Op zaterdag 7 en zondag 8 september 2019 staat het hele centrum van Tilburg weer bol van de optredens en concerten gedurende De Opening, de feestelijke start van het nieuwe culturele seizoen 2019-2020 in Tilburg. Het is niet alleen een voorproefje van wat het nieuwe seizoen gaat brengen maar ook een mooie presentatie van de Tilburgse podiumkunsten van nu. Wat de Tilburgse beiaard betreft, is het gastbeiaardier Janno Den Engelsman die op zondag 8 september de klokken van de beiaard bespeelt in het tweede van in totaal vier concerten (getiteld: de September Songs).

Janno speelt sonates van Bach en Haydn die de kleine, heldere klokken alle recht aan doen en enkele karakterstukjes van de Franse klassieke componist Claude Balbastre, waaronder een heuse ‘Cannonade’. Daarnaast kiest hij resoluut voor de populaire muziek: van de evergreens uit ‘The Sound of Music’ tot nummers van David Poltrock (lid van de rockband De Mens) en Coldplay. Met de zuiderse lichtheid van Albeniz’ Prelude laat hij de laatste klokkenklanken in de septemberlucht oplossen.

Beiaardier Janno Den Engelsman studeerde orgel, klavecimbel en kerkmuziek aan het Utrechts Conservatorium. Na deze studie volgde hij privélessen bij de organist Liuwe Tamminga in Bologna. Hij won prijzen op orgelconcoursen in Leiden (1996) en Nijmegen (2002). In 2006 werd hem voor zijn muzikale werkzaamheden de Sakko Cultuurprijs voor Kunsten en Letteren toegekend. Na het behalen van het Master-diploma in 2007 aan de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort, volgde hij aanvullende beiaardcursussen bij Geert D’hollander. Van 2009 tot 2013 was hij bestuurslid van de Nederlandse Klokkenspel Vereniging (NKV). Hij concerteerde onder meer in de Verenigde Staten en Polen. Als beiaardier speelde hij bij het Festival Oude Muziek in Utrecht. Janno den Engelsman is organist-titularis van de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom en stadsbeiaardier van Middelburg, Bergen op Zoom en Zierikzee.

De beiaardier die op 1 september aftrapt met een concert is stadsbeiaardier Carl Van Eyndhoven. Beiaardconcerten in de maand september zijn verder nog gepland op 15 september en 22 september. Op 15 september bespeelt Wim Van den Broeck samen met zijn dochter Elien Van den Broeck de Tilburgse klokken. De Utrechtse stadsbeiaardier Fiebig Malgosia sluit de September Songs-reeks af op zondag 22 september. Alle concerten beginnen om 15 uur ‘s middags.

Speellijst Carl Van Eyndhoven

Speellijst Janno Den Engelsman

Speellijst Wim en Elien Van den Broeck

Speellijst Malgosia Fiebig

 

Continue reading...

Haar composities worden omschreven als gevarieerd, sympathiek en bijzonder fantasierijk in klank. Lof krijgt ze vooral voor haar inventieve klanklandschappen. Composities gaan ook regelmatig vergezeld van filosofische teksten die ze zelf bedenkt. Uitvoeringen van haar werk vonden verder op opmerkelijke locaties plaats. Een compositie voor bij een videoinstallatie over ondergronds mijnwater, gemaakt door beeldend kunstenares Alien Oosting, was bijvoorbeeld te horen in een Zuidlimburgse fietsenkelder. In de compositie waren onder meer rollende stenen, stromend water, stemgeluiden en het geluid van stoom te horen, deels bewerkt door elektronica. Dat alles kwam daarbij uit maar liefst zes luidsprekers tegelijk.

Componiste Nicoline Soeter, van wie in de maand augustus korte uurstukken op de Tilburgse beiaard zijn te horen, is niet alleen een opvallende bedenker van inventieve klankwerelden. Naam maakte ze ook met VONK, een ensemble waarvan de muziek beïnvloed wordt door hedendaags gecomponeerde muziek en avant-garde pop. Als groepslid van VONK werkte Soeter samen met een rij van schrijvers, compononisten, theatermakers en muzikanten. VONK trad verder op tijdens allerlei speciale muziekdagen en muziekfestivals als Incubate, November Music, Muziektheaterdagen Amsterdam, Cross-Linx, Gaudeamus Muziekweek, Transit Festival en Huddersfield Contemporary Music Festival. In 2018 werkte VONK aan zijn eerste album ‘Whose arm is that?’, een cd vol met liedjes van verschillende componisten, waaronder Soeter. Sinds september 2017 is Soeter ook artistiek leider van podium De Link in Tilburg.

Over de vier voorslagen die ze schreef voor de Tilburgse beiaard zegt de componiste: “Die horen bij elkaar. Het zijn fragmenten van dezelfde compositie, ‘Circles & Squares’ geheten, die ik oorspronkelijk voor VONK schreef. Bij de compositie hoort ook een tekst die ik baseerde op de mythe van de bolmens van de Griekse blijspeldichter Aristophanes. De gedachte waarmee ik ‘Circles & Squares’ maakte, vind ik ook mooi om boven de stad te laten zweven.”

– Kun je meer vertellen over je achtergrond? Waar en wanneer ben je geboren, wanneer en waarom heb je besloten om componiste te worden? En was je daarvoor al zeer actief als muzikante?

“Ik ben geboren in 1974 in Velp als dochter van een Nederlandse vader en een Zwitserse moeder. Ik heb nog niet zo lang geleden gehoord dat mijn Zwitserse overgroot oma pianiste bij stomme films was. Daar voel ik me wel verwant aan. Ik maakte als kind heel graag hoorspelen en was altijd bezig met verhalen schrijven en liedjes maken. Na mijn studie klassiek viool, was ik vooral met improvisatie bezig en dat leidde als vanzelf tot de behoefte om te componeren. En uiteindelijk voel ik me veel meer thuis in de rol van maker.”

– Jouw composities worden vaak omschreven als bijzonder fantasierijk, zowel in klank als in instrumentkeuze. Is dat je doel ook: muziek maken waarvan mensen kunnen zeggen of denken: dit heb ik nog nooit eerder gehoord?

“Nee, dat zou een te groot streven zijn. Er is door de eeuwen heen zoveel muziek gespeeld en geschreven, verwantschappen zijn altijd te vinden. Wat ik zoek in klankkleur heeft vaak een emotionele betekenis. Als ik een ander instrument of een andere techniek zou kiezen is het niet op dezelfde manier doorleefd. Alsof het niet ademt of gewoonweg niet de juiste zeggingskracht heeft.”

– Wanneer ben je tevreden over een eigen compositie?

