Janno den Engelsman studeerde orgel, klavecimbel en kerkmuziek aan het Utrechts Conservatorium. Na deze studie volgde hij privé-lessen bij de organist Liuwe Tamminga in Bologna. Hij won prijzen op orgelconcoursen in Leiden (1996) en Nijmegen (2002) . In 2006 werd hem voor zijn muzikale werkzaamheden de Sakko Cultuurprijs voor Kunsten en Letteren toegekend.

Na het behalen van het Master-diploma in 2007 aan de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort, volgde hij aanvullende beiaardcursussen bij Geert D'hollander. Van 2009 tot 2013 was hij bestuurslid van de Nederlandse Klokkenspel Vereniging. Hij concerteerde o.m. in de Verenigde Staten en Polen. Als beiaardier speelde hij bij het Festival Oude Muziek in Utrecht. Janno den Engelsman is organist-titularis van de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom en stadsbeiaardier van Middelburg, Bergen op Zoom en Zierikzee.

Continue reading...

Wim Van den Broeck (1974) startte op volwassen leeftijd met muziekstudies voor orgel en beiaard. Orgel studeerde hij bij Carl Van Eyndhoven en Luc De Winter. Beiaard studeerde Wim vanaf 2008 bij Teun Michiels in de academie voor muziek en woord te Diest en vervolgens in de Koninklijke beiaardschool te Mechelen waar hij les kreeg van Eddy Mariën (beiaardliteratuur- campanologie), Erik Vandevoort (harmonie en compositie) en improvisatie bij Tom Van Peer en aldaar afstudeerde in 2013. In zijn thuisgemeente Meerhout kreeg Wim de gemeentelijke cultuurprijs uitgereikt in 2013 voor zijn diverse muzikale verdiensten. Wim is momenteel beiaardier in Diest, Genk en Peer en organist te Meerhout en Laakdal.

Continue reading...

 Elke zaterdag – van ‘s morgens acht uur tot ‘s avonds acht uur – is zijn werk momenteel te horen via de Tilburgse beiaardautomaat. De Stichting Vrienden van de Tilburgse Beiaard vroeg componist Frans Kerkhofs om gedurende de maand februari de ‘hele-uurs’-composities te maken. En dat deed hij maar al te graag. Zoals hij ook voor heel veel andere instrumenten graag muziek schrijft. Een kleine duik in Kerkhofs’ muzikale loopbaan levert ook allerlei interessante informatie op, zoals het feit dat hij vóór zijn 35-jarige loopbaan als muziekdocent in het voortgezet onderwijs werkzaam was in de elektrotechniek.

“Ik had altijd al liefde voor muziek en begon mijzelf te bekwamen in het piano spelen”, zegt hij. “Na enkele jaren groeide de behoefte om verder te gaan in de muziek. Ik ging serieus pianoles nemen op de muziekschool die verbonden was aan het Brabants Conservatorium. Na een toelatingsexamen op het conservatorium begon ik in 1968 met de opleiding AMV en kon ik mijn werk als elektrotechnicus vaarwel zeggen door aan de slag te gaan als muziekdocent.”

Zijn loopbaan als componist startte rond 1970, toen hij  aarzelend begon met het opschrijven van muziek. “Ik moest al snel wat professionele hulp gaan inroepen”, zegt Kerkhofs. “Ik kwam terecht op een cursus onder leiding van musicus-componist Henk Stoop die een ‘componisten-klasje’ had op de Tilburgse Muziekschool. Dit klasje zou later de basis vormen van De Vonk, een Tilburgs podium voor ‘ongehoorde’ muziek.”

Begin jaren zeventig raakte hij verslingerd aan beiaardmuziek, mede door “De komst van Joachim Stiller”, een film die gebaseerd was op het boek van de Vlaamse dichter Hubert Lampo. Kerkhofs: “In deze film hoort de hoofdpersoon in zijn mansarde een prachtig stuk beiaardmuziek dat mij persoonlijk diep raakte. Dit was voor mij dé aanleiding om een studie Beiaard te beginnen op de Amersfoortse Beiaardschool. Na circa twee jaar bonken op een zelfgemaakt beiaard-klavier – zonder klank! – was ik zo gedemotiveerd dat ik de dag na een concert op de toren van Amersfoort besloot om te stoppen met deze studie. Daarom is het wel heel prettig dat er nu gestudeerd kan worden met echte Beiaard-klanken.”

