren ’60 was de tijd voor opstand en rebellie en ik was toen als lid van de studentenvereniging erg betrokken bij allerlei culturele omslagen. De opleiding op de beiaardschool in Amersfoort heb ik na twee jaar beëindigd. Het studeren op een zelfgemaakt beiaard-klavier zonder klank – behalve het gebonk van hout op hout – was voor mij erg demotiverend. Gelukkig is het nu mogelijk om op klavieren te studeren die de werkelijke beiaardklank produceren. De éénjarige studie op het Amsterdamse conservatorium was vooral nogal technisch, maar muzikaal voor mij niet erg boeiend.”

– Wat zijn de belangrijkste dingen over muziek die je op de beiaardschool hebt geleerd?

“Motivatie is erg belangrijk om je doel te bereiken. Het ambachtelijke aspect van het bespelen van de beiaard sprak mij wel aan. Als beiaardier ben je een belangrijk ‘element’ in de sociale omgeving van een gemeente.”

– Hoeveel verschillende composities voor de beiaardautomaat heb je al gecomponeerd?

“Eén stuk voor de beiaard van de Sint-Jan in Den Bosch,  één stuk voor beiaard en trombone kwartet en negen kleine stukken voor beiaard-automaat.”

– Wat maakt het componeren voor de beiaard voor jou interessanter dan het componeren voor andere instrumenten?

“De fysieke aspecten van het spelen. Je moet hard werken met heel je lijf! Je moet bovendien voortdurend rekening houden met het lang doorklinken van de lagere tonen zodat de hoge klanken niet worden weggedrukt. Interessant is ook de typische werking van de boventonen: een grote terts met kleine terts als boventoon. En verder ook de beperking van het spelen van moeilijke ritmes, meerdere samenklanken en snellere reeksen.”

– Voor de beiaardautomaat van de Heikese kerk heb je vier korte muziekstukjes gecomponeerd. Hoe lastig is het om korte stukjes muziek voor de beiaard te componeren die samen minder dan twee minuten duren?

“Ik vond het componeren voor de korte stukjes niet moeilijk. Een stuk van één minuut beperkt je mogelijkheden natuurlijk wel. Beschouw het maar als een kort-en-bondige taalkundige samengestelde zin.”

– Geef je deze korte fragmenten ook nog een titel?

“Met een klein beetje fantasie heb je snel een aangepaste titel gevonden. Het uur-fragment dat de afgelopen week elke uur van de dag te horen was, omdat de beiaardier per ongeluk was vergeten om de automaat uit te zetten, heet ‘Walsje’ omdat het ook een walsje is!”

– Is het voor het eerst dat je dit soort korte fragmenten voor een beiaardautomaat hebt gemaakt?

“Ja, dit is voor mij de eerste keer. Voorheen was er voor de Tilburgse beiaard nog geen automaat.”

– Je werk bestaat grotendeels uit muziek voor kleine bezetting, zoals piano, accordeon, contrabas, gitaar, klarinet, kerkorgel en beiaard. Wat is je favoriete instrument?

“Ik heb geen specifieke voorkeur. Ik schrijf voor een heleboel verschillende bezettingen: big-band, harmonie-orkest, koperblaas 5-tet, strijkkwartet, trombone, trompet, klarinet, koorwerken, orgel-sopraan, piano,  piano-dwarsfluit, piano-cello, accordeon, twee accordeons, bajan-solo, bajan-altviool en verder alles wat zich aanbiedt.”

– In Tilburg trad je op voor Stichting de Vonk, een podium voor ongehoorde muziek. Wat was dat voor een muziek?

“Wij vonden dat de muziek die we destijds maakten echt nieuw was. Vandaar de term ‘ongehoorde’ muziek die we hiervoor gebruikten. Het was ook nieuw gecomponeerde muziek door mensen met een frisse kijk op hoe muziek zou kunnen klinken in die tijd. In plaats van ongehoord hadden we ook kunnen zeggen ‘nog nooit gehoord’. Mensen moesten zich afvragen ‘wat gebeurt hier?’. En dat was precies wat onze muziek deed.”

– Op internet noem je jezelf ‘onafhankelijk’ componist. Wat bedoel je precies met onafhankelijk? Dat je geheel zelfstandig bent?

“Onafhankelijk componist betekent in mijn geval dat ik nooit mijn brood heb moeten verdienen met het maken van muziek en dat ik geen inkomsten genereer, los van wat BUMA-kruimeltjes, met mijn muziek.”

