Op zaterdag 7 en zondag 8 september 2019 staat het hele centrum van Tilburg weer bol van de optredens en concerten gedurende De Opening, de feestelijke start van het nieuwe culturele seizoen 2019-2020 in Tilburg. Het is niet alleen een voorproefje van wat het nieuwe seizoen gaat brengen maar ook een mooie presentatie van de Tilburgse podiumkunsten van nu. Wat de Tilburgse beiaard betreft, is het gastbeiaardier Janno Den Engelsman die op zondag 8 september de klokken van de beiaard bespeelt in het tweede van in totaal vier concerten (getiteld: de September Songs).

Janno speelt sonates van Bach en Haydn die de kleine, heldere klokken alle recht aan doen en enkele karakterstukjes van de Franse klassieke componist Claude Balbastre, waaronder een heuse ‘Cannonade’. Daarnaast kiest hij resoluut voor de populaire muziek: van de evergreens uit ‘The Sound of Music’ tot nummers van David Poltrock (lid van de rockband De Mens) en Coldplay. Met de zuiderse lichtheid van Albeniz’ Prelude laat hij de laatste klokkenklanken in de septemberlucht oplossen.

Beiaardier Janno Den Engelsman studeerde orgel, klavecimbel en kerkmuziek aan het Utrechts Conservatorium. Na deze studie volgde hij privélessen bij de organist Liuwe Tamminga in Bologna. Hij won prijzen op orgelconcoursen in Leiden (1996) en Nijmegen (2002). In 2006 werd hem voor zijn muzikale werkzaamheden de Sakko Cultuurprijs voor Kunsten en Letteren toegekend. Na het behalen van het Master-diploma in 2007 aan de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort, volgde hij aanvullende beiaardcursussen bij Geert D’hollander. Van 2009 tot 2013 was hij bestuurslid van de Nederlandse Klokkenspel Vereniging (NKV). Hij concerteerde onder meer in de Verenigde Staten en Polen. Als beiaardier speelde hij bij het Festival Oude Muziek in Utrecht. Janno den Engelsman is organist-titularis van de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom en stadsbeiaardier van Middelburg, Bergen op Zoom en Zierikzee.

De beiaardier die op 1 september aftrapt met een concert is stadsbeiaardier Carl Van Eyndhoven. Beiaardconcerten in de maand september zijn verder nog gepland op 15 september en 22 september. Op 15 september bespeelt Wim Van den Broeck samen met zijn dochter Elien Van den Broeck de Tilburgse klokken. De Utrechtse stadsbeiaardier Fiebig Malgosia sluit de September Songs-reeks af op zondag 22 september. Alle concerten beginnen om 15 uur ‘s middags.

Speellijst Carl Van Eyndhoven

Speellijst Janno Den Engelsman

Speellijst Wim en Elien Van den Broeck

Speellijst Malgosia Fiebig

 

Continue reading...

Haar composities worden omschreven als gevarieerd, sympathiek en bijzonder fantasierijk in klank. Lof krijgt ze vooral voor haar inventieve klanklandschappen. Composities gaan ook regelmatig vergezeld van filosofische teksten die ze zelf bedenkt. Uitvoeringen van haar werk vonden verder op opmerkelijke locaties plaats. Een compositie voor bij een videoinstallatie over ondergronds mijnwater, gemaakt door beeldend kunstenares Alien Oosting, was bijvoorbeeld te horen in een Zuidlimburgse fietsenkelder. In de compositie waren onder meer rollende stenen, stromend water, stemgeluiden en het geluid van stoom te horen, deels bewerkt door elektronica. Dat alles kwam daarbij uit maar liefst zes luidsprekers tegelijk.

Componiste Nicoline Soeter, van wie in de maand augustus korte uurstukken op de Tilburgse beiaard zijn te horen, is niet alleen een opvallende bedenker van inventieve klankwerelden. Naam maakte ze ook met VONK, een ensemble waarvan de muziek beïnvloed wordt door hedendaags gecomponeerde muziek en avant-garde pop. Als groepslid van VONK werkte Soeter samen met een rij van schrijvers, compononisten, theatermakers en muzikanten. VONK trad verder op tijdens allerlei speciale muziekdagen en muziekfestivals als Incubate, November Music, Muziektheaterdagen Amsterdam, Cross-Linx, Gaudeamus Muziekweek, Transit Festival en Huddersfield Contemporary Music Festival. In 2018 werkte VONK aan zijn eerste album ‘Whose arm is that?’, een cd vol met liedjes van verschillende componisten, waaronder Soeter. Sinds september 2017 is Soeter ook artistiek leider van podium De Link in Tilburg.

Over de vier voorslagen die ze schreef voor de Tilburgse beiaard zegt de componiste: “Die horen bij elkaar. Het zijn fragmenten van dezelfde compositie, ‘Circles & Squares’ geheten, die ik oorspronkelijk voor VONK schreef. Bij de compositie hoort ook een tekst die ik baseerde op de mythe van de bolmens van de Griekse blijspeldichter Aristophanes. De gedachte waarmee ik ‘Circles & Squares’ maakte, vind ik ook mooi om boven de stad te laten zweven.”

– Kun je meer vertellen over je achtergrond? Waar en wanneer ben je geboren, wanneer en waarom heb je besloten om componiste te worden? En was je daarvoor al zeer actief als muzikante?

“Ik ben geboren in 1974 in Velp als dochter van een Nederlandse vader en een Zwitserse moeder. Ik heb nog niet zo lang geleden gehoord dat mijn Zwitserse overgroot oma pianiste bij stomme films was. Daar voel ik me wel verwant aan. Ik maakte als kind heel graag hoorspelen en was altijd bezig met verhalen schrijven en liedjes maken. Na mijn studie klassiek viool, was ik vooral met improvisatie bezig en dat leidde als vanzelf tot de behoefte om te componeren. En uiteindelijk voel ik me veel meer thuis in de rol van maker.”

– Jouw composities worden vaak omschreven als bijzonder fantasierijk, zowel in klank als in instrumentkeuze. Is dat je doel ook: muziek maken waarvan mensen kunnen zeggen of denken: dit heb ik nog nooit eerder gehoord?

“Nee, dat zou een te groot streven zijn. Er is door de eeuwen heen zoveel muziek gespeeld en geschreven, verwantschappen zijn altijd te vinden. Wat ik zoek in klankkleur heeft vaak een emotionele betekenis. Als ik een ander instrument of een andere techniek zou kiezen is het niet op dezelfde manier doorleefd. Alsof het niet ademt of gewoonweg niet de juiste zeggingskracht heeft.”

– Wanneer ben je tevreden over een eigen compositie?

“Dat gebeurt niet zo snel. Composities zijn momenten in de tijd oftewel in een persoonlijk ontwikkelingsproces. Er is bijna altijd wel iets dat ik later nog wil veranderen. Toch kan ik best genieten van een moment, zeker als ik geraakt word door een uitvoerder die alles geeft. En soms ben ik later positief verbaasd. Dan vraag ik me af hoe ik het heb kunnen maken.”

– Hoeveel composities heb je eigenlijk al op je naam staan en welke compositie is je het dierbaarst en waarom?