De opkomst van digitale techniek drong ook door in de muziekwereld, inclusief Kerkhofs, en op het conservatorium van Amsterdam kwam een speciale cursus ‘componeren met de computer’. “Dat was voor ons een uitdaging om daar iets mee te doen en al snel ontstonden er composities voor piano met ‘vorzetszer’, een apparaat dat op de pianoklavier werd geplaatst en digitaal werd aangestuurd, een soort pianola dus maar dan electronisch. Hierdoor werd het mogelijk om ‘onspeelbare ‘ muziek te componeren. Momenteel worden er zelfs vleugels gebouwd met ingebouwde elektronica.”

Intussen is Kerkhofs al zo’n 45 jaar actief als componist. Kortom, genoeg reden om hem een aantal vragen voor te leggen.

– Je zat op twee conservatoria, in Tilburg en Amsterdam, en volgde een opleiding aan de beiaardschool in Amersfoort. Hoe was dat om drie keer een pittige muziekopleiding te volgen?

“De lessen Algemene Muzikale Vorming op het conservatorium waren voor mij een uitermate plezierige periode. Eind jaren ’60 was de tijd voor opstand en rebellie en ik was toen als lid van de studentenvereniging erg betrokken bij allerlei culturele omslagen. De opleiding op de beiaardschool in Amersfoort heb ik na twee jaar beëindigd. Het studeren op een zelfgemaakt beiaard-klavier zonder klank – behalve het gebonk van hout op hout – was voor mij erg demotiverend. Gelukkig is het nu mogelijk om op klavieren te studeren die de werkelijke beiaardklank produceren. De éénjarige studie op het Amsterdamse conservatorium was vooral nogal technisch, maar muzikaal voor mij niet erg boeiend.”

– Wat zijn de belangrijkste dingen over muziek die je op de beiaardschool hebt geleerd?

“Motivatie is erg belangrijk om je doel te bereiken. Het ambachtelijke aspect van het bespelen van de beiaard sprak mij wel aan. Als beiaardier ben je een belangrijk ‘element’ in de sociale omgeving van een gemeente.”

– Hoeveel verschillende composities voor de beiaardautomaat heb je al gecomponeerd?

“Eén stuk voor de beiaard van de Sint-Jan in Den Bosch,  één stuk voor beiaard en trombone kwartet en negen kleine stukken voor beiaard-automaat.”

– Wat maakt het componeren voor de beiaard voor jou interessanter dan het componeren voor andere instrumenten?

“De fysieke aspecten van het spelen. Je moet hard werken met heel je lijf! Je moet bovendien voortdurend rekening houden met het lang doorklinken van de lagere tonen zodat de hoge klanken niet worden weggedrukt. Interessant is ook de typische werking van de boventonen: een grote terts met kleine terts als boventoon. En verder ook de beperking van het spelen van moeilijke ritmes, meerdere samenklanken en snellere reeksen.”

– Voor de beiaardautomaat van de Heikese kerk heb je vier korte muziekstukjes gecomponeerd. Hoe lastig is het om korte stukjes muziek voor de beiaard te componeren die samen minder dan twee minuten duren?

“Ik vond het componeren voor de korte stukjes niet moeilijk. Een stuk van één minuut beperkt je mogelijkheden natuurlijk wel. Beschouw het maar als een kort-en-bondige taalkundige samengestelde zin.”

– Geef je deze korte fragmenten ook nog een titel?

“Met een klein beetje fantasie heb je snel een aangepaste titel gevonden. Het uur-fragment dat de afgelopen week elke uur van de dag te horen was, omdat de beiaardier per ongeluk was vergeten om de automaat uit te zetten, heet ‘Walsje’ omdat het ook een walsje is!”