“Dat gebeurt niet zo snel. Composities zijn momenten in de tijd oftewel in een persoonlijk ontwikkelingsproces. Er is bijna altijd wel iets dat ik later nog wil veranderen. Toch kan ik best genieten van een moment, zeker als ik geraakt word door een uitvoerder die alles geeft. En soms ben ik later positief verbaasd. Dan vraag ik me af hoe ik het heb kunnen maken.”

– Hoeveel composities heb je eigenlijk al op je naam staan en welke compositie is je het dierbaarst en waarom?

“Ik ben nu bezig aan opus dertig. Mijn muziektheatervoorstelling Wunderkammer is me het meest dierbaar. Het was een soort levende klankinstallatie, maar ook binnenwereld, museum, werkplaats en publieke ruimte, geïnspireerd op de rariteitenkabinetten in de 17e en 18e eeuw. Het woord ‘raar’ heeft vandaag de dag een negatieve connotatie, maar betekende oorspronkelijk vooral zeldzaam, net als in het Engels. De rariteitenkabinetten uit de 17e en 18e eeuw waren voor veel apothekers en artsen de eerste aanzetten tot natuurwetenschappelijk onderzoek. Tegelijkertijd vervulden ze een publieke functie, waren het een soort musea. In de tekst van Wunderkammer speelden insecten een bijzondere rol. Veel kevers hebben de meest wonderlijke namen, zoals tapijtbok, soldaatje, eenhoorn of heilige pillendraaier. Pas recent bleek hoe slecht het met insecten gaat en was een ode behoorlijk op z’n plaats. De voorstelling is me dierbaar omdat Wunderkammer toch vooral over m’n eigen binnenwereld ging. Dat persoonlijk durven zijn mooie reacties oplevert en ook herkenning vond ik een bijzondere ontdekking.”

– In je werk combineer je muziek met filosofische teksten die je ook zelf schrijft. Wanneer ben je teksten gaan schrijven voor bij je muziek en waarom?

“Ik ging teksten schrijven omdat het me de mogelijkheid bood om muziek en tekst echt goed bij elkaar aan te laten sluiten in een lied. En ik wilde de onderwerpen zelf kunnen kiezen omdat ik dan over iets kon schrijven dat me ook echt raakt. Eigenlijk zoals een singer-song writer. Maar samenwerken met een schrijver bevalt me ook goed. Zo werk ik op dit moment aan een voorstelling samen met de Tilburgse schrijver Anton Dautzenberg. Hij schrijft de theatermonoloog, ik de songteksten. De voorstelling gaat in maart 2020 in première bij Tilt.”

– Je bent erg actief met je eigen ensemble genaamd VONK. Die naam is in Tilburg vrij bekend onder muzikanten. VONK was namelijk van 1986 tot 2000 het Tilburgse muziekpodium. Heeft jouw ensemble daar ook nog iets mee te maken?

“De naam VONK is verzonnen door één van onze musici, zonder dat we de historie van deze naam in Tilburg kenden. Achteraf gezien is het prima, want een verwantschap is er zeker.”

– Voor VONK componeerde je onder meer een stuk voor elektrische gitaar, vibrafoon en koebellen. Daarvoor moet je wel een zeer fantasierijke componiste zijn. Of niet?

“Koebellen zijn op zich gebruikelijk slagwerk instrumentarium, maar ik kies wel bewust voor klankcombinaties. In een later stuk combineerde ik Thaise gongetjes met marimba, omdat de wat zwevende stemming van de gongetjes prachtig bij het geluid van de hout paste.”

– Je hebt meer bijzondere projecten op je naam staan: zoals een project waarin je muziek componeerde voor bij een video-installatie over mijnwater. De installatie en muziekperformance vonden letterlijk onder de grond plaats in een Limburgse fietsenkelder. Hoe was dat en zijn daar nog veel mensen komen kijken?

“Dat was een erg tof project. In eerste instantie voelde ik enige schroom om iets te maken in het kader van het jaar van de mijnen. Als buitenstaander vond ik de korte periode die er was om aan het project te werken niet toereikend om op een integere manier iets over het mijnverleden te kunnen zeggen. Maar toen ik in de mijnverhalen dook ontdekte ik een aantal zeer tot de verbeelding sprekende gebeurtenissen, zoals het verhaal over Geleen. Op het moment dat de mijnen in Limburg gesloten werden was er een serieus voorstel van de directeur van een Canadese werkgeversvereniging om heel Geleen naar Canada te verhuizen. Er was daar een plek op de landkaart geprikt die Nieuw-Geleen zou gaan heten. De man bood twee schepen aan om alle mijnwerkers samen met hun hele sociale omgeving – de slager, de bakker, de kerk, de fanfare, de voetbalclub – om echt alles naar Canada te verplaatsen. Men heeft er uiteindelijk toch vanaf gezien. De performance was meerdere dagen tijdens Cultura Nova te bezoeken en er zijn heel wat bezoekers met ons mee onder de grond gegaan.”

– Voor de Tilburgse beiaardautomaat heb je de korte uurstukken gecomponeerd voor de maand augustus. Ben je tevreden met hoe de composities zijn geworden?

“Ik heb een variant op eerder werk gemaakt. De compositie met de Thaise gongetjes bleek zo goed te passen bij het geluid van het carillon. Ik werd er heel vrolijk van om dit werk terug te horen in een nieuwe versie. En dat terwijl ik normaal gesproken dus niet graag een compositie naar andere instrumenten omzet. Dit paste zo goed dat ik het niet kon laten. De vier voorslagen horen ook bij elkaar. Het zijn fragmenten van dezelfde compositie ‘Circles & Squares’ die ik oorspronkelijk voor VONK schreef. Bij de compositie hoort ook een tekst die ik schreef op basis van de mythe van de bolmens van Aristophanes, vrij naar de dialogen van Plato.”

– Interessant, vertel eens meer daarover…

“Volgens de mythe waren mensen lang geleden bolvormige wezens. Ze hadden vier armen, vier benen, twee hoofden en bewogen zich voort in een soort radslag. Er waren drie soorten. Eén van hen bestond uit twee mannelijke helften, de ander uit twee vrouwelijke helften en de derde had zowel een mannelijke als een vrouwelijke helft. In het licht van de gender-discussie vond ik het interessant om te zien hoe oud het idee al is. In mijn versie kunnen ze zich voortbewegen zonder ‘picto’s of frames’. Omdat niemand ze in een hokje plaatst, is het niet nodig om zichzelf af te vragen wie ze zijn. De noten zelf hebben ook zowel hoekige als circulaire bewegingen. Ondanks dat de tekst niet te horen is kan de compositie prima op zichzelf staan en de gedachte waarmee ik ‘Circles & Squares’ maakte vind ik ook mooi om boven de stad te laten zweven.”