“Ik ben nu bezig aan opus dertig. Mijn muziektheatervoorstelling Wunderkammer is me het meest dierbaar. Het was een soort levende klankinstallatie, maar ook binnenwereld, museum, werkplaats en publieke ruimte, geïnspireerd op de rariteitenkabinetten in de 17e en 18e eeuw. Het woord ‘raar’ heeft vandaag de dag een negatieve connotatie, maar betekende oorspronkelijk vooral zeldzaam, net als in het Engels. De rariteitenkabinetten uit de 17e en 18e eeuw waren voor veel apothekers en artsen de eerste aanzetten tot natuurwetenschappelijk onderzoek. Tegelijkertijd vervulden ze een publieke functie, waren het een soort musea. In de tekst van Wunderkammer speelden insecten een bijzondere rol. Veel kevers hebben de meest wonderlijke namen, zoals tapijtbok, soldaatje, eenhoorn of heilige pillendraaier. Pas recent bleek hoe slecht het met insecten gaat en was een ode behoorlijk op z’n plaats. De voorstelling is me dierbaar omdat Wunderkammer toch vooral over m’n eigen binnenwereld ging. Dat persoonlijk durven zijn mooie reacties oplevert en ook herkenning vond ik een bijzondere ontdekking.”

– In je werk combineer je muziek met filosofische teksten die je ook zelf schrijft. Wanneer ben je teksten gaan schrijven voor bij je muziek en waarom?

“Ik ging teksten schrijven omdat het me de mogelijkheid bood om muziek en tekst echt goed bij elkaar aan te laten sluiten in een lied. En ik wilde de onderwerpen zelf kunnen kiezen omdat ik dan over iets kon schrijven dat me ook echt raakt. Eigenlijk zoals een singer-song writer. Maar samenwerken met een schrijver bevalt me ook goed. Zo werk ik op dit moment aan een voorstelling samen met de Tilburgse schrijver Anton Dautzenberg. Hij schrijft de theatermonoloog, ik de songteksten. De voorstelling gaat in maart 2020 in première bij Tilt.”

– Je bent erg actief met je eigen ensemble genaamd VONK. Die naam is in Tilburg vrij bekend onder muzikanten. VONK was namelijk van 1986 tot 2000 het Tilburgse muziekpodium. Heeft jouw ensemble daar ook nog iets mee te maken?

“De naam VONK is verzonnen door één van onze musici, zonder dat we de historie van deze naam in Tilburg kenden. Achteraf gezien is het prima, want een verwantschap is er zeker.”

– Voor VONK componeerde je onder meer een stuk voor elektrische gitaar, vibrafoon en koebellen. Daarvoor moet je wel een zeer fantasierijke componiste zijn. Of niet?

“Koebellen zijn op zich gebruikelijk slagwerk instrumentarium, maar ik kies wel bewust voor klankcombinaties. In een later stuk combineerde ik Thaise gongetjes met marimba, omdat de wat zwevende stemming van de gongetjes prachtig bij het geluid van de hout paste.”

– Je hebt meer bijzondere projecten op je naam staan: zoals een project waarin je muziek componeerde voor bij een video-installatie over mijnwater. De installatie en muziekperformance vonden letterlijk onder de grond plaats in een Limburgse fietsenkelder. Hoe was dat en zijn daar nog veel mensen komen kijken?

“Dat was een erg tof project. In eerste instantie voelde ik enige schroom om iets te maken in het kader van het jaar van de mijnen. Als buitenstaander vond ik de korte periode die er was om aan het project te werken niet toereikend om op een integere manier iets over het mijnverleden te kunnen zeggen. Maar toen ik in de mijnverhalen dook ontdekte ik een aantal zeer tot de verbeelding sprekende gebeurtenissen, zoals het verhaal over Geleen. Op het moment dat de mijnen in Limburg gesloten werden was er een serieus voorstel van de directeur van een Canadese werkgeversvereniging om heel Geleen naar Canada te verhuizen. Er was daar een plek op de landkaart geprikt die Nieuw-Geleen zou gaan heten. De man bood twee schepen aan om alle mijnwerkers samen met hun hele sociale omgeving – de slager, de bakker, de kerk, de fanfare, de voetbalclub – om echt alles naar Canada te verplaatsen. Men heeft er uiteindelijk toch vanaf gezien. De performance was meerdere dagen tijdens Cultura Nova te bezoeken en er zijn heel wat bezoekers met ons mee onder de grond gegaan.”

– Voor de Tilburgse beiaardautomaat heb je de korte uurstukken gecomponeerd voor de maand augustus. Ben je tevreden met hoe de composities zijn geworden?

“Ik heb een variant op eerder werk gemaakt. De compositie met de Thaise gongetjes bleek zo goed te passen bij het geluid van het carillon. Ik werd er heel vrolijk van om dit werk terug te horen in een nieuwe versie. En dat terwijl ik normaal gesproken dus niet graag een compositie naar andere instrumenten omzet. Dit paste zo goed dat ik het niet kon laten. De vier voorslagen horen ook bij elkaar. Het zijn fragmenten van dezelfde compositie ‘Circles & Squares’ die ik oorspronkelijk voor VONK schreef. Bij de compositie hoort ook een tekst die ik schreef op basis van de mythe van de bolmens van Aristophanes, vrij naar de dialogen van Plato.”

– Interessant, vertel eens meer daarover…

“Volgens de mythe waren mensen lang geleden bolvormige wezens. Ze hadden vier armen, vier benen, twee hoofden en bewogen zich voort in een soort radslag. Er waren drie soorten. Eén van hen bestond uit twee mannelijke helften, de ander uit twee vrouwelijke helften en de derde had zowel een mannelijke als een vrouwelijke helft. In het licht van de gender-discussie vond ik het interessant om te zien hoe oud het idee al is. In mijn versie kunnen ze zich voortbewegen zonder ‘picto’s of frames’. Omdat niemand ze in een hokje plaatst, is het niet nodig om zichzelf af te vragen wie ze zijn. De noten zelf hebben ook zowel hoekige als circulaire bewegingen. Ondanks dat de tekst niet te horen is kan de compositie prima op zichzelf staan en de gedachte waarmee ik ‘Circles & Squares’ maakte vind ik ook mooi om boven de stad te laten zweven.”

– Als componiste voor de beiaardautomaat in de maand augustus beleefde je een valse start. Eind juli begaf de automaat het tot ieders schrik. Heb je daar nog iets van meegekregen?

“Jazeker. Ik hoorde ervan omdat mijn compositie niet gespeeld kon worden. Wel bijzonder dat met vereende krachten het probleem zo snel weer verholpen was.”

De vier voorslagen maken onderdeel uit van de compositie getiteld ‘Circles & Squares’ die Soeter oorspronkelijk voor VONK schreef. De uitvoering door VONK is ook op YouTube te beluisteren. Klik hiervoor op onderstaande video.

 

Continue reading...

Zondag 14 juli, Pittsburgh PA – Heerlijk om in een zonovergoten Pittsburgh wakker te worden na een intense week van beiaardconcerten. Vijf concerten op rij in het noord-westen van de staat New York en in Pennsylvania.

Zoals vaak voorkomt in de USA waren vier van de vijf beiaarden te vinden op prachtige campussen van universiteiten. In Rochester NY hingen de klokken van het Hopeman Carillon hoog in de koepel van een prachtige bibliotheek op de campus van Rochester University, waarmee de befaamde Eastman School of Music verbonden is.

Het is altijd even wennen aan het ‘Amerikaanse klavier’ waarvan de afmetingen nogal afwijken van onze Europese standaard. Maar verder was het heerlijk spelen op dit lichte instrument. De beiaard van Alfred University (Alfred NY), uitkijkend over een prachtig park, heeft enkele ‘problematische’ klokken die ronduit vals klinken. Maar dat leek het publiek, dat grotendeels in hun auto met de ramen open en voorzien van drank en eten luisterde, niet te deren. Zoals op de andere plaatsen waren zij erg gul met hun applaus, hier in de vorm van toeterende auto’s…

De beiaard van Williamsville NY hangt in de Calvary Episcopal Church, een mooi kerkje in een groene woonwijk. De beiaard uit 1959 is een schenking van D. B. Niederlander. Hier werd de straat afgesloten en zaten de luisteraars tussen de bomen, op de straat.