– Is het voor het eerst dat je dit soort korte fragmenten voor een beiaardautomaat hebt gemaakt?

“Ja, dit is voor mij de eerste keer. Voorheen was er voor de Tilburgse beiaard nog geen automaat.”

– Je werk bestaat grotendeels uit muziek voor kleine bezetting, zoals piano, accordeon, contrabas, gitaar, klarinet, kerkorgel en beiaard. Wat is je favoriete instrument?

“Ik heb geen specifieke voorkeur. Ik schrijf voor een heleboel verschillende bezettingen: big-band, harmonie-orkest, koperblaas 5-tet, strijkkwartet, trombone, trompet, klarinet, koorwerken, orgel-sopraan, piano,  piano-dwarsfluit, piano-cello, accordeon, twee accordeons, bajan-solo, bajan-altviool en verder alles wat zich aanbiedt.”

– In Tilburg trad je op voor Stichting de Vonk, een podium voor ongehoorde muziek. Wat was dat voor een muziek?

“Wij vonden dat de muziek die we destijds maakten echt nieuw was. Vandaar de term ‘ongehoorde’ muziek die we hiervoor gebruikten. Het was ook nieuw gecomponeerde muziek door mensen met een frisse kijk op hoe muziek zou kunnen klinken in die tijd. In plaats van ongehoord hadden we ook kunnen zeggen ‘nog nooit gehoord’. Mensen moesten zich afvragen ‘wat gebeurt hier?’. En dat was precies wat onze muziek deed.”

– Op internet noem je jezelf ‘onafhankelijk’ componist. Wat bedoel je precies met onafhankelijk? Dat je geheel zelfstandig bent?

“Onafhankelijk componist betekent in mijn geval dat ik nooit mijn brood heb moeten verdienen met het maken van muziek en dat ik geen inkomsten genereer, los van wat BUMA-kruimeltjes, met mijn muziek.”

Continue reading...

Composities die van hem te vinden zijn op YouTube zijn vaak net iets langer dan tien minuten. Het nummer getiteld ‘Aeternae Viam: Movement in Constancy’ bijvoorbeeld duurt iets meer dan dertien minuten. De jonge Tilburgse componist Vlad Chlek (25) woonde in West-Siberië, maar kwam naar Tilburg om aan de nieuwe conservatoriumopleiding Academy of Music and Performing Arts zijn muziekdiploma te halen. “Ik kreeg de kans om te studeren met één van mijn favoriete componisten, Anthony Fiumara, als docent. Dankzij Anthony heb ik ook de kans gekregen om korte stukken muziek te componeren voor de Tilburgse beiaard. Met de beiaard als instrument was ik overigens helemaal niet bekend. Daar heb ik me eerst heel goed in verdiept voordat ik begon met schrijven.”

Deze maand is muziek van Chlek te horen dankzij de korte uurstukken die hij componeerde voor de Tilburgse beiaard-automaat. Ofwel, voor ons reden om de componist een aantal vragen voor te leggen.

– Kun je kort iets vertellen over je muziek. Hoe omschrijf je deze het beste?

“Een leuke, interessante vraag, hoewel niet de makkelijkste. Het is altijd moeilijk om over je eigen kunst na te denken, want wanneer je het creëert komt het meestal van nature en denk je niet zoveel na over de kenmerken ervan. Ik kan zeker zeggen dat mijn muziek altijd anders is, omdat ik graag experimenteer met ideeën en concepten. Ook werk ik graag met ritme, dynamiek en intensiteit om een meer interessant en variabel geluid te krijgen. Mijn belangrijkste vraag voor mezelf wanneer ik iets maak luidt: ‘zou je het leuk vinden om te luisteren als het niet je werk was?’ Ik probeer daar altijd een positief antwoord op te krijgen.”

– Jouw muziek klinkt erg symfonisch en ook enigszins abstract. Is daar een speciale reden voor?