– Als componiste voor de beiaardautomaat in de maand augustus beleefde je een valse start. Eind juli begaf de automaat het tot ieders schrik. Heb je daar nog iets van meegekregen?

“Jazeker. Ik hoorde ervan omdat mijn compositie niet gespeeld kon worden. Wel bijzonder dat met vereende krachten het probleem zo snel weer verholpen was.”

De vier voorslagen maken onderdeel uit van de compositie getiteld ‘Circles & Squares’ die Soeter oorspronkelijk voor VONK schreef. De uitvoering door VONK is ook op YouTube te beluisteren. Klik hiervoor op onderstaande video.

 

Continue reading...

Zondag 14 juli, Pittsburgh PA – Heerlijk om in een zonovergoten Pittsburgh wakker te worden na een intense week van beiaardconcerten. Vijf concerten op rij in het noord-westen van de staat New York en in Pennsylvania.

Zoals vaak voorkomt in de USA waren vier van de vijf beiaarden te vinden op prachtige campussen van universiteiten. In Rochester NY hingen de klokken van het Hopeman Carillon hoog in de koepel van een prachtige bibliotheek op de campus van Rochester University, waarmee de befaamde Eastman School of Music verbonden is.

Het is altijd even wennen aan het ‘Amerikaanse klavier’ waarvan de afmetingen nogal afwijken van onze Europese standaard. Maar verder was het heerlijk spelen op dit lichte instrument. De beiaard van Alfred University (Alfred NY), uitkijkend over een prachtig park, heeft enkele ‘problematische’ klokken die ronduit vals klinken. Maar dat leek het publiek, dat grotendeels in hun auto met de ramen open en voorzien van drank en eten luisterde, niet te deren. Zoals op de andere plaatsen waren zij erg gul met hun applaus, hier in de vorm van toeterende auto’s…

De beiaard van Williamsville NY hangt in de Calvary Episcopal Church, een mooi kerkje in een groene woonwijk. De beiaard uit 1959 is een schenking van D. B. Niederlander. Hier werd de straat afgesloten en zaten de luisteraars tussen de bomen, op de straat.

Het enthousiasme van beiaardierster Gloria Werblow, die al meer dan 40 jaar dit mooie instrument bespeelt, was aanstekelijk. Opmerkelijk was ook dat college-studenten als onderdeel van hun curriculum vrijwilligerswerk deden door te helpen bij de organisatie van het concert, inclusief een hotdogkraam.

Het voorlaatste concert vond plaats in Erie PA, gelegen aan het indrukwekkende Eriemeer. Ook deze beiaard is een schenking, met name van Larry & Kathryn Smith en hangt in de toren van de gelijknamige kapel op de campus van het Behrend College. Het was heerlijk spelen op dit instrument,  dat uit 2002 dateert. De klokken werden gegoten door Meeks, Watson & Co uit Georgetown (Ohio). Heldere en transparante klokken die andermaal over een onberispelijk mooie campus klonken. Het ‘slotconcert’ vond plaats in New Wilmington PA op de campus van Westminster College: een oase van rust met de uitstraling van een oud Engels college.

Totaal onverwacht heb ik op vraag van de beiaardierster Paula Kubik in de namiddag nog een korte workshop gegeven waarbij zij met één van haar studenten vierhandige beiaardbewerkingen speelde.

Terugblikkend op deze concerten stel ik vast dat de beiaarden (en de torens waarin zij hangen) bijna altijd via schenkingen tot stand kwamen. Ook de beiaardconcerten worden gesponsord via individuele bijdragen of donaties en zijn goed georganiseerd. Het publiek komt soms al een uur op voorhand (!) plaats nemen en voedsel en drank ontbreken zelden tijdens het concert. Wat wel zorgen baart is de onzekerheid over de opvolging van de beiaardiers wanneer zij met pensioen (moeten) gaan. Zo wordt er bijvoorbeeld in Alfred al bijna drie jaar niet meer op reguliere basis gespeeld wegens een gebrek aan middelen om een opvolger aan te stellen.

Ik speelde erg gevarieerde programma’s. Hierbij waren het vooral de bewerkingen van 18de eeuwse muziek (Bergamaska, Une Jeune Fillette) en de jazz-improvisaties die erg in de smaak vielen.

En nu, via Washington en Philadelphia, op weg naar New York!

groet,

Carl Van Eyndhoven, stadsbeiaardier van Tilburg

Continue reading...

– Je hebt weer een nieuwe compositie gemaakt voor de beiaardautomaat, die aanstaande zaterdag voor het eerst te horen zal zijn. De titel van het stuk is WRAP. Verklaar deze titel eens?
“Wrap is een soort pannenkoekje, dat je geloof ik kunt kopen in een snackbar. Op het pannenkoekje doe je allerlei verschillende ingrediënten, je rolt het op en smullen maar. Er is wel een hoofdbestanddeel als ik het wel heb, namelijk maïs, omdat het van oorsprong Mexicaans is. Zo is het ook met WRAP. Wat het equivalent is van de ‘maïs’ zou ik zo een twee drie niet weten.”

– Mag ik uit deze titel ook afleiden dat je zelf regelmatig een wrap tot je neemt en daar inspiratie uit put?
“Bij mijn weten heb ik nog nooit een wrap gegeten, maar je brengt me wel op een idee.”

– In hoeverre wijkt het nieuwe vrije werk af van andere composities die je hebt gemaakt voor de beiaardautomaat?
“Geen wezenlijk verschil, denk ik, met andere muziek voor beiaardautomaat. Het betreft wel andere noten, maar de vraag hoe je het beste voor een ‘afspeelmachine’ schrijft, blijft voortdurend een grote rol spelen: hoe kan ik muziek maken die alleen een machine kan afspelen, terwijl het toch echte en mooie, ‘menselijke’ muziek moet zijn? Voor andere componisten kan dit overigens weer anders liggen.”

– Hoeveel minuten duurt je stuk?
“Ongeveer even lang als het eten van een wrap: zo’n 3 minuten. Voor de rest denk ik dat het waarderen van de kwaliteit van een muziekstuk heel veel lijkt op ‘proeven’ van wat je eet of drinkt. Het goed afstellen van je zintuigen zonder al te veel vooringenomenheid. Dat geldt niet alleen voor de maker, maar (juist) ook voor de luisteraar.”