Het enthousiasme van beiaardierster Gloria Werblow, die al meer dan 40 jaar dit mooie instrument bespeelt, was aanstekelijk. Opmerkelijk was ook dat college-studenten als onderdeel van hun curriculum vrijwilligerswerk deden door te helpen bij de organisatie van het concert, inclusief een hotdogkraam.

Het voorlaatste concert vond plaats in Erie PA, gelegen aan het indrukwekkende Eriemeer. Ook deze beiaard is een schenking, met name van Larry & Kathryn Smith en hangt in de toren van de gelijknamige kapel op de campus van het Behrend College. Het was heerlijk spelen op dit instrument,  dat uit 2002 dateert. De klokken werden gegoten door Meeks, Watson & Co uit Georgetown (Ohio). Heldere en transparante klokken die andermaal over een onberispelijk mooie campus klonken. Het ‘slotconcert’ vond plaats in New Wilmington PA op de campus van Westminster College: een oase van rust met de uitstraling van een oud Engels college.

Totaal onverwacht heb ik op vraag van de beiaardierster Paula Kubik in de namiddag nog een korte workshop gegeven waarbij zij met één van haar studenten vierhandige beiaardbewerkingen speelde.

Terugblikkend op deze concerten stel ik vast dat de beiaarden (en de torens waarin zij hangen) bijna altijd via schenkingen tot stand kwamen. Ook de beiaardconcerten worden gesponsord via individuele bijdragen of donaties en zijn goed georganiseerd. Het publiek komt soms al een uur op voorhand (!) plaats nemen en voedsel en drank ontbreken zelden tijdens het concert. Wat wel zorgen baart is de onzekerheid over de opvolging van de beiaardiers wanneer zij met pensioen (moeten) gaan. Zo wordt er bijvoorbeeld in Alfred al bijna drie jaar niet meer op reguliere basis gespeeld wegens een gebrek aan middelen om een opvolger aan te stellen.

Ik speelde erg gevarieerde programma’s. Hierbij waren het vooral de bewerkingen van 18de eeuwse muziek (Bergamaska, Une Jeune Fillette) en de jazz-improvisaties die erg in de smaak vielen.

En nu, via Washington en Philadelphia, op weg naar New York!

groet,

Carl Van Eyndhoven, stadsbeiaardier van Tilburg

Continue reading...

Ze heeft de beiaard niet in een persoonlijke ‘top 3’ van favoriete instrumenten staan, maar kan wel enorm genieten van de beiaardnoten die dagelijks over Tilburg worden uitgestrooid. “De beiaard van de Heikese kerk vind ik heel erg mooi en zuiver. Ik hou ook veel van beiaards met hele zware klanken, zoals die in het Belgische Mol. Ik ben in de loop der jaren ook veel bewuster gaan luisteren naar beiaards”, zegt Annemiek Reynders (1943).

Als lid van de beiaardcommissie en mede-oprichter van de Stichting Vrienden van de Tilburgse Beiaard, praat Annemiek graag over het carillon, waaraan ze allerlei bijzondere persoonlijke herinneringen heeft, zoals die aan het moment waarop ze thuis in de tuin zat en voor het eerst de beiaard van de Heikese kerk hoorde spelen, terwijl binnen haar huis werd verbouwd.

– Kun je vertellen hoe je ooit bij de Tilburgse beiaard betrokken bent geraakt? Bestond de stichting toen überhaupt al?

“Ik ben gevraagd om bij de Tilburgse beiaardcommissie te komen. Dat is nu 22 jaar geleden. Ik zag de plaatselijke notabelen bij Anvers naar beiaardconcerten zitten luisteren op zondagmiddag. Voor die concerten werd in die tijd nog weinig reclame gemaakt in de plaatselijke krant. Maar we gingen wél luisteren. Die luisteraars behoorden tot een club die was opgericht door een oud notaris en ‘Vrienden van de Beiaard’ werd genoemd. Het was dus nog geen stichting, al kon je wel geld doneren aan de club. En er werd ook een blaadje over de beiaard uitgegeven. Via die notaris ben ik gevraagd om bij de commissie te komen. Hij was op zoek naar jongeren, en ik was nog jong uiteraard. Ik vond het ook leuk om lid te worden. Jan van Dijk, een componist die ook doceerde aan het conservatorium, was de voorzitter van de commissie. Ik heb als enige vrouw bij het clubje mannen gezeten en veel mensen zien komen en gaan. De commissie was overigens een gemeentelijke aangelegenheid. Leden werden ook eerst gescreend voordat ze lid mochten worden. Beiaardier Carl van Eyndhoven was al tien jaar stadsbeiaardier. Later kwam ook Fons Mommers erbij, die voorzitter van de commissie werd. Wat we vooral wilden, was vernieuwing in het speelprogramma van de beiaard. En die is er ook gekomen.”

– Wanneer werd de stichting opgericht?

“Dat was voorafgaand aan de viering van het 50-jarige bestaan van de beiaard. We kwamen er toen achter dat je geen geld bij de gemeente kon aanvragen als je niet een losse stichting bent. Drie jaar geleden werd daarom de stichting opgericht.”

– In het biootje van jou op de site van de Tilburgse beiaard staat dat je het belangrijk vindt om de beiaard zichtbaar te maken bij een groot publiek. Dat is vooral door hem vaak te laten horen en zo bekender te maken in de stad. Was de beiaard twintig jaar geleden ook minder in de stad te horen dan nu?

“Zichtbaar en hoorbaar, ja. Maar de beiaard was toen al even vaak te horen als nu. Er waren ook evenveel concerten. De wekelijkse bespelingen zijn er ook altijd geweest. Er was altijd een cyclus van zomerconcerten of lente- of najaarsconcerten. Dat is niet veranderd. Ook toen was de beiaard vier keer per uur te horen.”

– Er is dus geen groei geweest in het aantal gespeelde concerten?

“Nee, dat is niet helemaal waar. We hebben wel meer ‘extra’ concerten georganiseerd. Maar dat was afhankelijk van de hoeveelheid geld die de commissie kreeg van de gemeente. We moesten roeien met de riemen die we hadden. Door meer andere fondsen aan te spreken dan vroeger kunnen we nu wel meer doen.”

– Hoe oud was je eigenlijk toen je bewust werd van de aanwezigheid van een beiaard bij jou in de buurt?

“Ik moet piepjong zijn geweest. Ik kwam in de Tilburgse binnenstad wonen. De Tilburgse beiaard leerde ik kennen op een zonnige zondagmiddag in 1974. Door verbouwingen in het huis zat ik buiten in de tuin en hoorde ik de beiaard spelen. Ik voelde me ineens helemaal ontspannen en dacht, wow, hier voel ik me thuis! Ik ben in 1943 in Amsterdam-Zuid geboren op een plek waar geen beiaard in de buurt was. Maar ik ging wel naar de Dam en hoorde ook beiaards in de stad. Ik dacht toen: dit hoort bij de stad en op de één of andere manier ook bij mij. Toen ik dat terugherkende in mijn tuin gaf me dat het gevoel van thuis zijn. Heel wonderlijk.”

– Staat de beiaard bij jou ook in een persoonlijke top 3 van favoriete instrumenten?

“Nee.”

– Staat hij dan wel in je top 10?

