“Ik heb helemaal niets met schlagermuziek of de muziek van UB40”

Foto: G. van der Heyden

Recensenten vergeleken het werk van de Tilburgse gitarist en componist Frank Crijns (1960) met dat van muzikale grootheden als Brian Eno en Frank Zappa. Vooral over de vergelijking met de laatste, de man met dezelfde voornaam, valt veel te zeggen. Crijns zelf is er in elk geval zeer vereerd mee. Net als wijlen Zappa is Crijns een opvallend eigenzinnige muzikant en componist die dankzij de freejazz-invloeden van Zappa voortdurend aan het experimenteren en improviseren is. Over zijn muziek zei de Tilburger ooit in een interview: “Het gaat bij mij altijd om ritme, gelaagdheid en pulse. Ik hou namelijk van actie.”

Als muzikant en componist werkte hij samen met muzikanten als Fred Frith, Elliott Sharp, Tim Hodgkinson, Pavel Fajt en de Tilburgse muzikant Jacq Palinckx. Componeren doet hij al sinds 1985, het jaar waarin hij nog op de muziekschool in Tilburg zat in het compositieklasje van muziekdocent Henk Stoop. In hetzelfde klasje zaten ook andere Tilburgse componisten in opleiding, waaronder Jacq Palinckx, Frans Kerkhofs en Fons Mommers. Na de muziekschool ging hij naar het conservatorium, niet in Tilburg, maar in Rotterdam, alwaar het muziekonderwijs beter aansloot bij zijn achtergrond van free-jazz en natuurlijk Frank Zappa.

Samen met Dirk Bruinsma richtte hij de groep Blast op, waarmee hij meerdere albums opnam in verschillende bezettingen. Als componist werkte hij voor groepen als het Attacca slagwerkensemble, het Nederlands Balletorkest, het Trio Nu, het Quasar en Koh-I-Noor saxofoonkwartetten, het Fluittrio Tegenwind en vele anderen. Bekendheid kreeg hij bovendien als componist van hedendaagse nieuwe muziek en geïmproviseerde muziek. In 2015 bracht Crijns de door recensenten veelbesproken cd ‘[B]One’ uit, een plaat met voor ensembles en solisten gecomponeerde nummers. Op zijn cv staan verder ook opvallende klankvelden. Eentje daarvan, het tien jaar geleden gecomponeerde ‘Shade of Impulse’, maakte hij bij foto’s van dode dieren die te zien waren in de tentoonstelling ‘Dressed (Un) dressed’ van kunstenares Tineke Schuurmans.

Zijn oeuvre bestaat inmiddels uit circa tachtig composities. Componeren betekent voor Crijns tegenwoordig vooral zichzelf opsluiten. In een interview zei hij hierover: “Ik moet me als het ware onder een kaasstolp plaatsen. Wát ik ga schrijven hangt van de latere uitvoerders af en ook waardoor ik ben geïnspireerd. Componeren is voor mij zestig procent weggooien. Het is of niet goed genoeg of niet interessant genoeg. Het gaat bij mij altijd om ritme, gelaagdheid en pulse. Ik hou namelijk van actie.”

Dat alles is voor de Stichting Vrienden van de Tilburgse Beiaard reden genoeg om Crijns vrij werk voor de beiaardautomaat te laten componeren voor de maand november. En, om hem nader aan de tand te voelen over zijn werk als muzikant en componist.

– Kun je meer vertellen over je achtergrond? Waar ben je geboren, wanneer en waarom heb je besloten om muzikant te worden? En kom je uit een muzikale familie?

“Ik ben geboren in Sint Pieters Woluwe, een randgemeente van Brussel, in een non-muzikale familie. Mijn ouders waren vooral geïnteresseerd in sport en boeken. De interesse in muziek is vooral door vrienden gekomen. Zo rond mijn 24ste besloot ik fulltime voor de muziek te kiezen en als hoofdvak Compositie te gaan studeren aan het Rotterdams Conservatorium.”

– Je staat bekend als gitarist. Wat maakt een gitaar voor jou je favoriete instrument? En heb je ook op andere instrumenten gespeeld?