– Je stuk wordt gebruiksklaar gemaakt voor de computer door Ernst Bonis, expert op het gebied van elektronische muziek. Hoelang duurt zoiets eigenlijk gemiddeld genomen?
“Het gebruiksklaar maken hangt af van de bewerkelijkheid van het stuk in kwestie. Zo was het stuk van de Tilburgse componiste Mayke Nas niet binnen de drie octaven geschreven. WRAP heeft enkele noten aan de bovenkant van de omvang die niet gespeeld kunnen worden. Technisch foutje van de componist. Ook had ik dynamische voortekens (zoals p, mf en f) naar Ernst gestuurd. Maar die heeft er alleen maar last van. Dus ik stuur hem zo meteen een van dynamische tekens gezuiverde versie. Bovendien kan de automaat de dynamische veranderingen in het stuk niet afspelen. Ernst en ik gaan wel onderzoeken in hoeverre het afspelen van dynamische veranderingen in de muziek voor beiaardautomaat toch tot de mogelijkheden gaat behoren.”

– Is de compositie de hele maand februari te horen?
“Ja, dat is wel de bedoeling. Elke zaterdag na klokslag 13.00 uur. Al is één zaterdag al voorbij zonder WRAP…”

Continue reading...

“Lieve vriendjes uit Tilburg, deze maand zal de beiaard van de Heikese Kerk, die tegenover de FHK, nieuwe melodietjes van mijn hand ten gehore brengen, en dat wel vier keer per uur, elke dag”, schrijft componiste en pianiste Eveline Vervliet (1997) trots op haar Facebookpagina. De jonge Belgische musicus in opleiding kreeg van de Stichting Vrienden van de Tilburgse Beiaard de leuke klus om korte uurstukken te schrijven voor de Tilburgse beiaardautomaat. Iets wat ze met veel enthousiasme deed.

Als introductie van deze talentvolle Belgische lezen we het beste haar bio op haar persoonlijke website. Als kind nam Eveline viool- en pianolessen op haar plaatselijke muziekschool, zo schrijft ze in haar bio. Aan het einde van de middelbare school besloot ze te doen waar ze al een tijdje van droomde: een professionele pianiste worden. Zo besloot ze na een jaar ‘Kunsthumaniora’ in Antwerpen te hebben gestudeerd over te stappen naar een bachelorstudie aan de Academie voor Muziek en Podiumkunsten in Tilburg, alwaar ze begeleid zou worden door pianodocent Nicolas Callot.

Voor haar opleiding zit ze inmiddels in haar derde bachelor voor piano en tweede bachelor voor compositie. “Door de jaren heb ik verschillende masterclasses gevolgd en deelgenomen aan enkele wedstrijden”, zegt Eveline. “Als musicus ligt mijn focus vooral op de uitvoering van moderne en nieuwe muziek, als pianiste en – in bredere zin – als performer.” Na deelname, in 2016, aan de Nadar Summer Academy, een zomercursus over nieuwe muziek georganiseerd en gecoached door het Belgische Nadar-ensemble, begon ze haar eigen concepten, geluiden en muziek te creëren. Sinds september 2017 studeert Eveline – naast klassieke piano – Compositie in Tilburg en krijgt ze onder meer les van Anthony Fiumara, de Tilburgse stadscomponist. Hoogste tijd dus voor een gesprek met Eveline!

– Kun je nog iets meer over je achtergrond vertellen?

“Ik ben geboren in 1997 en sinds mijn zevende woonachtig in Waasmunster. Dat was ook mijn leeftijd waarop ik begon met vioollessen te volgen. Aangezien ik het niet kon laten om mezelf de liedjes uit de pianoboeken van mijn grote broer te leren, kon ik een jaar later óók met pianolessen starten op de muziekschool. Beide instrumenten heb ik volgehouden tot mijn negentiende. Wegens te weinig tijd en lichamelijke klachten moest ik toen helaas wel stoppen met viool. Maar toen ik 17 jaar was ontstond voor het eerst het idee om piano te studeren.”

– Je bent ook componiste en vooral actief met het componeren van nieuwe muziek. Wat is nieuwe muziek eigenlijk, simpel uitgelegd? En wanneer benoem je een stuk muziek als nieuw?

“Dat is een te moeilijke vraag om een simpel antwoord op te geven. Maar de gemakkelijke oplossing is te zeggen dat nieuwe muziek alle muziek is die kortgeleden gecomponeerd is. Alleen is het begrip ‘kortgeleden’ relatief: zo zal een tien jaar oud liedje in de popwereld simpelweg als oud worden bestempeld, maar durven sommige mensen de muziek van Ferneyhough uit de jaren ’80-’90 nog wel eens ‘nieuw’ te noemen. Ik kies zelf liever voor de term ‘hedendaags’, omdat ik daar gemakkelijker een tijdspanne van 0-10 jaar aan kan geven, terwijl ik de term ‘nieuw’ behoud voor composities van de laatste twee jaar.”

– Als musicus ligt je focus behalve op het uitvoeren van nieuwe muziek ook op je rol als performer, las ik op je website. Communiceer jij ook veel met je publiek en op welke manier doe je dat dan?

“Het is inderdaad zo dat dat mijn doel is, maar tot nog toe ben ik er niet in geslaagd, of heb ik daar nog niet de mogelijkheid toe gehad. Wat me aanspreekt is om concerten zo te programmeren dat afzonderlijke muziekstukken met elkaar verbonden zijn door een samenhangend verhaal, en dit met andere elementen, zoals tekst, objecten, video, audio, vorm te geven, waarbij ik de rol van ‘muzikant’ wil uitbreiden tot die van een veelzijdige ‘performer’.”

– Je maakt niet alleen op het concertpodium muziek, maar ook op vrij ongewone plekken, zoals midden in het bos. En dan ook nog terwijl het daar al nacht is. Kun je daar meer over vertellen?

“Ik ben sinds augustus 2017 lid van het Collectief Publiek Geluid, een groep van circa twaalf (semi-)professionele artiesten die zich focust op het creëren van geluid in de openbare ruimte. We zijn opgericht na een call van de Belgische organisatie Musica. Hun hoofdkantoor ligt in Pelt, vlak naast ‘het Klankenbos’. Dit bos herbergt de grootste verzameling van klankinstallaties in de open lucht van heel Europa. In April 2018 organiseerden we de ‘Klankenbos Nocturne’, een wandeling door het bos met op verschillende plaatsen een performance. Als onderdeel hiervan schreef ik de ‘Etude in het Duister nr.1’, een stuk voor viool, percussie, gitaar.”

– In één van je nachtelijke performances was zelfs een rol weggelegd voor drie gloeilampen. Wat was de functie hiervan?