“Ik heb geen top 3 of top 10 van favoriete instrumenten. Ik kan wel enorm genieten van de klanken van een beiaard. De beiaard van de Heikese kerk vind ik heel erg mooi en zuiver. Ik hou ook veel van beiaards met hele zware klanken, zoals die in het Belgische Mol. Ik ben in de loop der jaren ook bewuster gaan luisteren naar beiaards in mijn omgeving. Ik ben daarom ook op zoek gegaan naar programma’s met concerten.”

– Hoe belangrijk is het volgens jou dat een stad een vaste beiaardier heeft, zoals Carl Van Eyndhoven, iemand die ook echt betrokken is bij de toekomst van de Tilburgse beiaard?

“Heel belangrijk, absoluut! Met zo’n beiaardier als Carl heb je als commissielid ook weer een speciale band, omdat je samen plannen kunt maken.”

– Wat is het leukste wat Carl Van Eyndhoven jou heeft geleerd over carillons of beiaards?

“Je weet dat Carl vol met anekdotes zit, die hij zo uit zijn mouw schudt. Ik lach me ook vaak rot om zijn verhalen. Een anekdote die hij wel eens gebruikt, is dat hij de hoogst geplaatste ambtenaar is van Tilburg. Dat vind ik wel grappig.”

– Er was sprake van dat de Heikese kerk ontheiligd gaat worden en een andere functie krijgt. Zou dit gevolgen kunnen hebben voor de toekomst van de Tilburgse beiaard?

“Voordat ik dat wist, was ik daar al bang voor dat dat zou gaan gebeuren. Maar het is wel zo dat de kerk een nieuwe culturele functie krijgt. Zo’n kerk heeft echter ook onderhoud nodig. Dus hoe maak je dat betaalbaar? Als je de kerk in de winter niet zou verwarmen, lijkt me dat niet goed voor de orgels in de kerk. De toren, inclusief inhoud, waaronder de beiaard en de beiaardautomaat, is eigendom van de gemeente. Die zal dus geld op tafel moeten leggen.”

– Als je over beiaards praat is het onderwerp steeds vaker de beiaardautomaat. Die automaat levert ook allerlei technische problemen op. Vind jij het leuk om je in dat soort zaken te verdiepen en hierover mee te praten?

“Niet over de techniek, nee. Ik heb een heel dik boek over beiaards gekocht of gekregen en daar staan allemaal van die moeilijke beschrijvingen in. Ik ben helemaal niet a-technisch, maar ik vind het zo ongelooflijk ingewikkeld. Het is mooi om te weten hoe de klepel via de aanslag bespeeld wordt. Maar ook het gieten van klokken is heel interessant. Daarom zou ik het ook heel leuk vinden om een keertje naar de Eijsbouts Klokkengieterij in Asten te gaan om daar eens rond te kijken. Dan kunnen we ook meteen naar het beiaardmuseum, want dat is daar vlak in de buurt.”

Kun je je eigenlijk voorstellen dat de beiaardier ooit wordt vervangen door een automaat, maar dat niemand dat merkt?

“Natuurlijk zal dat wel door iemand worden opgemerkt. Als Carl speelt of een andere beiaardier, dan hoor je gewoon dat er live gespeeld wordt. Dat heeft een frisheid en een directheid wat een automaat nooit kan hebben. Je hoort het ook aan het iets harder of zachter spelen. De automaat is absoluut niet de oplossing voor het ophouden met spelen.”

– De stichting vergadert altijd op zaterdagmorgen in Anvers. Jij maakt de notulen bij deze vergaderingen. Hoe lang doe je dat al?

“Daar ben ik in 2015 mee begonnen. Om kosten te besparen vergaderden we in het begin altijd bij mij thuis. Als stichting hadden ook helemaal geen geld, toen we hiermee begonnen. Daarom leek het mij handig om bij mij thuis samen te komen. Voor de koffie kon ik dan zelf wel zorgen. Anvers kwam in zicht toen Carl vaak afspraken had bij de toren en we dus het beste daar in de buurt konden afspreken.”

– De commissieleden zijn bijna allemaal ouder de 60 jaar. Maak je je al zorgen over de toekomst van de stichting als deze mensen weg gaan vallen?

“Het is heel fijn dat jij er als ‘jongere’ bij bent gekomen. Maar het moeten er natuurlijk meer worden. Dat kan alleen door erover te praten. Mensen moeten zich ook thuisvoelen in ons clubje. Dat is heel belangrijk.”

– Eind juni werd de 53ste verjaardag van de Tilburgse beiaard gevierd. Was het jubileum dit jaar anders dan in andere jaren?

“De eerste keer dat we zo’n viering hadden, was toen de beiaard precies vijftig jaar bestond. Toen hebben we de plaquette onthuld op de dag van de verjaardag van de Tilburgse beiaard. Er was verder een receptie in het Paleis Raadhuis en er waren op meerdere dagen beiaardconcerten. In de Concertzaal was een groot concert, waarin allerlei instrumenten waren te horen samen met de beiaard. Het was een heel groot programma dat we hadden samengesteld, niet te vergelijken met wat we dit jaar hebben gedaan. Het heeft ons ook heel veel energie gekost om het programma van toen te organiseren.”

Continue reading...

De Tilburgse beiaard mocht onlangs een aparte bezoekster verwelkomen hoog in de toren van de Heikese kerk. Niemand minder dan de 10-jarige Tilburgse scholiere Astrid Lennarts bracht samen met haar moeder een bliksembezoek aan het Tilburgs carillon. Dat alles met een speciale reden: “Op school zijn een aantal commissies waar kinderen lid van zijn”, vertelt Astrid. “Zelf zit ik in de kunstcommissie. Daarin mogen leerlingen zelf bedenken wat we aan de klas willen laten zien. Als de hele commissie het daar dan mee eens is, kun je gaan organiseren. De commissie koos voor de Tilburgse beiaard. Daarom kom ik nu alvast langs om een kijkje te nemen.”

Volgens Astrid was het een hele aparte ervaring om de tocht omhoog te maken. Boven was vooral de beiaard zelf leuk om te zien, maar ook het mooie uitzicht over Tilburg. “In de toren heb ik ook de automatische beiaard gezien. De uitleg die ik daarover kreeg was niet al te moeilijk.” Over het geluid dat de klokken maken zegt ze: “Dat geluid vind ik wel grappig en apart, haha, vooral omdat de meeste instrumenten niet zo hard klinken. De beiaard hoor je over de hele stad. En daarom kun je ook iets spelen dat iedereen beneden kan horen.”

Uiteraard mocht Astrid ook zelf een stukje op de beiaard spelen. “Als het goed is, heeft de hele stad mij heel kort Vader Jacob horen spelen. Maar dan wel iets langzamer dan normaal.”

Op vrijdag 28 juni as. krijgt de groep van Astrid op Den Bijstere ook nog bezoek van beiaardier Carl van Eyndhoven. “Die gaat ons dan dingen vertellen over zijn werk. En zelf mag ik ook nog iets vertellen. Bijvoorbeeld dat ik voor mijn klimtocht naar boven in totaal 202 treden op moest. En als je dan boven je hoofd naar buiten kunt steken, zijn er in totaal nog tien treden te gaan door een kleine ladder te beklimmen.”

Of ze ook vragen had aan de beiaardier? “Ja hoor. Ik heb eerst vragen gesteld over de klokken. Maar ik wilde ook weten in hoeverre de beiaard lijkt op een piano en of deze instrumenten iets mee elkaar te maken hebben.” Moeder Myra zegt verder dat er deze keer wel een heel apart onderwerp is uitgekozen voor een speciale les. “Meestal verzint de kunstcommissie iets met tekenen of schilderen. De beiaard is toch weer heel iets anders.”