“Mijn muziek hangt af van concepten. In sommige van mijn werken wilde ik het gevoel van een ‘groot’ symfonisch geluid creëren. Maar ik heb ook stukken gemaakt voor solo-instrumenten en kleine ensembles zonder zo’n groot geluid. Over abstract gesproken – het is een vrij algemene term. Ik vind muziek op zichzelf een zeer abstracte kunst met eigen symbolische elementen. De meeste muzikale stukken kunnen met deze term omschreven worden als ze geen sterke associatie hebben met een eerdere culturele achtergrond.”

– Op internet kan ik stukken van jou vinden die langer zijn dat tien minuten. Prefereer jij langere stukken boven korte stukken?

“Voor mij is het eigenlijk handiger om te werken met langere vormen dan met korte. Ik vind het leuk om muzikale ideeën uit te breiden en deze door het hele werk heen door te ontwikkelen. Ik probeer  ook ruimte te geven voor een verplaatsing tussen verschillende dimensies en ik probeer uiteindelijk vast te leggen wat ze uiteindelijk zijn geworden. Mijn ‘standaard’ lengte van een compositie – in de meeste gevallen dus ongeveer zo’n tien minuten – leent zich prima voor dergelijke doeleinden.”

– Wie spelen er allemaal mee op je eigen opnamen of bespeel je alle instrumenten zelf?

“Al mijn opnamen tot nu toe zijn door mij gemaakt met DAW-software en met behulp van elektronische instrumenten, in sommige gevallen ook mijn stem. DAW staat voor Digital Audio Workstation. Hiermee kun je bijvoorbeeld muziek in de vorm van MIDI-data opnemen of handmatig invoeren en aanpassen. Ook kun je er bijna altijd geluid mee opnemen, zoals een zangpartij. De meeste moderne producers gebruiken deze software. Dus, in principe gaat het allemaal om geluidsontwerp nadat je klaar bent met het componeren van een stuk. Er gaat heel veel werk zitten in het aanbrengen van lagen en het mixen van instrumenten en het masteren.”

– Hoe ben je ooit begonnen als muzikant cq componist?

“Ik had al heel jong veel belangstelling voor muziek. Op mijn 13e kreeg ik mijn eerste gitaar, daarna was ik zanger in een band op de middelbare school. Grotere stappen als componist maakte ik in een ander bandje waarin ik speelde. Toen dat uit elkaar viel, was het moeilijk om mensen te vinden met dezelfde kijk op muziek als die ik heb. Ik besloot daarom dat ik niet van anderen afhankelijk wilde zijn wat betreft het maken van interessante muziek. Daarom begon ik lessen te volgen in een vak genaamd de Theorie van muziek. Dat veranderde alles. Het ontdekken van werken van componisten uit de eerste en tweede golf van Avantgarde-muziek heeft me volledig van gedachten doen veranderen over ‘klassieke’ muziek. Het was toen, dat ik besloot om ook componist te worden.”

– Hoe kwam het zover dat je korte muziekstukken bent gaan maken voor de Tilburgse beiaard?

“Mijn leraar aan het Tilburgse conservatorium, Anthony Fiumara, stuurde een bericht dat er een mogelijkheid was om te componeren voor de Tilburgse beiaard. Ik ben me toen eerst goed gaan verdiepen in dit instrument, omdat ik helemaal niets wist over carillons. Vervolgens ben ik aan het componeren geslagen. Ik sta namelijk altijd open voor nieuwe mogelijkheden. Ik daag mezelf graag uit en grijp elke kans om te componeren voor alle mogelijke instrumenten, ensembles, projecten, noem maar op.”

– Heb je je korte stukken voor de beiaard ook namen gegeven?

“In mijn werk worden de namen voor de stukken altijd als laatste bedacht. Meestal is dit echter een vrij onnodig onderdeel van je werk. Muziek is een eigen symbolisch systeem. Wanneer je dit probeert te verbinden met de syllabische wereld, snij je de ruimte voor verbeelding en individuele interpretatie uit de muziek. Dus, als er geen sterke behoefte is aan een contextuele link ervan is het, denk ik, beter om een muziekstuk naamloos te laten.”

– Wat is volgens jou zo speciaal aan het geluid van een beiaard?