“Ik wilde een audio-visueel werk maken waarbij beide elementen gelijkwaardig aan elkaar waren, dit om de intensiteit van de ervaring voor het publiek te versterken. De rol van de gloeilampen was daarmee gelijkaardig en gelijkwaardig aan die van de instrumentalisten, alleen brachten ze geen klank maar licht voort. Iedere lamp hing boven één van de muzikanten, en ‘speelde mee’ met diens muziek. Voor het festival OORtreders in oktober 2018, schreef ik de ‘Etude in het Duister nr.2’,  waarbij ik de muzikale en visuele elementen uit het eerste stuk verder uitdiepte. Het eerste stuk was voor ons – de creatoren en uitvoerders – een nieuw experiment, waarbij de muziek, de structuur en de coherentie tussen audio en licht eerder basaal en elementair bleven. In het tweede stuk wilden we deze elementen verder compliceren, zonder het voor het publiek onbegrijpelijk te maken. Het volgende stadium zou kunnen zijn om het aantal lichten uit te breiden, waardoor de coherentie tussen geluid en licht voor het publiek misschien wegvalt. Dan kunnen we zien of de mensen het werk nog steeds waarderen. Zo kun je ook de locatie wijzigen of het instrumentarium veranderen of vergroten, etc. We hebben nog veel ideeën dus.”

– Wat vind je zo bijzonder of leuk aan dit soort nachtelijke projecten?

“Het ging zowel om het feit dat het donker was, als om het feit dat het optreden in de buitenlucht in een bos plaatsvond. Wanneer we overdag in het bos repeteerden, kwam het stuk niet volledig tot zijn recht. Dit heeft deels natuurlijk te maken met het feit dat er een belangrijke rol voor de lampen was weggelegd. Maar door het donkere bos ontstaat er een heel andere, speciale sfeer. Wij zijn als mensen meer op onze hoede in het donker, omdat ons nachtelijk zicht zeer beperkt is. Een ander groot verschil is dat de vogels ’s nachts ophouden met fluiten. Deze twee elementen zorgen er volgens mij voor dat onze visuele en auditieve zintuigen scherper worden, waardoor het stuk intenser wordt beleefd dan wanneer het in een concertzaal wordt uitgevoerd.”

– Hoe schrijf je muziek voor de nacht zonder de nacht te verstoren?

“Interessante vraag. Zo had ik er nog niet over nagedacht. Ik vond eerder dat de nachtelijke geluiden mijn stuk verstoorden, haha. Goh ja, voor nu heb ik daar eerlijk gezegd nog geen antwoord op. Maar ik houd de vraag in mijn achterhoofd voor de volgende keer als ik weer een nachtelijk optreden doe of een werk voor het duister maak.”

– Met je compositie Proprius Capio maakte je zelfs een uitstapje naar de wereld van neurologie. Jij wilde met je compositie te weten komen hoe het is om in plaats van het gevoel met je lichaam via je zogenaamde ‘proprioceptie’,  je gevoel met je instrument te verliezen. Vertel daar eens iets meer over…

“Dit werk schreef ik voor mijn deelname aan de Nadar Summer Academy 2017, een jaarlijkse zomeracademie in Sint-Niklaas, georganiseerd door het Belgische Nadar Ensemble die zich specialiseert in het uitvoeren van hedendaagse muziek. Het werk is geschreven voor klarinet, percussie, piano, viool en cello en bestaat uit vier delen. Het eerste deel, ‘Forschung’, is als het ware de ontdekking van het verlies van hun capaciteiten, waarbij de muzikanten opnieuw moeten leren hoe het instrument eigenlijk werkt. Zo kloppen de violist en cellist op hun klankkasten en probeert de klarinettist op zijn instrument te blazen. Het tweede en derde deel ‘Angst… und Begeisterung’ gaan op een meer abstracte manier om met de gevolgen van dit verlies. De muzikanten spelen hierbij wel op hun instrumenten zoals ze voorheen konden, maar verklanken de emoties die ze in het vorige deel zouden voelen: eerst en vooral angst en woede, maar ten slotte moed om door te gaan. Het vierde deel is een overgang van het normale spel tot het onderzoek van het eerste deel, waarbij je het omgekeerde effect van het eerste deel krijgt.”

– Eén van de Tilburgse ensembles waarin je actief was, was FC Jongbloed. Waar kwam die naam vandaan?

“Dit heb ik me zelf ook een tijdje afgevraagd. Nu weet ik dat F.C. staat voor Fontys Conservatorium.”

– Hoeveel composities heb je eigenlijk al op je naam staan? En welke compositie is je het dierbaarst en waarom?

“Momenteel heb ik twaalf composities op mijn naam staan, waaronder twee audiovisuele werken en drie elektro-akoestische werken. De rest zijn puur akoestische composities. Het stuk dat ik als laatste heb geschreven, ‘Jamie’s Super Quick [Vegan] Hummus’, is me echt heel dierbaar. Een connectie als met deze compositie heb ik nog niet eerder zo sterk gevoeld. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat ik momenteel bezig ben met repetities in de aanloop naar de première op 28 november, die trouwens in het Academietheater op de Fontys Hogeschool plaatsvindt. Ik speel zelf namelijk mee als bespeler van de elektronica. Met dit werk ben ik wel een stuk dichter bij het uiteindelijke doel gekomen sinds mijn eerste composities in de zomer van 2016. Ik zou meer kunnen vertellen, maar ik wil nog niets verklappen vóór de première.”

– Voor de Tilburgse Beiaard heb je de korte uurstukken gecomponeerd voor de maand mei. Ben je tevreden met hoe de composities zijn geworden?

“Deze composities zijn, vergeleken met mijn ander werk, een stuk ‘braver’ en ‘tonaler’. Dat was voor mij echt een uitdaging, en ik ben zeker blij met de uitkomst van het werk. Ik vond het sowieso een erg leuke opdracht. Normaal gezien wordt je stuk slechts enkele keren – of soms zelfs maar één keer –  gespeeld, terwijl deze stukken wel tientallen keren op één dag weerklinken. Een groot contrast!”

– Iemand die werk van je heeft gespeeld was onze stadsbeiaardier Carl Van Eyndhoven. Dat was het nummer getiteld ‘Hunted’. Hoe verliep die samenwerking?

“Eerlijk gezegd had ik 1,5 jaar geleden nog geen idee wat een beiaard was. In maart 2018 kregen we als compositiestudenten een masterclass van Carl, en toen werd mijn interesse in het instrument gewekt. Via Carl kreeg ik ook te horen dat de Nederlandse Klokken Vereniging een compositiewedstrijd voor beiaard uitzond. Daar heb ik aan deelgenomen met het werk Hunted, wat ik aan Carl heb opgedragen. Daar heb ik uiteindelijk een hoofdprijs mee heb gewonnen, en Carl heeft het stuk op de prijsuitreiking gespeeld. Ik heb met hem een erg fijn contact gehad. Hij heeft me inderdaad verteld dat hij Hunted, zoals de compositie heet, een goed werk vindt en het graag speelt.  Aan de andere kant prijs ik hem voor zijn interpretatie.”