Continue reading...

Composities die van hem te vinden zijn op YouTube zijn vaak net iets langer dan tien minuten. Het nummer getiteld ‘Aeternae Viam: Movement in Constancy’ bijvoorbeeld duurt iets meer dan dertien minuten. De jonge Tilburgse componist Vlad Chlek (25) woonde in West-Siberië, maar kwam naar Tilburg om aan de nieuwe conservatoriumopleiding Academy of Music and Performing Arts zijn muziekdiploma te halen. “Ik kreeg de kans om te studeren met één van mijn favoriete componisten, Anthony Fiumara, als docent. Dankzij Anthony heb ik ook de kans gekregen om korte stukken muziek te componeren voor de Tilburgse beiaard. Met de beiaard als instrument was ik overigens helemaal niet bekend. Daar heb ik me eerst heel goed in verdiept voordat ik begon met schrijven.”

Deze maand is muziek van Chlek te horen dankzij de korte uurstukken die hij componeerde voor de Tilburgse beiaard-automaat. Ofwel, voor ons reden om de componist een aantal vragen voor te leggen.

– Kun je kort iets vertellen over je muziek. Hoe omschrijf je deze het beste?

“Een leuke, interessante vraag, hoewel niet de makkelijkste. Het is altijd moeilijk om over je eigen kunst na te denken, want wanneer je het creëert komt het meestal van nature en denk je niet zoveel na over de kenmerken ervan. Ik kan zeker zeggen dat mijn muziek altijd anders is, omdat ik graag experimenteer met ideeën en concepten. Ook werk ik graag met ritme, dynamiek en intensiteit om een meer interessant en variabel geluid te krijgen. Mijn belangrijkste vraag voor mezelf wanneer ik iets maak luidt: ‘zou je het leuk vinden om te luisteren als het niet je werk was?’ Ik probeer daar altijd een positief antwoord op te krijgen.”

– Jouw muziek klinkt erg symfonisch en ook enigszins abstract. Is daar een speciale reden voor?

“Mijn muziek hangt af van concepten. In sommige van mijn werken wilde ik het gevoel van een ‘groot’ symfonisch geluid creëren. Maar ik heb ook stukken gemaakt voor solo-instrumenten en kleine ensembles zonder zo’n groot geluid. Over abstract gesproken – het is een vrij algemene term. Ik vind muziek op zichzelf een zeer abstracte kunst met eigen symbolische elementen. De meeste muzikale stukken kunnen met deze term omschreven worden als ze geen sterke associatie hebben met een eerdere culturele achtergrond.”

– Op internet kan ik stukken van jou vinden die langer zijn dat tien minuten. Prefereer jij langere stukken boven korte stukken?

“Voor mij is het eigenlijk handiger om te werken met langere vormen dan met korte. Ik vind het leuk om muzikale ideeën uit te breiden en deze door het hele werk heen door te ontwikkelen. Ik probeer  ook ruimte te geven voor een verplaatsing tussen verschillende dimensies en ik probeer uiteindelijk vast te leggen wat ze uiteindelijk zijn geworden. Mijn ‘standaard’ lengte van een compositie – in de meeste gevallen dus ongeveer zo’n tien minuten – leent zich prima voor dergelijke doeleinden.”

– Wie spelen er allemaal mee op je eigen opnamen of bespeel je alle instrumenten zelf?

“Al mijn opnamen tot nu toe zijn door mij gemaakt met DAW-software en met behulp van elektronische instrumenten, in sommige gevallen ook mijn stem. DAW staat voor Digital Audio Workstation. Hiermee kun je bijvoorbeeld muziek in de vorm van MIDI-data opnemen of handmatig invoeren en aanpassen. Ook kun je er bijna altijd geluid mee opnemen, zoals een zangpartij. De meeste moderne producers gebruiken deze software. Dus, in principe gaat het allemaal om geluidsontwerp nadat je klaar bent met het componeren van een stuk. Er gaat heel veel werk zitten in het aanbrengen van lagen en het mixen van instrumenten en het masteren.”

– Hoe ben je ooit begonnen als muzikant cq componist?