“Een beiaard heeft een zeer helder geluid en kent ook een unieke reeks boventonen.”

– Op veel beiaarden in Nederland kun je tijdens de wekelijkse bespelingen Barok en Neo-Barok horen. Komen deze genres goed overeen met je eigen muziekstijl qua beweeglijkheid?

“Ik luister graag naar Barok-muziek en denk ook dat dit goed past in mijn muziekstijl, daar ik vaak gebruikmaak van polyfonie en een aantal methoden hiervan. Bij polyfonie, dat letterlijk ‘veel stemmen’ betekent, is er geen sprake van een hoofdmelodie die je gemakkelijk mee kunt zingen. In plaats daarvan zijn er meerdere, gelijkwaardige lijnen. Steeds krijgt een andere even de aandacht. Hierdoor heeft polyfone muziek een rijke klank: het is een levendige wirwar van verschillende melodieën. Zo klinkt een beiaard ook.”

– Hoe is het om je muziek elke zaterdag letterlijk uit de hemel te horen neerdalen?

“Oh, ik voel me nu alsof Apollo elke zaterdag van Olympus afdaalt om de echte muziek aan deze plek te geven. En ik wil sorry zeggen tegen iedereen die mijn compositities vervelend vinden.”

– Waar kom je oorspronkelijk vandaan en hoe ben je in Tilburg beland?

“Ik ben geboren in Rusland. West-Siberië om precies te zijn. Ik moest een conservatorium in Nederland uitkiezen om hier te kunnen studeren. Zo ben ik vanzelf in Tilburg terechtgekomen omdat ik een voorkeur had voor Anthony Fiumara als hoofddocent. Ik vind Anthony een geweldige componist en we hebben een sterk gemeenschappelijke blik op muziek. Het was echt een mooie gelegenheid om bij hem te gaan studeren, omdat hij nog maar net werkzaam was als docent aan de nieuwe conservatoriumopleiding Academy of Music and Performing Arts.”

– Hoe heb je het voor elkaar gekregen dat je uit Nederlandse conservatoria kon kiezen?

“Al geruime tijd voordat ik auditie deed op conservatoria woonde ik al in Nederland. Ik hoefde alleen nog voor Tilburg als studieplek te kiezen.”

 

Luister naar werk van Vlad Chlek op YouTube: https://www.youtube.com/user/Linkraaaaawr

Luister naar werk van Vlad Chlek op Facebook: https://www.facebook.com/vladchlek

Continue reading...

Deze maand kreeg Tilburg er een nieuw vrolijk lied bij in Tilburgs dialect, speciaal voor kinderen geschreven: het lied getiteld ‘Fèfteg klòkke (onzen beiaard)‘. Tekstschrijver, componist en muziekdocent Harry Swinkels (1958) nam er de tijd voor, want tekstueel moest alles kloppen. Een probleem waar de maker van het lied al snel tegenaan liep, was de juiste vertaling van het Nederlandse woord ‘beiaard’. In het Tilburgs dialect bleek er nog geen woord voor beiaard te bestaan. Het gebruik van het Nederlandse woord ‘beiaard’ bleef daardoor in het lied gehandhaafd.

Afgelopen maanden werd samen met de Stichting Tilburgse Taol flink aan de tekst geschaafd om toch een goede vertaling te krijgen. De beiaardcommissie, elke zaterdag zetelend in brasserie en biercafé Anvers, fungeerde daarbij als gewillig klankbord en luisterend oor.

– Hoe tevreden ben je met het eindresultaat?

“Heel tevreden. Het is aardig gelukt om een hoop informatie om te zetten in begrijpelijke taal voor kinderen en dat in de vorm van een liedje te gieten dat niet te moeilijk is en goed in het gehoor ligt.”

– Wat was het meest lastige aan het lied: het componeren van de muziek, de toevoeging van het beiaardgeluid of de vertaling van de tekst in Tilburgs dialect?

“Geen van drieën. Het meest lastige was om een keuze te maken uit de informatie die ik over de beiaard had gekregen. Ik kon niet alles in het lied kwijt en strepen wat er niet meer in kon was het lastigst.”