– Hoe speciaal is de beiaard voor jou als instrument?

“De beiaard is een zeer speciaal instrument, aangezien elke beiaard op zich uniek is. Dat is een uitdaging die je bij het schrijven voor reguliere instrumenten niet hebt. Net zoals ik graag weet voor welke muzikanten als personen ik schrijf, vind ik het leuk om me tijdens een compositieproces voor te kunnen stellen hoe een bepaalde stem of beiaard klinkt, aangezien elke stem of beiaard uniek is. Dat heb je veel minder met reguliere instrumenten – al is dat soort uniekheid steeds minimaal aanwezig. Zowel Hunted als de pas gecomponeerde uurstukken schreef ik speciaal voor de carillon van de Heikese Kerk. Daardoor creëer je een soort band met dat instrument, wat je met andere beiaarden niet hebt. Anders, maar gelijkaardig, aan de band die je als muzikant met een instrument hebt.”

– Eén van je specifieke interesses is technologie. In welke zin of hoedanigheid vormt technologie ook onderdeel van je werk?

“Ik heb twee cursussen gevolgd in de analoge Willem II-studio’s in Den Bosch. In mijn eigen werk houd ik me vooralsnog vooral bezig met live electronics waarbij ikzelf live – tijdens het concert – samples trigger door middel van de software PD-Extended. Dit heb ik gedaan in mijn stuk ‘ex<IN>tended’ met klarinet en altviool, en in mijn nieuwste werk ‘Jamie’s Super Quick [Vegan] Hummus’ met zang en piano. Enkele weken geleden heb ik de Ableton Live Suite 10 aangekocht, waarmee ik momenteel leer werken. Dan wil ik meer aan de slag gaan met het live manipuleren van akoestische instrumenten, en performances met puur elektronica – zonder instrumenten dus.”

– Verdiep jij je ook in beiaardautomaten? Zo ja, heeft je dat geholpen bij het maken van de korte uurstukken?

“Daar heb ik me nog niet in verdiept, al lijkt het me wel eens interessant om te doen.”

– Dank voor dit interessante interview!

“Graag gedaan!”

Continue reading...

Wie zijn website bezoekt, kan lang dwalen door een rijk en interessant verleden als componist en muzikant, maar ook van alles vinden over recente projecten. De in 1959 in Tilburg geboren Jacq  Palinckx is al sinds 1981 actief in de muziek. In zijn ‘bio’ staat een overzicht van meer dan vijftien muziekgroepen waarin hij actief was en ruim tien festivals in binnen- en buitenland waarop hij acte de presence gaf.

Belangrijke groepen waarbij hij betrokken was als muzikant waren onder meer Palinckx, het Guus Janssen septet, het Maarten Altena Ensemble, het Beukorkest en de formatie Big Bamboozle. Hij was verder de vaste componist van theatergroep Drieons (1989-2009), was (mede-)regisseur van verschillende theatervoorstellingen, ontpopte zich als documentairemaker en maakte geluidsinstallaties en geluidssculpturen voor tentoonstellingen. Tussendoor schreef hij ook muziek voor gezelschappen als het Mondriaankwartet, het Aquarius-ensemble en de David Kweksilber Big Band. Bijzonder was verder het Maximal Music!-project, waarvoor hij ultrakorte composities maakte voor verschillende muzikanten en ensembles.

In Tilburg is hij sinds 2009 bekend als medeoprichter en groepslid van de band VLEK, een gezelschap van Brabantse musici. Op zijn site schrijft hij hierover: “VLEK speelt eigen composities van alle bandleden. De muziek is een mix van hypnotiserende grooves en vrije improvisatie.” VLEK maakte tot nu toe twee CD’s: Speck en Smoking Gun. Een derde staat volgens Palinckx op stapel.

Wie zijn composities wil horen, kan tegenwoordig ook terecht op zijn uitgebreide YouTube-kanaal, alwaar bijna tweehonderd video’s zijn te bewonderen. In 2017 verscheen op het Portugese label Creative Resources Recordings de eerste CD van FRAQX, het gitaarduo van Palinckx en componist en muzikant Frank Crijns. Behalve optredens met zijn bands VLEK en FRAQX speelt Palinckx ook soloconcerten en is hij de vaste gastgitarist van de groep Blunt Axe.

Nog niet op zijn site staat een vermelding van de korte uurstukken die hij componeerde voor de Tilburgse beiaardautomaat. “Ik heb geprobeerd om soms wat van de manier van spelen van stadsbeiaardier Carl Van Eyndhoven in de korte stukken van maximaal vijftien seconden te verwerken”, zegt Palinckx. Reden om de Tilburgse componist op deze site eens flink in het zonnetje te zetten.

– Jij bent één van Tilburgs bekendste componisten. Ben je daar erg trots op of ben niet zo’n navelstaarder?

“Eerlijk gezegd zie ik niet zo’n tegenstelling: ik ben er trots op, maar ik ben ook geen navelstaarder.”

– Je bent ooit opgeleid tot docent tekenen. Vanwaar de switch van tekenen naar muziek?

“Al tijdens mijn opleiding raakte ik verzeild in de muziekwereld. Ondanks dat ik misschien meer aanleg heb als tekenaar en schilder raakte ik steeds minder tevreden over mijn beeldend werk en kreeg steeds meer ideeën voor muziek. Ik had op een gegeven moment de keuze: ga ik nog een 1e graads-diploma halen of met mijn groep mijn eerste elpee opnemen? Het is dat laatste geworden. De laatste tien jaar ben ik trouwens weer beeldend werk gaan maken. Het lukt me nu uiteindelijk om de twee disciplines te combineren.”

– Je hebt in een heleboel muziekgroepen gezeten en op veel belangrijke festivals gestaan. In welke groepen heb je je als componist het best kunnen ontwikkelen?

“Dat was mijn eigen groep Palinckx. Daar zat alles in: schrijven voor kleine bezetting, die qua idioom soms tegen rockmuziek aanschurkten en improvisatie-elementen bevatten. Daarnaast hadden we vaak projecten waar ook ‘klassieke’ musici meededen. Je leert dan ook erg veel van de musici waarmee je samenwerkt, zoals het Mondriaankwartet en het Asko-Ensemble.”

– Je hebt ook allerlei interessante muzikale projecten op je naam staan, waaronder The psychedelic Years, Palinckx Dekt Tafel en The Fab8. Wat was de grote lijn in al deze projecten?