Dat haar moeder mee klom naar boven, vond Astrid overigens wel zo prettig. “Het was toch wel spannend zo’n hele tocht naar boven. Al ben ik onderweg niet zo heel moe geworden. Tijdens het klimmen was er telkens een stukje waar ik even kon uitrusten en uitleg kreeg over iets dat met de beiaard te maken had.”

Stadsbeiaardier Van Eyndhoven kijkt met een leuk gevoel terug op het bezoek van de Tilburgse tiener. “Het was een heel leuke ervaring omwille van de totaal onbevangen, frisse blik die Astrid had op de toren, de klokken en het beiaardklavier. Een heel slimme opmerking of vraag van haar was, toen ik de automaat liet spelen en zij veel toetsen tegelijkertijd zag bewegen, ‘dat het voor mij toch niet mogelijk was om dit ook zelf te spelen’. Met andere woorden: zij had perfect door wat het verschil is tussen een beiaardautomaat en een beiaardier die zelf speelt.”

Grappig vond Van Eyndhoven daarnaast dat het nummer ‘Arcade’ van Duncan Lawrence dat hij als extraatje speelde Astrids lievelingslied bleek te zijn.

Hoelang de les aan groep 7 van Den Bijstere gaat duren, kan de beiaardier nog niet precies vertellen. “Dat is nog niet bepaald”, zegt hij. “Maar ik vermoed een uur tot maximaal tachtig minuten. Wat ik de klas zeker ga vertellen, is hoe klokken of beiaarden al heel veel eeuwen muziek en klank in de stad hebben gebracht die door iedereen beluisterd kunnen worden. Ik vergelijk de beiaard of beiaardautomaat ook vaak met een populaire radiozender. Wat ik verder hoop is dat we samen het Tilburgs klokkenlied in de klas kunnen gaan zingen. We zullen wel zien.”

Continue reading...

Op sociale media als Facebook en Instagram is hij te zien op een flink aantal filmpjes en foto’s, omringd door vrienden, optredend als solist of in groepsverband samen met andere muzikanten. Op het ene kiekje speelt hij gitaar, op het andere kiekje zit hij geconcentreerd achter het elektronisch keyboard. Tussen de vele kiekjes zitten verschillende opnames die niet alleen de ernst maar ook het plezier op de gezichten laten zien. Amin Ebrahimi (22) werd geboren in Mashhad, de op één na grootste stad van Iran in het noordoosten van het land met een bevolking van ongeveer 2,8 miljoen inwoners en tevens de geboortestad van mensen als de Iraanse ayatollah Ali Khamenei en Ehsan Jami, Hollands beroemdste ex-moslim wiens ouders in 1996 naar Nederland vluchtten.

Hoe Amin naar Nederland kwam, blijkt een tamelijk eenvoudig verhaal te zijn. Na een avondje surfen op internet vond hij in Tilburg de opleiding die perfect bij hem paste en waar hij zich nog kon inschrijven als student Compositie. “Dat ik in Nederland terechtkwam en hier in Tilburg ben gaan studeren, is misschien wel mijn lotsbestemming geweest”, zegt Amin. Wat hij echter nooit kon bevroeden, was dat de Stichting Vrienden van de Tilburgse Beiaard hem ooit zou vragen om een aantal korte uurstukken te componeren voor de beiaard van de Heikese kerk. Feit is dat werk van de jonge Iraanse componist sinds begin juni te horen is in de Tilburgse binnenstad via de beiaardautomaat.

– Hoi Amin, zou je ons iets meer over jezelf kunnen vertellen? Heb je bijvoorbeeld tot nog toe alleen muziek gestudeerd? En hoe ben je in Tilburg verzeild geraakt?

“Ja hoor. Op mijn tiende jaar ben ik al begonnen met het volgen van muziekonderwijs. Ik kreeg privéles in gitaarspelen van mijn Iraanse muziekleraar Hassan Ghazi Hosseini. Daarna kreeg ik ook pianoles en begon ik mezelf muzikaal verder te ontwikkelen. Voordat ik in Tilburg Compositie ben gaan studeren, deed ik ook een aantal andere studies. Zo heb ik ook nog een studie Architectuur gevolgd. En in Iran heb ik op het conservatorium een jaar lang het vak Wereldmuziek gedaan. Het was aanvankelijk ook geen echt serieuze beslissing om hiernaartoe te komen. Ik keek op een avond op internet en zag dat er een aantal opleidingen waren waar ik me als student nog kon inschrijven. Ik heb toen gedacht: waarom niet eigenlijk, laten we gewoon eens kijken wat er gebeurt? Ik heb de sites van de verschillende opleidingen toen goed bekeken. En uiteindelijk heb ik me ingeschreven voor de AMPA, omdat ik vond dat deze voltijdsbachelor beter bij me paste. Het feit dat er ook ongelooflijke goede docenten werken, zoals Anthony Fiumara, maakte mij nog gemotiveerder dan anders om hiernaartoe te komen en mijn muzikale taal uit te breiden.”

– Op Instagram zag ik dat je op een gitaar speelt met een tekst erop. Wat staat er op je gitaar?

“Het zijn twee handtekeningen van grote flamencogitaristen, te weten Antonio Rey Navas en Jose Carlos Gomez. De handtekeningen zijn nu mooie herinneringen aan de dagen waarop ik veel op de flamencogitaar speelde.”

– Is je hoofddoel om componist te worden of wil je een muzikant worden als lid van een groep?

“Ik kan niet ontkennen dat ik graag muziek met andere muzikanten speel, maar componeren is toch echt wel de activiteit waar mijn grootste passie ligt.”

– Je beschrijft je muziek als ‘upbeat’. Het is vrolijke muziek en muziek die mensen raakt, klopt dat?

“Upbeat and grace notes was de naam van een concert in de week van de hedendaagse muziek, waarin ook een compositie van mij te horen was. De titel van het stuk was ‘Baroon’, wat regen betekent in het Perzisch. De muziek komt van een heel oude folk-maqam, het systeem van melodische modi in traditionele Arabische muziek, uit mijn regio genaamd Derena. In het algemeen roept elke maqam een andere emotie of sfeer op bij een luisteraar, zowel qua klank als songteksten. De regio waaruit ik kom is tamelijk warm. Er valt ook niet veel regen. De melodieën in deze folk komen recht uit het hart van de zigeuners die de regen hard nodig hebben. Ze vragen daarbij niet om regen uit de lucht, maar zoeken contact met de regen zelf die in hun cultuur wordt gezien als een onafhankelijk wezen. Ze vragen letterlijk de regen zelf om regen. De muziek die daarbij hoort, is dus muziek die uit het hart gegrepen is.”

– Hoeveel live uitvoeringen van je werk had je al in Nederland?

“Ik heb hier vier uitvoeringen van mijn stukken gehad en enkele opnames van mijn muziek. Een aantal zogenaamde scores werd ook uitgevoerd voor
een aantal audities.”

– Je eerste stuk voor een strijkkwartet werd onlangs uitgevoerd op de Living Composers Society Live. Was je tevreden over de prestaties van de muzikanten?

“De muzikanten deden hun best, maar gezien het feit dat ik een soort van perfectionist ben, geloof ik dat ik nog een stuk tevredener kan zijn.”

– Zijn beiaarden in Iran eigenlijk een bekend instrument?

“Nee, beiaards zijn helemaal niet bekend in Iran. Ik kan me in elk geval niets herinneren over hun bestaan aldaar. Maar er zijn natuurlijk ook niet veel kerken in Iran, daar waar beiaarden meestal mee worden geassocieerd.”

– Wat is volgens jou het meest speciale aan de beiaard als instrument?