– Hoe verliep de samenwerking met de Stichting Tilburgse Taol?

“Ik werk al sinds het begin van Kènderkwèèk namens Factorium met de Stichting Tilburgse Taol samen. Die stichting kwam dertien jaar geleden naar naar ons toe met de vraag of we het dialect weer meer onder de aandacht van kinderen konden brengen met behulp van liedjes. We hebben eerst bestaande dialectliedjes gebruikt, maar die waren te ouderwets om de kinderen te kunnen boeien. Vervolgens zijn we nieuwe liedjes gaan maken over allerlei Tilburgse onderwerpen, zoals Willem II, de kermis, de Piushaven, het draaiend huis, Peerke Donders en nu dus de beiaard. Naast het componeren van tekst en muziek en het opnemen van de liedjes zit ik in de organisatie van Kènderkwèèk en ga ik naar de deelnemende basisscholen om de liedjes aan te leren.”

– In de eerste versie van het lied werd beiaard vertaald als ‘bèjaard’. Toch werd het in de eindversie gewoon beiaard. Bestaat er niet echt een Tilburgs woord voor beiaard?

“Het Tilburgs kent inderdaad geen eigen woord voor beiaard. Om het dan toch op z’n Tilburgs te spellen komt wat geforceerd over. Daarom is uiteindelijk gekozen voor de normale ABN-spelling.”

– Het lied begint met het bekende Big Ben klokkenmotief. Dat is ook te horen bij het begin van elk refrein. Waarom heb je dit motief gebruikt voor het lied?

“Het is een clichémotief dat ook de kinderen direct herkennen. De woorden beiaard en carillon moet je ze uitleggen, maar dat motiefje is al bekend. Dat maakt het zingen van het refrein (wat in dit geval met het motiefje begint) al meteen makkelijk en vertrouwd.”

– Wie speelt er in het lied eigenlijk op het carillon?

“Ik speel zelf de complete begeleiding, dus ook de carillon-partij. Maar er is geen echt carillon te horen. Ik speel op een digitale piano alle instrumentenpartijen in en die worden in een computerprogramma met elkaar en met de zang gemixt.”

– Bestaat de Tilburgse beiaard ook echt uit vijftig klokken?

“Dat is één van de vragen die bij het lesmateriaal horen, dus die verklap ik nu al een beetje. Het juiste antwoord is ja èn nee. Formeel bestaat de beiaard uit 48 klokken. Maar van de vijf luidklokken die ook in de toren hangen worden er twee tevens voor de beiaard gebruikt. Zodoende wordt er echt met 50 klokken muziek gemaakt.”

– In het lied zit ook een zogenaamde brug. Wat is dat precies en waarom was deze nodig?

“Een (pop)liedje bestaat meestal uit meerdere coupletten die steeds gevolgd worden door een refrein. Aan het einde wordt dat refrein vaak herhaald. Vóór die herhaling kan er dan een ‘brug’ zitten die helemaal anders klinkt dan de andere stukjes uit het lied. Daar kan tekstueel nog iets belangrijks gemeld worden en muzikaal kan het naar een andere toonsoort moduleren zodat het laatste refrein een toontje hoger klinkt, dus niet precies hetzelfde als de vorige keren.”

– Behalve een lied is er ook lesmateriaal gemaakt over de beiaard. In het opdrachtenblad voor de kinderen zitten negen vragen. Waarom negen?

“Heel praktisch: toen was het A-viertje vol. Het hadden er net zo goed 7 of 11 kunnen zijn. Het leerlingenblad is altijd dubbelzijdig: op de voorkant staat de liedtekst en achterop één of meer opdrachten. Nu was dat een vragenlijst, maar dat kan ook iets anders zijn, bijvoorbeeld een fotospeurtocht zoals in het dialectlied over de Spoorzône.”

– Wat is volgens jou de leukste vraag?

“Ik vind de vragen over de vroegere en huidige locatie van de beiaard in Tilburg het leukst, want ik wist zelf niet dat dat eerst een andere was.”

Continue reading...