“Eigenlijk is er geen lijn. Soms had ik – of hadden we als band – ideeën die we niet met vier of vijf mensen konden doen. Ik had bijvoorbeeld voor The Psychedelic Years een soort muzikaal essay in mijn hoofd waar naast de band ook zangers en een kamerorkest bij moesten. Bij Palinckx Dekt Tafel zochten we juist de intimiteit van een soort huiskamer op met meestal één gast die niet uit de muziekwereld kwam.”

– Op je omvangrijke YouTube-kanaal staat zelfs echte R&R-muziek! Schrijf je nog steeds van dit soort rauwe nummers of ben je daarmee gestopt?

“Om de zoveel tijd komt er weer iets in die richting uit, dat raak ik niet meer kwijt, denk ik. De laatste cd van VLEK opent met mijn stuk Grand Hotel. Dat begint als een soort Free-jazz-stuk, maar eindigt met heftige metal. In de tijd dat Palinckx een echt rock-bezetting had  – met gitaar, bass, drums, zang en draaitafels – lag het natuurlijk meer voor de hand om R&R te maken.”

– Vorig jaar heb je op de Typo Berlin ook een lezing gehouden. Waar ging deze lezing over?

“Hier moet ik je corrigeren: de lezing werd gegeven door het typografen collectief Underware. Ik had daar een aantal muzikale bijdrages in. De lezing ging vooral over lettertypes die variabel zijn en niet altijd de dezelfde vorm hebben. De lezing, en het hele festival, eindigde met een letter op een scherm die live van vorm veranderde als de muziek veranderde. Een duet van gitaar met een letter a, dus. En dat op het Woodstock van de typografie!”

– Eén van je muziekprojecten waarmee je nu nog zeer actief bent is VLEK. Daarmee speel je eigen composities en composities van andere bandleden. De muziek omschrijf je als ‘een mix van hypnotiserende grooves en vrije improvisatie’. Zijn deze composities ook goed te spelen op een beiaard?

“Het zou een uitdaging zijn. In eerste instantie zou ik zeggen dat het onmogelijk is. Maar dat maakt het juist erg interessant. Ik ben er altijd in geïnteresseerd om onmogelijkheden als uitgangspunt te nemen.”

– Met je project genaamd ‘Maximal Music!’ heb je veel ervaring opgedaan met het schrijven van ultrakorte composities voor zeer uiteenlopende bezettingen. Heeft die praktijkervaring het ook makkelijker gemaakt om de korte stukken voor de beiaard te componeren?

“Jazeker. De muziek die ik voor de beiaardautomaat gemaakt hebt is 100% Maximal Music! Het is een tweede natuur geworden om tot de kern van de zaak door te dringen en in zeer korte tijd een muzikaal statement te maken.”

– Voor de beiaard heb je al een aantal korte kernachtige composities op je naam staan. Klinken deze volgens jou heel anders dan je nieuwe uurstukken voor de Tilburgse beiaard?

“De uurstukken zijn ontleend aan de compositie ‘Le Musée d’Une Nuit (à René Margritte)’. Er zijn dus veel overeenkomsten. Ik heb zelfs in de uurstukken soms wat van de manier van spelen van stadsbeiaardier Carl Van Eyndhoven verwerkt. Uiteraard heb ik ook gebruikgemaakt van de automaat. Een mens heeft slechts twee armen en twee benen. Voor Le Musée d’Une Nuit (à René Margritte) was ik me daarvan bewust bij het componeren van elke noot. Bij de automaat hoef je daar totaal geen rekening mee te houden.”

– Wat was het meest uitdagende bij het componeren van de nieuwe uurstukken voor de beiaard?

“Om de muziek toch precies in de korte tijdspanne te krijgen. Vijftien seconden is zelfs voor een componist van Maximal Music! erg kort. Maar toch ook vooral om iets te maken wat opgemerkt moet worden, maar ook moet ‘blenden’ in de stad. Ik was op zoek naar een soort prettige vervreemding.”

– Wanneer ben je tevreden over een eigen compositie?

“Als ik niet meer het idee heb dat er nog iets aan veranderd moet worden. Meestal gaat dat gelijk op met het gevoel dat er een soort afstand tussen mij en de compositie is ontstaan. Het zou dan ook muziek van iemand kunnen zijn die iets heeft gedaan wat helemaal in mijn smaak is. Vervolgens ben ik pas tevreden als de uitvoerders het graag spelen en het publiek het kan waarderen, waardoor de compositie het juiste effect bereikt.”

– Staat de beiaard ook in je Top 5 van instrumenten waar je graag iets voor componeert?

“Ik heb nog nooit nagedacht over een Top 5 of een Top 2000, zoals je wilt. Ik componeer vooral voor de mensen die mijn muziek gaan spelen. Die moeten inspirerend zijn. Welk instrument ze spelen vind ik dan ondergeschikt. Ik probeer de muzikaliteit of soms de theatrale presence van de musici zo optimaal mogelijk naar boven te krijgen en/of uit te dagen.”

– Heb je je nieuwe korte uurstukken al horen spelen op de beiaardautomaat van de Heikese kerk? Zo ja, hoe vond je dat?

“Ja, heel eigenaardig eigenlijk, dat uit de kerk waar ik als kind heen ging, nu mijn muziek klinkt. Dat had niemand kunnen voorspellen tot ik daar mijn communie deed.”

Continue reading...

Elke zaterdag – van ‘s morgens acht uur tot ‘s avonds acht uur – is zijn werk momenteel te horen via de Tilburgse beiaardautomaat. De Stichting Vrienden van de Tilburgse Beiaard vroeg componist Frans Kerkhofs om gedurende de maand februari de ‘hele-uurs’-composities te maken. En dat deed hij maar al te graag. Zoals hij ook voor heel veel andere instrumenten graag muziek schrijft. Een kleine duik in Kerkhofs’ muzikale loopbaan levert ook allerlei interessante informatie op, zoals het feit dat hij vóór zijn 35-jarige loopbaan als muziekdocent in het voortgezet onderwijs werkzaam was in de elektrotechniek.

“Ik had altijd al liefde voor muziek en begon mijzelf te bekwamen in het piano spelen”, zegt hij. “Na enkele jaren groeide de behoefte om verder te gaan in de muziek. Ik ging serieus pianoles nemen op de muziekschool die verbonden was aan het Brabants Conservatorium. Na een toelatingsexamen op het conservatorium begon ik in 1968 met de opleiding AMV en kon ik mijn werk als elektrotechnicus vaarwel zeggen door aan de slag te gaan als muziekdocent.”