“Mede door invloed van mijn muzikale vrienden kwam ik rond mijn veertiende jaar in aanraking met de gitaar. Op die leeftijd maakte dat een diepe indruk op mij, zeker ook door de gitaristen die toen bekend of beroemd waren, bijvoorbeeld de Cubaanse gitarist Leo Brouwer, die zich vaak sterk maakte voor hedendaagse muziek voor gitaar, maar ook buitenlandse muzikanten als Jimmy Page en J. McLaughlin. Door hen ben ik gitaar gaan spelen. Naast gitaar speel ik ook basgitaar en wat piano.”

– Je bent ook improvisatiemuzikant en componist. Zijn optredens van jou ook altijd een mengelmoes van improvisaties en eigen composities?

“Als ik optreed als gitarist speelt improvisatie altijd wel een rol, maar het hangt van de context af in welke mate en de eventuele ruimte die er voor is. Improvisatie speelt in mijn gecomponeerde werken voor derden echter geen rol.”

– Eén van je langste muziekprojecten, zoniet de langste, is Blast. Van deze band, die optrad als 4tet, 6tet, 8tet en als trio, verschenen sinds 1992 zeven platen. Leden van deze band zijn tijdens optredens ook zelf dirigent, lees ik op je site. Wat moet ik me daarbij voorstellen?

“Op mijn site staat dat goed beschreven. Letterlijk staat daarop: we werken aan de ontwikkeling van nieuwe manieren van noteren en een manier van spelen waarbij de tijd met uiterste flexibiliteit wordt gebruikt en de spelers tegelijkertijd dirigent zijn. In de scores maken we gebruik van notatietechnieken, zoals noten op papier, polymetrie en een vrije keuze van parameters. Met het gebruik van samples en elektronica wordt een coherent geluid gecreëerd waarbij de overgangen worden geïmproviseerd, maar in gecomponeerd materiaal nauwelijks zijn op te merken. Hierdoor wordt de dynamiek breder en de spanning tussen abstracte en tonale muziek meer benadrukt. Omdat ik me altijd richt op het uitbreiden van de mogelijkheden, vernieuwt de muziek zichzelf voortdurend en klinkt geen enkel stuk twee keer hetzelfde.”

– Onder muziekkenners sta je vooral bekend als de gitarist van het guerrillarocktrio Betonfraktion, een band die het publiek met felle dissonante klankreeksen bestookt. Is jouw muziek door de jaren heen ook het beste zo te omschrijven: guerillarock? Of doe ik je werk hiermee tekort?

“De term guerrillarock is alleen van toepassing op het trio Betonfraktion, waarin ik speel. De Tilburgse poptempel Paradox omschreef de muziek als een licht ontvlambare cocktail van deels gestructureerde, deels geïmproviseerde energie. De muziek is luid, solide en gedreven. Mijn andere muziekstijlen of teksten staan daar behoorlijk ver vanaf. Stijlen of soorten muziek die je in mijn werk terugvindt zijn free-jazz, natural ambient, klankvelden en improvisaties voor gitaren.”

– Je meest recente cd, getiteld (B)One, is gevuld met eigen composities uit de afgelopen twintig jaar. De composities zijn geschreven voor ensembles en solisten. Volgens recensenten is het een unieke plaat door de ‘hoekige muziek met een stevige rocksmaak die overtuigt in z’n kracht, energie en dynamiek’. Zie jij dit album ook als de beste kennismaking met het werk van Frank Crijns?

“Ja, zeker wat betreft mijn hedendaags gecomponeerde werken. Overigens is ook hier de ‘rocksmaak’ alleen terug te vinden in één werk getiteld ‘Prospulsion’, dat ik schreef voor het Combustion Chamber ensemble.”

– Naar aanleiding van dit album trok de VPRO zelfs een vergelijking tussen jouw muziek en die van Brian Eno en Frank Zappa vanwege de ‘free-jazz’-invloeden en zeer woelige nummers op de plaat. Was je daar vereerd mee?