Elke zaterdag – van ‘s morgens acht uur tot ‘s avonds acht uur – is zijn werk momenteel te horen via de Tilburgse beiaardautomaat. De Stichting Vrienden van de Tilburgse Beiaard vroeg componist Frans Kerkhofs om gedurende de maand februari de ‘hele-uurs’-composities te maken. En dat deed hij maar al te graag. Zoals hij ook voor heel veel andere instrumenten graag muziek schrijft. Een kleine duik in Kerkhofs’ muzikale loopbaan levert ook allerlei interessante informatie op, zoals het feit dat hij vóór zijn 35-jarige loopbaan als muziekdocent in het voortgezet onderwijs werkzaam was in de elektrotechniek.

“Ik had altijd al liefde voor muziek en begon mijzelf te bekwamen in het piano spelen”, zegt hij. “Na enkele jaren groeide de behoefte om verder te gaan in de muziek. Ik ging serieus pianoles nemen op de muziekschool die verbonden was aan het Brabants Conservatorium. Na een toelatingsexamen op het conservatorium begon ik in 1968 met de opleiding AMV en kon ik mijn werk als elektrotechnicus vaarwel zeggen door aan de slag te gaan als muziekdocent.”

Zijn loopbaan als componist startte rond 1970, toen hij  aarzelend begon met het opschrijven van muziek. “Ik moest al snel wat professionele hulp gaan inroepen”, zegt Kerkhofs. “Ik kwam terecht op een cursus onder leiding van musicus-componist Henk Stoop die een ‘componisten-klasje’ had op de Tilburgse Muziekschool. Dit klasje zou later de basis vormen van De Vonk, een Tilburgs podium voor ‘ongehoorde’ muziek.”

Begin jaren zeventig raakte hij verslingerd aan beiaardmuziek, mede door “De komst van Joachim Stiller”, een film die gebaseerd was op het boek van de Vlaamse dichter Hubert Lampo. Kerkhofs: “In deze film hoort de hoofdpersoon in zijn mansarde een prachtig stuk beiaardmuziek dat mij persoonlijk diep raakte. Dit was voor mij dé aanleiding om een studie Beiaard te beginnen op de Amersfoortse Beiaardschool. Na circa twee jaar bonken op een zelfgemaakt beiaard-klavier – zonder klank! – was ik zo gedemotiveerd dat ik de dag na een concert op de toren van Amersfoort besloot om te stoppen met deze studie. Daarom is het wel heel prettig dat er nu gestudeerd kan worden met echte Beiaard-klanken.”

De opkomst van digitale techniek drong ook door in de muziekwereld, inclusief Kerkhofs, en op het conservatorium van Amsterdam kwam een speciale cursus ‘componeren met de computer’. “Dat was voor ons een uitdaging om daar iets mee te doen en al snel ontstonden er composities voor piano met ‘vorzetszer’, een apparaat dat op de pianoklavier werd geplaatst en digitaal werd aangestuurd, een soort pianola dus maar dan electronisch. Hierdoor werd het mogelijk om ‘onspeelbare ‘ muziek te componeren. Momenteel worden er zelfs vleugels gebouwd met ingebouwde elektronica.”

Intussen is Kerkhofs al zo’n 45 jaar actief als componist. Kortom, genoeg reden om hem een aantal vragen voor te leggen.

– Je zat op twee conservatoria, in Tilburg en Amsterdam, en volgde een opleiding aan de beiaardschool in Amersfoort. Hoe was dat om drie keer een pittige muziekopleiding te volgen?

“De lessen Algemene Muzikale Vorming op het conservatorium waren voor mij een uitermate plezierige periode. Eind jaren ’60 was de tijd voor opstand en rebellie en ik was toen als lid van de studentenvereniging erg betrokken bij allerlei culturele omslagen. De opleiding op de beiaardschool in Amersfoort heb ik na twee jaar beëindigd. Het studeren op een zelfgemaakt beiaard-klavier zonder klank – behalve het gebonk van hout op hout – was voor mij erg demotiverend. Gelukkig is het nu mogelijk om op klavieren te studeren die de werkelijke beiaardklank produceren. De éénjarige studie op het Amsterdamse conservatorium was vooral nogal technisch, maar muzikaal voor mij niet erg boeiend.”