“Ik had al heel jong veel belangstelling voor muziek. Op mijn 13e kreeg ik mijn eerste gitaar, daarna was ik zanger in een band op de middelbare school. Grotere stappen als componist maakte ik in een ander bandje waarin ik speelde. Toen dat uit elkaar viel, was het moeilijk om mensen te vinden met dezelfde kijk op muziek als die ik heb. Ik besloot daarom dat ik niet van anderen afhankelijk wilde zijn wat betreft het maken van interessante muziek. Daarom begon ik lessen te volgen in een vak genaamd de Theorie van muziek. Dat veranderde alles. Het ontdekken van werken van componisten uit de eerste en tweede golf van Avantgarde-muziek heeft me volledig van gedachten doen veranderen over ‘klassieke’ muziek. Het was toen, dat ik besloot om ook componist te worden.”

– Hoe kwam het zover dat je korte muziekstukken bent gaan maken voor de Tilburgse beiaard?

“Mijn leraar aan het Tilburgse conservatorium, Anthony Fiumara, stuurde een bericht dat er een mogelijkheid was om te componeren voor de Tilburgse beiaard. Ik ben me toen eerst goed gaan verdiepen in dit instrument, omdat ik helemaal niets wist over carillons. Vervolgens ben ik aan het componeren geslagen. Ik sta namelijk altijd open voor nieuwe mogelijkheden. Ik daag mezelf graag uit en grijp elke kans om te componeren voor alle mogelijke instrumenten, ensembles, projecten, noem maar op.”

– Heb je je korte stukken voor de beiaard ook namen gegeven?

“In mijn werk worden de namen voor de stukken altijd als laatste bedacht. Meestal is dit echter een vrij onnodig onderdeel van je werk. Muziek is een eigen symbolisch systeem. Wanneer je dit probeert te verbinden met de syllabische wereld, snij je de ruimte voor verbeelding en individuele interpretatie uit de muziek. Dus, als er geen sterke behoefte is aan een contextuele link ervan is het, denk ik, beter om een muziekstuk naamloos te laten.”

– Wat is volgens jou zo speciaal aan het geluid van een beiaard?

“Een beiaard heeft een zeer helder geluid en kent ook een unieke reeks boventonen.”

– Op veel beiaarden in Nederland kun je tijdens de wekelijkse bespelingen Barok en Neo-Barok horen. Komen deze genres goed overeen met je eigen muziekstijl qua beweeglijkheid?

“Ik luister graag naar Barok-muziek en denk ook dat dit goed past in mijn muziekstijl, daar ik vaak gebruikmaak van polyfonie en een aantal methoden hiervan. Bij polyfonie, dat letterlijk ‘veel stemmen’ betekent, is er geen sprake van een hoofdmelodie die je gemakkelijk mee kunt zingen. In plaats daarvan zijn er meerdere, gelijkwaardige lijnen. Steeds krijgt een andere even de aandacht. Hierdoor heeft polyfone muziek een rijke klank: het is een levendige wirwar van verschillende melodieën. Zo klinkt een beiaard ook.”

– Hoe is het om je muziek elke zaterdag letterlijk uit de hemel te horen neerdalen?

“Oh, ik voel me nu alsof Apollo elke zaterdag van Olympus afdaalt om de echte muziek aan deze plek te geven. En ik wil sorry zeggen tegen iedereen die mijn compositities vervelend vinden.”

– Waar kom je oorspronkelijk vandaan en hoe ben je in Tilburg beland?

“Ik ben geboren in Rusland. West-Siberië om precies te zijn. Ik moest een conservatorium in Nederland uitkiezen om hier te kunnen studeren. Zo ben ik vanzelf in Tilburg terechtgekomen omdat ik een voorkeur had voor Anthony Fiumara als hoofddocent. Ik vind Anthony een geweldige componist en we hebben een sterk gemeenschappelijke blik op muziek. Het was echt een mooie gelegenheid om bij hem te gaan studeren, omdat hij nog maar net werkzaam was als docent aan de nieuwe conservatoriumopleiding Academy of Music and Performing Arts.”

– Hoe heb je het voor elkaar gekregen dat je uit Nederlandse conservatoria kon kiezen?

“Al geruime tijd voordat ik auditie deed op conservatoria woonde ik al in Nederland. Ik hoefde alleen nog voor Tilburg als studieplek te kiezen.”

 

Luister naar werk van Vlad Chlek op YouTube: https://www.youtube.com/user/Linkraaaaawr

Luister naar werk van Vlad Chlek op Facebook: https://www.facebook.com/vladchlek

Continue reading...