Zijn loopbaan als componist startte rond 1970, toen hij  aarzelend begon met het opschrijven van muziek. “Ik moest al snel wat professionele hulp gaan inroepen”, zegt Kerkhofs. “Ik kwam terecht op een cursus onder leiding van musicus-componist Henk Stoop die een ‘componisten-klasje’ had op de Tilburgse Muziekschool. Dit klasje zou later de basis vormen van De Vonk, een Tilburgs podium voor ‘ongehoorde’ muziek.”

Begin jaren zeventig raakte hij verslingerd aan beiaardmuziek, mede door “De komst van Joachim Stiller”, een film die gebaseerd was op het boek van de Vlaamse dichter Hubert Lampo. Kerkhofs: “In deze film hoort de hoofdpersoon in zijn mansarde een prachtig stuk beiaardmuziek dat mij persoonlijk diep raakte. Dit was voor mij dé aanleiding om een studie Beiaard te beginnen op de Amersfoortse Beiaardschool. Na circa twee jaar bonken op een zelfgemaakt beiaard-klavier – zonder klank! – was ik zo gedemotiveerd dat ik de dag na een concert op de toren van Amersfoort besloot om te stoppen met deze studie. Daarom is het wel heel prettig dat er nu gestudeerd kan worden met echte Beiaard-klanken.”

De opkomst van digitale techniek drong ook door in de muziekwereld, inclusief Kerkhofs, en op het conservatorium van Amsterdam kwam een speciale cursus ‘componeren met de computer’. “Dat was voor ons een uitdaging om daar iets mee te doen en al snel ontstonden er composities voor piano met ‘vorzetszer’, een apparaat dat op de pianoklavier werd geplaatst en digitaal werd aangestuurd, een soort pianola dus maar dan electronisch. Hierdoor werd het mogelijk om ‘onspeelbare ‘ muziek te componeren. Momenteel worden er zelfs vleugels gebouwd met ingebouwde elektronica.”

Intussen is Kerkhofs al zo’n 45 jaar actief als componist. Kortom, genoeg reden om hem een aantal vragen voor te leggen.

– Je zat op twee conservatoria, in Tilburg en Amsterdam, en volgde een opleiding aan de beiaardschool in Amersfoort. Hoe was dat om drie keer een pittige muziekopleiding te volgen?

“De lessen Algemene Muzikale Vorming op het conservatorium waren voor mij een uitermate plezierige periode. Eind jaren ’60 was de tijd voor opstand en rebellie en ik was toen als lid van de studentenvereniging erg betrokken bij allerlei culturele omslagen. De opleiding op de beiaardschool in Amersfoort heb ik na twee jaar beëindigd. Het studeren op een zelfgemaakt beiaard-klavier zonder klank – behalve het gebonk van hout op hout – was voor mij erg demotiverend. Gelukkig is het nu mogelijk om op klavieren te studeren die de werkelijke beiaardklank produceren. De éénjarige studie op het Amsterdamse conservatorium was vooral nogal technisch, maar muzikaal voor mij niet erg boeiend.”

– Wat zijn de belangrijkste dingen over muziek die je op de beiaardschool hebt geleerd?

“Motivatie is erg belangrijk om je doel te bereiken. Het ambachtelijke aspect van het bespelen van de beiaard sprak mij wel aan. Als beiaardier ben je een belangrijk ‘element’ in de sociale omgeving van een gemeente.”

– Hoeveel verschillende composities voor de beiaardautomaat heb je al gecomponeerd?

“Eén stuk voor de beiaard van de Sint-Jan in Den Bosch,  één stuk voor beiaard en trombone kwartet en negen kleine stukken voor beiaard-automaat.”

– Wat maakt het componeren voor de beiaard voor jou interessanter dan het componeren voor andere instrumenten?

“De fysieke aspecten van het spelen. Je moet hard werken met heel je lijf! Je moet bovendien voortdurend rekening houden met het lang doorklinken van de lagere tonen zodat de hoge klanken niet worden weggedrukt. Interessant is ook de typische werking van de boventonen: een grote terts met kleine terts als boventoon. En verder ook de beperking van het spelen van moeilijke ritmes, meerdere samenklanken en snellere reeksen.”

– Voor de beiaardautomaat van de Heikese kerk heb je vier korte muziekstukjes gecomponeerd. Hoe lastig is het om korte stukjes muziek voor de beiaard te componeren die samen minder dan twee minuten duren?

“Ik vond het componeren voor de korte stukjes niet moeilijk. Een stuk van één minuut beperkt je mogelijkheden natuurlijk wel. Beschouw het maar als een kort-en-bondige taalkundige samengestelde zin.”

– Geef je deze korte fragmenten ook nog een titel?

“Met een klein beetje fantasie heb je snel een aangepaste titel gevonden. Het uur-fragment dat de afgelopen week elke uur van de dag te horen was, omdat de beiaardier per ongeluk was vergeten om de automaat uit te zetten, heet ‘Walsje’ omdat het ook een walsje is!”

– Is het voor het eerst dat je dit soort korte fragmenten voor een beiaardautomaat hebt gemaakt?

“Ja, dit is voor mij de eerste keer. Voorheen was er voor de Tilburgse beiaard nog geen automaat.”

– Je werk bestaat grotendeels uit muziek voor kleine bezetting, zoals piano, accordeon, contrabas, gitaar, klarinet, kerkorgel en beiaard. Wat is je favoriete instrument?

“Ik heb geen specifieke voorkeur. Ik schrijf voor een heleboel verschillende bezettingen: big-band, harmonie-orkest, koperblaas 5-tet, strijkkwartet, trombone, trompet, klarinet, koorwerken, orgel-sopraan, piano,  piano-dwarsfluit, piano-cello, accordeon, twee accordeons, bajan-solo, bajan-altviool en verder alles wat zich aanbiedt.”

– In Tilburg trad je op voor Stichting de Vonk, een podium voor ongehoorde muziek. Wat was dat voor een muziek?

“Wij vonden dat de muziek die we destijds maakten echt nieuw was. Vandaar de term ‘ongehoorde’ muziek die we hiervoor gebruikten. Het was ook nieuw gecomponeerde muziek door mensen met een frisse kijk op hoe muziek zou kunnen klinken in die tijd. In plaats van ongehoord hadden we ook kunnen zeggen ‘nog nooit gehoord’. Mensen moesten zich afvragen ‘wat gebeurt hier?’. En dat was precies wat onze muziek deed.”

– Op internet noem je jezelf ‘onafhankelijk’ componist. Wat bedoel je precies met onafhankelijk? Dat je geheel zelfstandig bent?

“Onafhankelijk componist betekent in mijn geval dat ik nooit mijn brood heb moeten verdienen met het maken van muziek en dat ik geen inkomsten genereer, los van wat BUMA-kruimeltjes, met mijn muziek.”

Continue reading...