– Wat zijn de belangrijkste dingen over muziek die je op de beiaardschool hebt geleerd?

“Motivatie is erg belangrijk om je doel te bereiken. Het ambachtelijke aspect van het bespelen van de beiaard sprak mij wel aan. Als beiaardier ben je een belangrijk ‘element’ in de sociale omgeving van een gemeente.”

– Hoeveel verschillende composities voor de beiaardautomaat heb je al gecomponeerd?

“Eén stuk voor de beiaard van de Sint-Jan in Den Bosch,  één stuk voor beiaard en trombone kwartet en negen kleine stukken voor beiaard-automaat.”

– Wat maakt het componeren voor de beiaard voor jou interessanter dan het componeren voor andere instrumenten?

“De fysieke aspecten van het spelen. Je moet hard werken met heel je lijf! Je moet bovendien voortdurend rekening houden met het lang doorklinken van de lagere tonen zodat de hoge klanken niet worden weggedrukt. Interessant is ook de typische werking van de boventonen: een grote terts met kleine terts als boventoon. En verder ook de beperking van het spelen van moeilijke ritmes, meerdere samenklanken en snellere reeksen.”

– Voor de beiaardautomaat van de Heikese kerk heb je vier korte muziekstukjes gecomponeerd. Hoe lastig is het om korte stukjes muziek voor de beiaard te componeren die samen minder dan twee minuten duren?

“Ik vond het componeren voor de korte stukjes niet moeilijk. Een stuk van één minuut beperkt je mogelijkheden natuurlijk wel. Beschouw het maar als een kort-en-bondige taalkundige samengestelde zin.”

– Geef je deze korte fragmenten ook nog een titel?

“Met een klein beetje fantasie heb je snel een aangepaste titel gevonden. Het uur-fragment dat de afgelopen week elke uur van de dag te horen was, omdat de beiaardier per ongeluk was vergeten om de automaat uit te zetten, heet ‘Walsje’ omdat het ook een walsje is!”

– Is het voor het eerst dat je dit soort korte fragmenten voor een beiaardautomaat hebt gemaakt?

“Ja, dit is voor mij de eerste keer. Voorheen was er voor de Tilburgse beiaard nog geen automaat.”

– Je werk bestaat grotendeels uit muziek voor kleine bezetting, zoals piano, accordeon, contrabas, gitaar, klarinet, kerkorgel en beiaard. Wat is je favoriete instrument?

“Ik heb geen specifieke voorkeur. Ik schrijf voor een heleboel verschillende bezettingen: big-band, harmonie-orkest, koperblaas 5-tet, strijkkwartet, trombone, trompet, klarinet, koorwerken, orgel-sopraan, piano,  piano-dwarsfluit, piano-cello, accordeon, twee accordeons, bajan-solo, bajan-altviool en verder alles wat zich aanbiedt.”

– In Tilburg trad je op voor Stichting de Vonk, een podium voor ongehoorde muziek. Wat was dat voor een muziek?

“Wij vonden dat de muziek die we destijds maakten echt nieuw was. Vandaar de term ‘ongehoorde’ muziek die we hiervoor gebruikten. Het was ook nieuw gecomponeerde muziek door mensen met een frisse kijk op hoe muziek zou kunnen klinken in die tijd. In plaats van ongehoord hadden we ook kunnen zeggen ‘nog nooit gehoord’. Mensen moesten zich afvragen ‘wat gebeurt hier?’. En dat was precies wat onze muziek deed.”

– Op internet noem je jezelf ‘onafhankelijk’ componist. Wat bedoel je precies met onafhankelijk? Dat je geheel zelfstandig bent?

“Onafhankelijk componist betekent in mijn geval dat ik nooit mijn brood heb moeten verdienen met het maken van muziek en dat ik geen inkomsten genereer, los van wat BUMA-kruimeltjes, met mijn muziek.”

Continue reading...