“Het feit dat er een machine is die het stuk speelt. Dat geeft je veel kansen om veel noten tegelijk recht te zetten of dingen te schrijven die niet door mensen kunnen worden gespeeld.”

– Je maakte vier korte composities voor de beiaard van de Heikese kerk. De muziekstukken lijken qua compositie nogal op elkaar. Was dit ook je bedoeling?

“Ja, absoluut. Ik wilde een echte coherentiestructuur maken, zodat je ze zelfs samen als één stuk kunt beschouwen of als een totaal dat is opgebouwd uit vier delen.”

– Wat was voor jou het moeilijkste bij het maken van de korte uurstukken?

“Er waren een paar grote moeilijkheden bij het componeren van de stukken, te weten: de dynamiek van het instrument, het doorklinken van een toon nadat deze is aangezet en het bereik van het instrument. Maar de belangrijkste zorg voor mij was dat mensen naar mijn stukken zullen luisteren met een heel luid volume, vooral mensen die in de buurt wonen. Daarom dacht ik dat het iets moest zijn waardoor ze zich meer ontspannen voelen of in elk geval kalm en niet angstig of zoiets.”

– Hoorden je vrienden je muziek al in de toren van de Heikese kerk spelen, zo ja, hebben ze er iets over gezegd?

“Ja, sommigen van hen hebben het gehoord en ik heb al hele leuke reacties en complimenten gehad die me erg blij maken.”

– Je studeert hier niet alleen, je leert mensen ook over Iraanse folk tijdens speciale avonden hiervoor. In hoeverre verschilt volksmuziek uit Iran met de folk die we in het vrije Westen kennen?

“Ik denk dat er door de eeuwen heen een aantal belangrijke overeenkomsten zijn, want veel volksmuziek is de muziek die uit het hart van de menigte komt. Het is ook muziek die mensen ervan bewust moet maken dat we allemaal hetzelfde zijn. We zijn allemaal mensen. En echte mensenharten denken niet aan onderlinge verschillen.”

Continue reading...

In de maand juni is weer vrij werk van een Tilburgse componist te horen via de Tilburgse beiaardautomaat. Deze keer is het weer de beurt aan Fons Mommers, die twee fijne stukken schreef getiteld RESERVED 1 en RESERVED 2. De inspiratie voor eerste werkje, RESERVED 1, kreeg Mommers naar aanleiding van een kort citaat uit een koraal van Maarten Luther, de Duitse protestant, theoloog en reformator.

In de 16e eeuw werd het begrip koraal in de Lutherse kerk gebruikt voor de eenstemmige zang door de gehele kerkgemeenschap. Hiermee werd koraal feitelijk een synoniem voor kerklied. “Een koraal is een protestants gemeentelied dat in die tijd uit volle borst door iedereen werd meegezongen”, zegt Mommers naar aanleiding van zijn compositie. “Luther bevrijdde begin 16e eeuw de gelovigen van allerlei regeltjes en wilde dat iedereen op zijn eigen manier zijn geloof kon beleven, tegen de gevestigde en officiële kerk in. Mutatis mutandis mag dit laatste misschien ook gelden voor de muziekbeleving, omdat, naar een woord van een eigentijdse musicoloog, ‘elke muziek zijn eigen hemel heeft.’”

Het tweede werk, RESERVED 2, beoogt volgens Mommers een opgewekt stuk te zijn. “Ik stel mij voor dat je, als je toevallig in de buurt van de Heikese kerk bent, van deze beiaardmuziek een flinke boost krijgt en dat de rest van de dag vanaf dat moment als een brave hond aan je voeten ligt.” Volgens Mommers is op het einde van het werkje voor de goede verstaander een echo te horen van de beroemde orgeltoccata van Widor. “Naar verluidt geldt dat als de meest effectvolle bladzijde uit de Franse orgelliteratuur”, aldus Mommers.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de eerste compositie in juni te horen zou zijn en het tweede stuk in juli. Stadsbeiaardier Carl Van Eyndhoven besloot echter anders. Volgens hem kunnen de stukken prima achter elkaar worden afgespeeld. Liefhebbers van carillonmuziek kunnen beide stukken aanstaande zaterdag daarom na elkaar beluisteren.

Continue reading...

Elien Van den Broeck (2003) startte op 9-jarige leeftijd met haar beiaardstudies in Peer bij Erik Vandevoort waar zij nog steeds beiaard studeert. Op jonge leeftijd won zij reeds twee internationale beiaardwedstrijden (Deinze en St. Amand-les-eaux) en in haar thuisgemeente Meerhout kreeg zij de gemeentelijke cultuurprijs voor haar beiaardverdiensten.

In 2018 werd Elien op 14-jarige leeftijd aangesteld als beiaardier van de abdijbeiaard te Mol-Postel. Concerteren deed zij reeds op verschillende beiaarden in België en Nederland. Op het Lemmensinstituut volgt Elien beiaardlessen van Carl Van Eyndhoven.

Op de beiaardschool te Mechelen en de stedelijke academie te Lier volgt zij tevens beiaardlessen, respectievelijk bij Erik Vandevoort en Koen Van Assche.

Continue reading...

– Je hebt weer een nieuwe compositie gemaakt voor de beiaardautomaat, die aanstaande zaterdag voor het eerst te horen zal zijn. De titel van het stuk is WRAP. Verklaar deze titel eens?
“Wrap is een soort pannenkoekje, dat je geloof ik kunt kopen in een snackbar. Op het pannenkoekje doe je allerlei verschillende ingrediënten, je rolt het op en smullen maar. Er is wel een hoofdbestanddeel als ik het wel heb, namelijk maïs, omdat het van oorsprong Mexicaans is. Zo is het ook met WRAP. Wat het equivalent is van de ‘maïs’ zou ik zo een twee drie niet weten.”

– Mag ik uit deze titel ook afleiden dat je zelf regelmatig een wrap tot je neemt en daar inspiratie uit put?
“Bij mijn weten heb ik nog nooit een wrap gegeten, maar je brengt me wel op een idee.”

– In hoeverre wijkt het nieuwe vrije werk af van andere composities die je hebt gemaakt voor de beiaardautomaat?
“Geen wezenlijk verschil, denk ik, met andere muziek voor beiaardautomaat. Het betreft wel andere noten, maar de vraag hoe je het beste voor een ‘afspeelmachine’ schrijft, blijft voortdurend een grote rol spelen: hoe kan ik muziek maken die alleen een machine kan afspelen, terwijl het toch echte en mooie, ‘menselijke’ muziek moet zijn? Voor andere componisten kan dit overigens weer anders liggen.”

– Hoeveel minuten duurt je stuk?
“Ongeveer even lang als het eten van een wrap: zo’n 3 minuten. Voor de rest denk ik dat het waarderen van de kwaliteit van een muziekstuk heel veel lijkt op ‘proeven’ van wat je eet of drinkt. Het goed afstellen van je zintuigen zonder al te veel vooringenomenheid. Dat geldt niet alleen voor de maker, maar (juist) ook voor de luisteraar.”

– Je stuk wordt gebruiksklaar gemaakt voor de computer door Ernst Bonis, expert op het gebied van elektronische muziek. Hoelang duurt zoiets eigenlijk gemiddeld genomen?
“Het gebruiksklaar maken hangt af van de bewerkelijkheid van het stuk in kwestie. Zo was het stuk van de Tilburgse componiste Mayke Nas niet binnen de drie octaven geschreven. WRAP heeft enkele noten aan de bovenkant van de omvang die niet gespeeld kunnen worden. Technisch foutje van de componist. Ook had ik dynamische voortekens (zoals p, mf en f) naar Ernst gestuurd. Maar die heeft er alleen maar last van. Dus ik stuur hem zo meteen een van dynamische tekens gezuiverde versie. Bovendien kan de automaat de dynamische veranderingen in het stuk niet afspelen. Ernst en ik gaan wel onderzoeken in hoeverre het afspelen van dynamische veranderingen in de muziek voor beiaardautomaat toch tot de mogelijkheden gaat behoren.”