“Zeker. Hun invloed is hier en daar zeker aanwezig, maar er zijn nog veel meer inspirerende voorbeelden voor de bovengenoemde muziekhelden, zoals avantgardisten als Luciano Berio, Harrison Birtwistle, John Zorn, Wolfgang Rihm, Captain Beefheart, György Ligeti, B.A. Zimmerman en nog vele anderen…”

– Op (B)One zijn veel muzikale invloeden te horen. Niet alleen van jazz maar ook van Indiase muziek, bigband, ambient en klanken uit de hoek van Nederlandse grootmeesters als Louis Andriessen en Reinbert de Leeuw. Is er ook muziek waar je helemaal niets mee hebt?

“Ja, ik heb helemaal niets met schlagermuziek of UB 40.”

– De titel van het album (B)One heeft ook een dubbele betekenis, klopt dat?

“Er zitten inderdaad meerdere betekenissen in de titel, zoals bot, been en graad. B1 is ook een noot, de B van het contra-octaaf. Daarnaast is de B de open vijfde snaar op een gitaar.”

– Je schreef composities voor veel verschillende instrumenten: gitaar uiteraard, maar ook piano, clavecimbel, clarinet, viool, fagot en saxofoon. Wat was nou qua combinatie van instrumenten de grootste uitdaging?

“Voor mij was dat de combinatie van cimbalom, alt-sax, bariton-sax, trompet, elektrische gitaar, basgitaar, percussie, vibrafoon, marimba, cello en viool. Het was de instrumentatie van de cd ‘A Sophisticated Face’, waarop we speelden in een octet-bezetting.”

– In je meest recente werk zie ik veel composities voor elektrische gitaar, samplers en andere elektronica. Heb je de akoestische instrumenten tijdelijk afgezworen?

“Nee, zeker niet. Het is voor nu een tijdelijke praktische benadering wat betreft speel- en organisatorische mogelijkheden.”

– In totaal heb je al ruim tachtig composities op je naam staan. Een muziekdocent zei ooit tegen je: ‘Je moet als componist vooral weten wat je niet wilt’. Heeft deze man ook een betere componist van je gemaakt?

“Jazeker. Hier bedoelde hij mee dat in een compositieproces je je materiaal moet afbakenen of laten uitkristalliseren, zodat je je eigen muziektaal ontplooit.”

– De geldstromen richting Brabantse componisten en muzikanten zijn niet altijd enorm geweest. In een interview op internet las ik dat je jarenlang wel als componist een inkomstenbron had, maar niet als gitarist. Dat was in 2015. Hoe is dat nu?

“Sinds de grove bezuinigingen op cultuur van 2011-2012 door Halbe Zijlstra zijn veel ensembles verdwenen en de compositie-opdrachten verminderd. Echt rooskleurig is de situatie niet.”

– Is het gegeven dat een beiaard een instrument is dat te horen is in de openbare ruimte van invloed geweest op het componeren van je vrije werk voor de beiaardautomaat? Of heb je daar niet specifiek aan gedacht?

“Niet echt, hoewel de titel ‘Flock’ er indirect wel naar verwijst. Flock betekent kudde, zwerm of gemeente. In deze titel zijn de uitwaaierende klanken in de compositie en de signaal- cq oproepfunctie vanuit een kerktoren mooi gecombineerd.”

– Was dit de eerste keer dat je vrij werk voor de beiaardautomaat componeerde?

“Wel voor de automaat. Ik was echter bekend met de klank van de beiaard, want ik had al eerder werk geschreven voor de beiaard. In 1996 heb ik namelijk het stuk ‘Deux regards sur un rituel’ geschreven, wat toen enkele keren door stadsbeiaardier Carl van Eyndhoven op de beiaard is uitgevoerd.”

– Waarin schuilt volgens jou het specifieke of eigene van een beiaard?

“Het zich verplaatsen van de klank. Maar ook de associatie met kerktorens natuurlijk.”

– Denk je dat handbespeelde beiaards ooit geheel vervangen gaan worden door beiaardautomaten?

“Daar is wel een redelijke kans op, al hoop ik het niet voor de beiaardiers.”