– Is de compositie de hele maand februari te horen?
“Ja, dat is wel de bedoeling. Elke zaterdag na klokslag 13.00 uur. Al is één zaterdag al voorbij zonder WRAP…”

Continue reading...

“Lieve vriendjes uit Tilburg, deze maand zal de beiaard van de Heikese Kerk, die tegenover de FHK, nieuwe melodietjes van mijn hand ten gehore brengen, en dat wel vier keer per uur, elke dag”, schrijft componiste en pianiste Eveline Vervliet (1997) trots op haar Facebookpagina. De jonge Belgische musicus in opleiding kreeg van de Stichting Vrienden van de Tilburgse Beiaard de leuke klus om korte uurstukken te schrijven voor de Tilburgse beiaardautomaat. Iets wat ze met veel enthousiasme deed.

Als introductie van deze talentvolle Belgische lezen we het beste haar bio op haar persoonlijke website. Als kind nam Eveline viool- en pianolessen op haar plaatselijke muziekschool, zo schrijft ze in haar bio. Aan het einde van de middelbare school besloot ze te doen waar ze al een tijdje van droomde: een professionele pianiste worden. Zo besloot ze na een jaar ‘Kunsthumaniora’ in Antwerpen te hebben gestudeerd over te stappen naar een bachelorstudie aan de Academie voor Muziek en Podiumkunsten in Tilburg, alwaar ze begeleid zou worden door pianodocent Nicolas Callot.

Voor haar opleiding zit ze inmiddels in haar derde bachelor voor piano en tweede bachelor voor compositie. “Door de jaren heb ik verschillende masterclasses gevolgd en deelgenomen aan enkele wedstrijden”, zegt Eveline. “Als musicus ligt mijn focus vooral op de uitvoering van moderne en nieuwe muziek, als pianiste en – in bredere zin – als performer.” Na deelname, in 2016, aan de Nadar Summer Academy, een zomercursus over nieuwe muziek georganiseerd en gecoached door het Belgische Nadar-ensemble, begon ze haar eigen concepten, geluiden en muziek te creëren. Sinds september 2017 studeert Eveline – naast klassieke piano – Compositie in Tilburg en krijgt ze onder meer les van Anthony Fiumara, de Tilburgse stadscomponist. Hoogste tijd dus voor een gesprek met Eveline!

– Kun je nog iets meer over je achtergrond vertellen?

“Ik ben geboren in 1997 en sinds mijn zevende woonachtig in Waasmunster. Dat was ook mijn leeftijd waarop ik begon met vioollessen te volgen. Aangezien ik het niet kon laten om mezelf de liedjes uit de pianoboeken van mijn grote broer te leren, kon ik een jaar later óók met pianolessen starten op de muziekschool. Beide instrumenten heb ik volgehouden tot mijn negentiende. Wegens te weinig tijd en lichamelijke klachten moest ik toen helaas wel stoppen met viool. Maar toen ik 17 jaar was ontstond voor het eerst het idee om piano te studeren.”

– Je bent ook componiste en vooral actief met het componeren van nieuwe muziek. Wat is nieuwe muziek eigenlijk, simpel uitgelegd? En wanneer benoem je een stuk muziek als nieuw?

“Dat is een te moeilijke vraag om een simpel antwoord op te geven. Maar de gemakkelijke oplossing is te zeggen dat nieuwe muziek alle muziek is die kortgeleden gecomponeerd is. Alleen is het begrip ‘kortgeleden’ relatief: zo zal een tien jaar oud liedje in de popwereld simpelweg als oud worden bestempeld, maar durven sommige mensen de muziek van Ferneyhough uit de jaren ’80-’90 nog wel eens ‘nieuw’ te noemen. Ik kies zelf liever voor de term ‘hedendaags’, omdat ik daar gemakkelijker een tijdspanne van 0-10 jaar aan kan geven, terwijl ik de term ‘nieuw’ behoud voor composities van de laatste twee jaar.”

– Als musicus ligt je focus behalve op het uitvoeren van nieuwe muziek ook op je rol als performer, las ik op je website. Communiceer jij ook veel met je publiek en op welke manier doe je dat dan?

“Het is inderdaad zo dat dat mijn doel is, maar tot nog toe ben ik er niet in geslaagd, of heb ik daar nog niet de mogelijkheid toe gehad. Wat me aanspreekt is om concerten zo te programmeren dat afzonderlijke muziekstukken met elkaar verbonden zijn door een samenhangend verhaal, en dit met andere elementen, zoals tekst, objecten, video, audio, vorm te geven, waarbij ik de rol van ‘muzikant’ wil uitbreiden tot die van een veelzijdige ‘performer’.”

– Je maakt niet alleen op het concertpodium muziek, maar ook op vrij ongewone plekken, zoals midden in het bos. En dan ook nog terwijl het daar al nacht is. Kun je daar meer over vertellen?

“Ik ben sinds augustus 2017 lid van het Collectief Publiek Geluid, een groep van circa twaalf (semi-)professionele artiesten die zich focust op het creëren van geluid in de openbare ruimte. We zijn opgericht na een call van de Belgische organisatie Musica. Hun hoofdkantoor ligt in Pelt, vlak naast ‘het Klankenbos’. Dit bos herbergt de grootste verzameling van klankinstallaties in de open lucht van heel Europa. In April 2018 organiseerden we de ‘Klankenbos Nocturne’, een wandeling door het bos met op verschillende plaatsen een performance. Als onderdeel hiervan schreef ik de ‘Etude in het Duister nr.1’, een stuk voor viool, percussie, gitaar.”

– In één van je nachtelijke performances was zelfs een rol weggelegd voor drie gloeilampen. Wat was de functie hiervan?

“Ik wilde een audio-visueel werk maken waarbij beide elementen gelijkwaardig aan elkaar waren, dit om de intensiteit van de ervaring voor het publiek te versterken. De rol van de gloeilampen was daarmee gelijkaardig en gelijkwaardig aan die van de instrumentalisten, alleen brachten ze geen klank maar licht voort. Iedere lamp hing boven één van de muzikanten, en ‘speelde mee’ met diens muziek. Voor het festival OORtreders in oktober 2018, schreef ik de ‘Etude in het Duister nr.2’,  waarbij ik de muzikale en visuele elementen uit het eerste stuk verder uitdiepte. Het eerste stuk was voor ons – de creatoren en uitvoerders – een nieuw experiment, waarbij de muziek, de structuur en de coherentie tussen audio en licht eerder basaal en elementair bleven. In het tweede stuk wilden we deze elementen verder compliceren, zonder het voor het publiek onbegrijpelijk te maken. Het volgende stadium zou kunnen zijn om het aantal lichten uit te breiden, waardoor de coherentie tussen geluid en licht voor het publiek misschien wegvalt. Dan kunnen we zien of de mensen het werk nog steeds waarderen. Zo kun je ook de locatie wijzigen of het instrumentarium veranderen of vergroten, etc. We hebben nog veel ideeën dus.”

– Wat vind je zo bijzonder of leuk aan dit soort nachtelijke projecten?

“Het ging zowel om het feit dat het donker was, als om het feit dat het optreden in de buitenlucht in een bos plaatsvond. Wanneer we overdag in het bos repeteerden, kwam het stuk niet volledig tot zijn recht. Dit heeft deels natuurlijk te maken met het feit dat er een belangrijke rol voor de lampen was weggelegd. Maar door het donkere bos ontstaat er een heel andere, speciale sfeer. Wij zijn als mensen meer op onze hoede in het donker, omdat ons nachtelijk zicht zeer beperkt is. Een ander groot verschil is dat de vogels ’s nachts ophouden met fluiten. Deze twee elementen zorgen er volgens mij voor dat onze visuele en auditieve zintuigen scherper worden, waardoor het stuk intenser wordt beleefd dan wanneer het in een concertzaal wordt uitgevoerd.”

– Hoe schrijf je muziek voor de nacht zonder de nacht te verstoren?

“Interessante vraag. Zo had ik er nog niet over nagedacht. Ik vond eerder dat de nachtelijke geluiden mijn stuk verstoorden, haha. Goh ja, voor nu heb ik daar eerlijk gezegd nog geen antwoord op. Maar ik houd de vraag in mijn achterhoofd voor de volgende keer als ik weer een nachtelijk optreden doe of een werk voor het duister maak.”

– Met je compositie Proprius Capio maakte je zelfs een uitstapje naar de wereld van neurologie. Jij wilde met je compositie te weten komen hoe het is om in plaats van het gevoel met je lichaam via je zogenaamde ‘proprioceptie’,  je gevoel met je instrument te verliezen. Vertel daar eens iets meer over…

“Dit werk schreef ik voor mijn deelname aan de Nadar Summer Academy 2017, een jaarlijkse zomeracademie in Sint-Niklaas, georganiseerd door het Belgische Nadar Ensemble die zich specialiseert in het uitvoeren van hedendaagse muziek. Het werk is geschreven voor klarinet, percussie, piano, viool en cello en bestaat uit vier delen. Het eerste deel, ‘Forschung’, is als het ware de ontdekking van het verlies van hun capaciteiten, waarbij de muzikanten opnieuw moeten leren hoe het instrument eigenlijk werkt. Zo kloppen de violist en cellist op hun klankkasten en probeert de klarinettist op zijn instrument te blazen. Het tweede en derde deel ‘Angst… und Begeisterung’ gaan op een meer abstracte manier om met de gevolgen van dit verlies. De muzikanten spelen hierbij wel op hun instrumenten zoals ze voorheen konden, maar verklanken de emoties die ze in het vorige deel zouden voelen: eerst en vooral angst en woede, maar ten slotte moed om door te gaan. Het vierde deel is een overgang van het normale spel tot het onderzoek van het eerste deel, waarbij je het omgekeerde effect van het eerste deel krijgt.”

– Eén van de Tilburgse ensembles waarin je actief was, was FC Jongbloed. Waar kwam die naam vandaan?

“Dit heb ik me zelf ook een tijdje afgevraagd. Nu weet ik dat F.C. staat voor Fontys Conservatorium.”

– Hoeveel composities heb je eigenlijk al op je naam staan? En welke compositie is je het dierbaarst en waarom?

“Momenteel heb ik twaalf composities op mijn naam staan, waaronder twee audiovisuele werken en drie elektro-akoestische werken. De rest zijn puur akoestische composities. Het stuk dat ik als laatste heb geschreven, ‘Jamie’s Super Quick [Vegan] Hummus’, is me echt heel dierbaar. Een connectie als met deze compositie heb ik nog niet eerder zo sterk gevoeld. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat ik momenteel bezig ben met repetities in de aanloop naar de première op 28 november, die trouwens in het Academietheater op de Fontys Hogeschool plaatsvindt. Ik speel zelf namelijk mee als bespeler van de elektronica. Met dit werk ben ik wel een stuk dichter bij het uiteindelijke doel gekomen sinds mijn eerste composities in de zomer van 2016. Ik zou meer kunnen vertellen, maar ik wil nog niets verklappen vóór de première.”

– Voor de Tilburgse Beiaard heb je de korte uurstukken gecomponeerd voor de maand mei. Ben je tevreden met hoe de composities zijn geworden?

“Deze composities zijn, vergeleken met mijn ander werk, een stuk ‘braver’ en ‘tonaler’. Dat was voor mij echt een uitdaging, en ik ben zeker blij met de uitkomst van het werk. Ik vond het sowieso een erg leuke opdracht. Normaal gezien wordt je stuk slechts enkele keren – of soms zelfs maar één keer –  gespeeld, terwijl deze stukken wel tientallen keren op één dag weerklinken. Een groot contrast!”

– Iemand die werk van je heeft gespeeld was onze stadsbeiaardier Carl Van Eyndhoven. Dat was het nummer getiteld ‘Hunted’. Hoe verliep die samenwerking?

“Eerlijk gezegd had ik 1,5 jaar geleden nog geen idee wat een beiaard was. In maart 2018 kregen we als compositiestudenten een masterclass van Carl, en toen werd mijn interesse in het instrument gewekt. Via Carl kreeg ik ook te horen dat de Nederlandse Klokken Vereniging een compositiewedstrijd voor beiaard uitzond. Daar heb ik aan deelgenomen met het werk Hunted, wat ik aan Carl heb opgedragen. Daar heb ik uiteindelijk een hoofdprijs mee heb gewonnen, en Carl heeft het stuk op de prijsuitreiking gespeeld. Ik heb met hem een erg fijn contact gehad. Hij heeft me inderdaad verteld dat hij Hunted, zoals de compositie heet, een goed werk vindt en het graag speelt.  Aan de andere kant prijs ik hem voor zijn interpretatie.”

– Hoe speciaal is de beiaard voor jou als instrument?

“De beiaard is een zeer speciaal instrument, aangezien elke beiaard op zich uniek is. Dat is een uitdaging die je bij het schrijven voor reguliere instrumenten niet hebt. Net zoals ik graag weet voor welke muzikanten als personen ik schrijf, vind ik het leuk om me tijdens een compositieproces voor te kunnen stellen hoe een bepaalde stem of beiaard klinkt, aangezien elke stem of beiaard uniek is. Dat heb je veel minder met reguliere instrumenten – al is dat soort uniekheid steeds minimaal aanwezig. Zowel Hunted als de pas gecomponeerde uurstukken schreef ik speciaal voor de carillon van de Heikese Kerk. Daardoor creëer je een soort band met dat instrument, wat je met andere beiaarden niet hebt. Anders, maar gelijkaardig, aan de band die je als muzikant met een instrument hebt.”

– Eén van je specifieke interesses is technologie. In welke zin of hoedanigheid vormt technologie ook onderdeel van je werk?

“Ik heb twee cursussen gevolgd in de analoge Willem II-studio’s in Den Bosch. In mijn eigen werk houd ik me vooralsnog vooral bezig met live electronics waarbij ikzelf live – tijdens het concert – samples trigger door middel van de software PD-Extended. Dit heb ik gedaan in mijn stuk ‘ex<IN>tended’ met klarinet en altviool, en in mijn nieuwste werk ‘Jamie’s Super Quick [Vegan] Hummus’ met zang en piano. Enkele weken geleden heb ik de Ableton Live Suite 10 aangekocht, waarmee ik momenteel leer werken. Dan wil ik meer aan de slag gaan met het live manipuleren van akoestische instrumenten, en performances met puur elektronica – zonder instrumenten dus.”

– Verdiep jij je ook in beiaardautomaten? Zo ja, heeft je dat geholpen bij het maken van de korte uurstukken?

“Daar heb ik me nog niet in verdiept, al lijkt het me wel eens interessant om te doen.”

– Dank voor dit interessante interview!

“Graag gedaan!”

Continue reading...